
Zoals ik in gisteren vertelde, had koning Richard Leeuwenhart in 1191 Cyprus veroverd maar kon hij het niet beheren. Ook de Tempeliers zagen er geen brood in. Uiteindelijk overhandigde Richard het eiland nu aan zijn bondgenoot Guy van Lusignan, die u zich misschien herinnert uit een eerder blogje. De koning van Jeruzalem had in 1187 de slag bij Hattin verloren en had zijn stad moeten afstaan aan Saladin. Cyprus was een mooie compensatie voor Guys verloren koninkrijk. Na zijn dood in 1194 – hij werd begraven in Nicosia – kwam het eiland in handen van zijn broer Amalrik van Lusignan.
Deze twee koningen heersten allebei officieel ook in Palestina, al waren hun bezittingen gereduceerd tot de kuststrook. Hun afstammelingen regeerden alleen op Cyprus, dat onder Hugo I (r.1205-1218) en Hendrik I de Dikke (r.1218-1253) tot rust kwam. Bijvoorbeeld door een verdrag met de Seljukische Turken, waardoor beide partijen handel konden drijven. Deze twee vorsten waren allebei jong aan de macht gekomen, maar de familie Ibelin, die uit Palestina was meegekomen naar Cyprus, leverde capabele regenten die bijvoorbeeld wisten te verhinderen dat keizer Frederik II de macht overnam op Cyprus.

Hij verwierf wel de gebieden in Palestina en werd gekroond als koning van Jeruzalem. De vorsten van Cyprus zouden nog wel aanspraak blijven maken op de havensteden: koning Hendrik II (r.1285-1324) werd nog tot koning van Jeruzalem gekroond, maar na de val van Akko in 1291 betekende die titel niets meer. Een laatste poging om met de Mongolen samen te werken tegen de Mammelukse dynastie in Egypte, leverde niets op – behalve revanchisme in Egypte. Het koninkrijk Cyprus bestond vooral uit Cyprus, al verbleef de Latijnse patriarch van Jeruzalem nog een eeuw op het eiland.
De Late Middeleeuwen
Ondertussen kreeg Cyprus zijn laat-middeleeuwse gezicht. De machtsovername van Byzantium naar Lusignan was onrustig verlopen en veel mensen waren gevlucht. De Latijnse christenen waren vertrokken naar havensteden als Famagusta en Nicosia, terwijl de Grieks-orthodoxe gelovigen in het binnenland woonden. Hoewel de Latijnse kerk oppermachtig was, bleef de orthodoxe aartsbisschop staan aan het hoofd van de onafhankelijke (“autokefale”) Cypriotische kerk. Het is uit deze tijd dat de mooie Latijnse kathedralen en kloosters en Griekse kerkjes stammen die ik noemde aan het begin van mijn vorige blogje.

Zoals alle kruisvaarderstaten had ook het koninkrijk Cyprus een Latijnse elite, die voor contact met West-Europa was aangewezen op kooplieden uit Italië. En zoals altijd waren de uitgaven van de vorsten groter dan hun inkomsten, zodat ze steeds afhankelijker werden van leningen. De economie van Cyprus raakte in de veertiende eeuw meer en meer aangewezen op kooplieden uit Genua. Er waren ook andere bronnen van inkomsten. Koning Peter I verleende bijvoorbeeld aan horigen het recht zich vrij te kopen. De oostelijke stad Famagusta bloeide op als de plaats waar de handel met het oosten zich concentreerde.
Diminuendo
Hoewel er alternatieven waren, kregen de Genuezen steeds meer invloed. Famagusta viel in 1372 in hun handen. De koning had steeds minder invloed en werkte samen met de Staten-Generaal, maar het koninkrijk raakte in verval. Paulus Tagaris, de grootste zwendelaar uit de Byzantijnse geschiedenis, zag het eiland als werkterrein en zou zelfs Jacobus I tot koning zalven.
In 1426 versloegen de Mammelukken koning Janus bij Chirokitia, waarna het eiland tribuut ging betalen aan de heersers van Egypte. In de volgende halve eeuw verloren de Lusignan-koningen steeds meer gezag en in 1489 zag koningin Catharina zich gedwongen het eiland te verkopen aan de Venetianen. Zij bouwden de imposante stadsmuren van Nicosia en Famagusta.

In 1570 vielen de Ottomaanse Turken het eiland aan met een leger van ruim 50.000 soldaten. De Venetiaanse garnizoenen in Famagusta en Nicosia boden weerstand, maar het was vergeefs. Het bloedbad dat ze na de bezetting van het eiland aanrichtten onder de christelijke bewoners, was verschrikkelijk en gaf de Venetianen een argument waarom de christenen zich teweer moesten stellen in de Heilige Liga (die een jaar later de zege bij Lepanto boekte). De Latijnse elite van Cyprus ging ten onder en een islamitische elite trad aan. Een nieuwe fase in de geschiedenis van Cyprus was begonnen.
PS
Ik organiseer van 1 tot en met 9 september een reis naar Cyprus, dat niet alleen interessant is maar ook mooi. U vindt hier meer informatie.

De Nibelungen
Geliefd boek: 1491
Van neghen den besten
“De machtsovername van Byzantium naar Lusignan was onrustig verlopen”
Dat je het over ‘Byzantijnen’ en ‘het Byzantijnse Rijk’ hebt kan ik ergens nog wel begrijpen, al blijf ik het een verouderd begrip gestoeld op slecht gebruik vinden.
Maar ‘Byzantium’? Dat wordt wel echt anachronistisch.
“De Latijnse christenen waren vertrokken naar havensteden als Famagusta en Nicosia.” Had Nicosia dan een bruikbare rivierhaven?
Ben je op je vakantie net aan het lezen over de geschiedenis van Venetië met onder andere de strubbelingen op Cyprus met de Lusignan familie en dan ga je overnachten op een camping in … Lusignan. Dat blijkt nu een dorp te zijn in de Poitou. Er moet een heel groot kasteel hebben gestaan, ik vermoed de oorsprong van de Lusignans, maar daar is niets meer van over, behalve een bordje wat de plaats aanwijst. Er is in het dorp alleen nog maar een kerk, een overdekte marktplaats en de restanten van een poort in de wallen te zien. En dus een mooie camping aan de rivier met een uitzicht op een spoorbrug.