Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Lees verder “Een metafoor voor het verleden”

Het apocalyptisch zegel

Zegel met de tekst “MNHMONEYE MOY” (“denk aan mij”; Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Openbaring van Johannes is een opstapeling van mystieke beelden. De visionair ziet God op zijn troon in de hemel, omgeven door wonderlijke wezens. God geeft een verzegelde boekrol aan een met messiaanse titels aangeduid Lam, dat de zegels kan verbreken. Bij het verbreken van de eerste vier verschijnen de beroemde ruiters van de apocalyps, die de vreselijkste dingen brengen naar de aarde. Het vijfde zegel gaat open en Johannes ziet de zielen van de martelaren, die God vragen hoe lang ze nog moeten wachten tot hun bloed zal worden gewroken. Ze krijgen te horen dat ze nog even moeten wachten tot er voldoende martelaren zijn. Zegel zes: natuurrampen.

Kortom, de Jongste Dag is aangebroken. De aarde vergaat en het is de vraag wat er met de mensen zal gebeuren. En dan is er ineens een pauze.

Lees verder “Het apocalyptisch zegel”

Naufragium: schipbreuk bij een paardenrace?

Een “naufragium” (Palazzo Trinci, Foligno; © Wikimedia Commons | Gebruiker JoJan)

Wie moderne literatuur over paardenrennen in de Romeinse tijd leest, ziet steeds weer dat een schrijver de val van een strijdwagen een naufragium of ‘schipbreuk’ noemt. Geen enkel Latijns woordenboek vermeldt echter deze betekenis, zelfs de Thesaurus linguae Latinae niet in het lemma naufragium. Voor dit lemma heeft Marijke Ottink alle citaten van het woord naufragium uit de Oudheid gecontroleerd. Waar stoelt de bewering dat een valpartij een naufragium heette dan op?

Inscripties

In een paar inscripties staat vermeld dat iemand is omgekomen bij een schipbreuk. De volgende inscriptie gaat over een soldaat die gelegerd was in Britannia en geen centurio meer kon worden omdat hij omkwam bij een schipbreuk (naufragio).

[ ̣ ̣ ̣]
opt[i]onis ad spem
ordinis (centuria) Lucili
Ingenui qui
naufragio perit
s(itus) e(st)

…een adjudant in de centurie van Lucilius Ingenuus in afwachting van promotie tot centurio, die omkwam bij een schipbreuk, is [hier] begraven. (RIB 544)

Lees verder “Naufragium: schipbreuk bij een paardenrace?”

De sleutels van het Koninkrijk

Twee Romeinse sleutels (Museo civico archeologico, Milaan)

Een van de vermoedelijk bekendste passages uit het Nieuwe Testament is dat Jezus aan Simon, een van de Twaalf, zegt dat hij voortaan Petrus zal heten, de Rots, en dat hij op deze rots zijn kerk zal bouwen. Hier zijn Jezus’ woorden, zoals weergegeven door de evangelist Matteüs, in de laatste versie van de Nieuwe Bijbelvertaling:

Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn. (Mt 16.18-19)

Een en ander wordt wel uitgelegd als zou Petrus zijn aangewezen als leider van de christenen. Zeker de pausen in Rome hebben deze uitleg niet tegengesproken. Voor hen is het de basis van hun gezag. Ze waren echter bepaald niet de enigen die zich van de metafoor bedienden.

Lees verder “De sleutels van het Koninkrijk”

De Bergrede (8): het zout der aarde

Haliet (Museum van Kleef)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:

Jullie zijn het zout van de aarde.

Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting: zijn volgelingen moesten zich onderscheiden door goede daden. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.

Lees verder “De Bergrede (8): het zout der aarde”

De Bergrede (5): de lichtmetafoor

Lamp op een standaard (Museum van Limassol)

Tijd om het weer eens over de Bergrede te hebben, en dan meer in het bijzonder over de lichtmetafoor. Die is te vinden in het bruggetje tussen enerzijds de Zaligsprekingen waarmee de toespraak begint en anderzijds de door Jezus voorgestelde uitwerking van de Wet van Mozes (zoals zijn oordeel over het afleggen van eden). Nadat Jezus het heil heeft aangekondigd voor wie huilt, hongert naar gerechtigheid, wordt vervolgd of anderszins ellende ondervindt, maar voordat hij uitlegt dat ze naar volmaaktheid moeten streven, houdt hij zijn publiek voor:

Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Mt 5.14-16; Nieuwe Bijbelvertaling)

Lees verder “De Bergrede (5): de lichtmetafoor”

Hoe leg je een mythe uit?

mythen

Dat er aan kwakhistorici nooit gebrek is, heeft als voordeel dat we inmiddels genoeg voorbeelden hebben om systeem in de waanzin te herkennen. Eén karakteristiek is gebrek aan kennis van de hermeneuse, de wetenschappelijke methode om de bij de uitleg van oude teksten onvermijdelijke subjectiviteit te minimaliseren. Wanneer een kwakhistoricus een antieke tekst leest, interpreteert hij die strijk en zet naar zijn eigen theorie toe.

Vooral antieke mythen lenen zich voor zulke mishandeling. Er zijn er véél, ze zijn overgeleverd in varianten en er is zelden een onloochenbare boodschap. Een kwakhistoricus kan er daardoor altijd wel iets van zijn gading in vinden. Een vraag die hij dan doorgaans niet stelt, is of de gekozen uitlegmethode in de Oudheid wel heeft bestaan – of, met andere woorden, de Grieken hun wonderlijke collectie verhalen wel zouden hebben gelezen op de manier waarop de kwakhistoricus ze wil uitleggen. Wie negeert hoe antieke verhalen op hun onmiddellijke publiek zijn overgekomen, is echter als iemand die ergens naar luistert maar alleen hoort wat hij horen wil. Lees verder “Hoe leg je een mythe uit?”

“Ruinenlust”

Nederland, zo lees ik, maakt zich op voor een zuidenwind die Saharazand met zich meebrengt. Dat is goed nieuws voor de ramenwassers, maar ik geloof dat het verder niet veel zal uitmaken. Op Sicilië is dat wel anders. Daar neemt de wind wel vaker poederzand mee, dat vervolgens de monumenten kaal slijpt.

De bovenstaande foto maakte ik in Eraclea Minoa, de ruïne van een oude Griekse stad in het zuidwesten van Sicilië. De banken van het theater zijn door de winderosie vrijwel weggevreten, en het theater is daarom geplaatst onder een metalen afdak om verdere schade te voorkomen.

Lees verder ““Ruinenlust””

Beeldspraken en manipulatie

Het Sociaal en Cultureel Planbureau is niet optimistisch over de toekomst, zo lees ik. Er zouden “donkere wolken boven ons land” hangen. Er zijn beeldspraken die je nooit mag gebruiken, en dit is er daarvan een. Dit is geen beeld, dit is clichéoverlast.

De kwestie is heel simpel. Wolken zijn een natuurmetafoor. Ze suggereren dat dingen even onvermijdelijk zijn als het weer. Maar de problemen waarin ons land zich bevindt, hebben noch iets natuurlijks, noch iets onvermijdelijks. Er zijn welbewuste keuzes gemaakt – we verlagen de belastingen, we liberaliseren de markten, we privatiseren de nutsbedrijven, we geven mensen die vóór 1960 zijn geboren een korting op de aflossing van hun studiefinanciering en vullen het gat op de onderwijsbegroting met een hogere rente voor mensen die zijn geboren na 1960.

Lees verder “Beeldspraken en manipulatie”

Orwelliaans taalgebruik

George Orwell

Taal heeft zijn eigen logica. Of beter: gebrek daaraan. Wanneer we het hebben over “Orwelliaans taalgebruik” bedoelen we Newspeak, de welbewuste beperking van de taal die wordt nagestreefd in de dystopische samenleving van Orwells beroemde satire 1984. Het echte taalgebruik van de Britse journalist George Orwell (1903-1950) was precies het tegengestelde.

Orwell was een verklaard tegenstander van politieke invloed op de taal. In zijn in 1946 gepubliceerde essay Politics and the English Language verwoordt hij zijn eigen gedachten over het onderwerp. Hij benadrukt precisie en duidelijkheid, en beargumenteert dat vaagpraterij een geweldig middel is voor politieke manipulatie – precies dat wat wij nu “Orwelliaans” noemen. Hij biedt zes nuttige tips om de taal te redden uit de klauwen van politici:

Lees verder “Orwelliaans taalgebruik”