Castor en Pollux in Rome (2)

De tempel van Castor en Pollux op de Forma Urbis (Nationaal Museum, Rome)

In het vorige stukje vertelde ik dat een generaal genaamd Postumius de tempel voor Castor en Pollux beloofde en dat zijn zoon die inwijdde. Archeologen hebben restanten teruggevonden van het heiligdom dat de Postumii bouwden. Ze hebben vastgesteld dat het podium waarop het heiligdom stond ongeveer even groot was als het enorme podium dat nu is te zien. Verder groeven ze een deel van de decoratie op, waarvan aannemelijk is dat het behoorde tot deze eerste bouwfase. Het moet voor Latijnse bezoekers, die ongetwijfeld vaak in Rome kwamen, pijnlijk zijn geweest te zien dat hun nederlaag met zo’n grandioos bouwwerk werd herdacht.

De bouwers gaven een vergelijkbaar politiek signaal af aan de Romeinse bevolking: dit was immers een cultus van aristocraten, die de massa’s duidelijk maakten dat zij sinds de val van de monarchie de macht in handen hadden. Het volk vergat het niet: de Postumii werden met dodelijke haat verafschuwd en we kennen anekdotes over generaals die werden gestenigd door hun manschappen. Het is maar een detail uit het conflict dat in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. woedde en bekendstaat als de Standenstrijd.

Castor en Pollux als beschermers van de ruiterij (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Latere verschijningen

Ruim drie eeuwen later deden Castor en Pollux opnieuw dienst als bode. Volgens Valerius Maximus, een verzamelaar van historische anekdotes, brachten ze in 168 v.Chr. het nieuws van de slag bij Pydna:

Tijdens de Macedonische Oorlog meende Publius Vatienus, een man uit het district van Rieti die ’s nachts op weg was naar Rome, dat twee goedgebouwde jongemannen op schimmels hem tegemoetkwamen en hem opdroegen te melden dat Lucius Aemilius Paullus de voorafgaande dag koning Perseus had gevangengenomen. Toen hij dit aan de Senaat had verteld, werd hij in de cel geworpen omdat hij met zijn ijdele praatjes de hoogheid en het aanzien van het college had geschonden. Toen echter uit Paullus’ rapport bleek dat hij die dag Perseus inderdaad gevangengenomen had, werd Vatienus uit het gevang bevrijd en werd hem bovendien land en een belastingvrijstelling geschonken.

Een beeldengroep, vervaardigd in de jaren zestig van de tweede eeuw v.Chr., lijkt te horen bij bouwwerkzaamheden van kort na de slag bij Pydna. De beelden zijn te zien in het Antiquarium van het Forum.

Castor en Pollux en hun paarden (Antiquarium Forense, Rome)

Florus, een geschiedschrijver uit de Keizertijd, vertelt dat de Tweelingen in 101 v.Chr. meldden dat Marius de Kimbren had verslagen:

Het Romeinse volk ontving het zo vreugdevolle en zo gelukkige nieuws dat Italië was bevrijd en het imperium gered niet, zoals gewoonlijk, uit mensenhanden, maar, zo moeten we geloven, van de goden zelf. Want op de dag waarop de veldslag plaatsvond, is gezien hoe jongelingen bij de tempel van Castor en Pollux het overwinningsbericht overhandigden aan de praetor.

Na een restauratie in 74 v.Chr. schonk Pompeius de tempel een schilderij van zijn maîtresse Flora. Erg dankbaar betoonden de Tweelingen zich niet, want toen ze in 48 v.Chr. weer verschenen, was het om Pompeius’ nederlaag (en Caesars overwinning) bij Farsalos te melden.

Keizertijd

In 9 v.Chr. brandde het gebouw af, zodat keizer Augustus het moest herbouwen. Dat deed hij graag, want hij wilde de ridderstand zijn militaire rol teruggeven. Het leek Augustus een aardig idee de tempel te laten inwijden door zijn kleinzoons Gaius en Lucius: de zonen van Julia waren, net als Castor en Pollux, onafscheidelijke broers. Helaas stierven de jongens voordat de nieuwbouw was voltooid. Daarom werd de cultusplaats in 6 na Chr. ingewijd door Augustus’ opvolger Tiberius, mede uit naam van diens broer Drusus. Menigeen zal vreemd hebben opgekeken, want Drusus was overleden na een val van zijn paard.

Het hoge platform dat momenteel is te zien, behoort bij deze bouwfase. Daarboven stond het heiligdom zelf, waarvan dus drie opvallende zuilen resteren. Aan de voorkant was een sprekerspodium dat, net als het podium bij het Senaatsgebouw, was versierd met scheepsstevens. De trappen lagen daarom aan de zijkant, tot keizer Septimius Severus de opgang verplaatste naar de voorkant en het sprekerspodium verwijderde.

Onder de tempel waren enkele vertrekken, die waarschijnlijk werden gebruikt door het Romeinse ijkbureau. Andere kamers dienden als kluis. Vóór de tempel stonden de beelden van Castor en Pollux. Volgens Cassius Dio brachten ze keizer Caligula op een idee:

Hij liet de tempel van de Tweelingen op het Forum Romanum in Rome in tweeën delen door er dwars doorheen een ingang naar zijn paleis te maken, midden tussen de twee standbeelden door. Op die manier, zei hij steeds, konden de Tweelingen als zijn poortwachters fungeren.

De bron van Juturna

Misschien nog interessant om te weten: in de omgeving van de tempel van Castor en Pollux bevinden zich de Bron van Juturna, waar de Tweelingen hun paarden steeds drenkten, het christelijke Oratorium van de Veertig Martelaren en de Santa Maria Antiqua. Ze zijn alle drie jarenlang niet te bezichtigen geweest, maar inmiddels wel. Ik heb ze twee jaar geleden voor het eerst gezien en het was het wachten waard: de fresco’s zijn adembenemend mooi.

Deel dit:

5 gedachtes over “Castor en Pollux in Rome (2)

  1. Debby Teusink

    De afbeelding van de tempel op de Forma Urbis is volgens Carandini e.a., niet de tempel van Castor op het Forum Romanum, maar die van de aedes Castoris in Circo. Circo verwijst hier naar het Circus Flaminius op het Marsveld, pal naast de Tiber gelegen. De vierkante structuur rechtsonder zou, met heel veel slagen om de arm, de mythische aanlegplek van Aeneas kunnen zijn. net zoals de hut van Romulus een klein heiligdom, nogmaals volgens Carandini.

  2. Debby Teusink

    Voorts, op basis van de archeologische data was de tempel ten tijde van Septimius Severus, een octastyl tempel en niet zoals op de afbeelding hexastyl.
    De Forma Urbis is overigens anders gepositioneerd dan onze landkaarten namelijk zuid boven en noord onder. Ook hieruit blijkt dat de tempel in kwestie, niet die van Castor en Pollux op het forum kan zijn.

  3. FrankB

    “enkele vertrekken, die waarschijnlijk werden gebruikt door het Romeinse ijkbureau”
    Nou ben ik voor de tweede keer deze week heel nieuwsgierig geworden. Wat weet je hiervan?

  4. Dirk Zwysen

    Latijnse auteurs vermelden het zegebulletin van de Dioscuren niet. Livius ziet, omdat het moeilijk in zijn geschiedwerk past, zelfs geen Tweeling op het slagveld, al kent Cicero die traditie wel. In het fantastische “Het Forum Romanum, stenen en stemmen” schrijven Cuyt en Verweij dat de Grieks schrijvende Dionysios dit wellicht toevoegde omdat het paste in zijn neiging de Romeinse geschiedenis te vergrieksen.
    De tempel was tijdens de woelige laatste jaren van de Republiek een ideale uitvalsbasis voor oproerkraaiers omdat de toegang tot het podium gemakkelijk te verdedigen was.
    Omdat het heiligdom vaak “tempel van Castor” werd genoemd hoewel het aan beide godenkinderen was gewijd, zuchtte Bibulus, collega-consul van Caesar, dat het hem net zo verging als Pollux, nu de mensen spottend spraken van het consulaat van Gaius en Caesar.
    Ik weet niet meer waar, maar ik las ergens dat de tempel van Ceres op de Aventijn terzelfdertijd werd opgericht en door het plebs als hun tegenhanger van de aristocratische tempel op het Forum werd beschouwd.

Reacties zijn gesloten.