Suske, Wiske en België

De weg naar volwassenheid voltrekt zich in drie stappen: eerst Suske en Wiske, dan Kuifje en tot slot Guust Flater. Over Hergés Kuifje is meer dan genoeg geschreven, Guusts Franquin geldt als een van de allergrootste striptekenaars aller tijden (net als Hergé), maar Suske en Wiske lijken stiefmoederlijk bedeeld. Er is een biografie van Willy Vandersteen, maar ik heb niet de indruk dat er heel veel over het stripverhaal zelf is gepubliceerd. Misschien wel omdat de reeks rode boekjes – hoeveel zouden het er inmiddels zijn? – steeds commerciëler werd. Elke zoveel weken verscheen er een nieuw album en de kwaliteit nam af. Dat zag ik als kind al.

Maar toch hè. De rode (en soms blauwe) albums brengen, denk ik, bij iedereen mooie herinneringen boven. Je zat zorgeloos in een hoek te lezen en maakte een avontuur mee in een ver land, vaak spannend, altijd grappig, nooit echt eng, en met een mooi einde. Ik weet dat Kuifje een meer literair karakter heeft. En wie zich niet identificeert met Guust is geestloos. Maar ik weiger het minder ambitieuze Suske en Wiske belachelijk te vinden. Ik ben daarom blij dat er nu een charmante essaybundel is: Liza Noteris (red.), België door de ogen van Suske en Wiske (2024). Een leuk boek! Er zitten geweldige essays in.

Feminisme en milieuactivisme

Diane Broeckhoven opent met een beschrijving van de aanvankelijk traditionele moraal van de eerste albums. Misschien sullig, maar het waren nu eenmaal de jaren vijftig en zestig. Mooie observatie: veel verhalen

kwamen traag op gang met overzichtelijke huiselijke taferelen die zich veelal aan de ontbijten afspeelden … Pas als iedereen gewassen, gekleed en gevoed was, brak de tijd aan voor suspens, dreiging en verre reizen.

Ondertussen zijn het vanzelfsprekend de mannen die denken dat zij de baas zijn, terwijl het voortdurend de vrouwen zijn die de beslissingen nemen. En er zijn meer ondermijnende aspecten. Sarah Van Bouchaute wijst op Sidonia. Iemand die – omdat ze geen moeder is van Wiske en helemaal geen familie is van Suske – een vrije opvoedingsstijl kan hanteren. Een meesterzet van Vandersteen: zo kun je tenminste een avonturenstrip maken.

Misschien is Sidonia geen feministisch archetype, maar ze neemt in De beminde Barabas wel het loodgieterswerk over van Lambik, die een tijdje de huishouding doet. De rolomkering is vooral bedoeld om te laten lachen, maar evengoed pikt de jonge lezer er wel het een en ander van op. Ik moest denken aan de het rustig voortkabbelende feminisme in Jan, Jans en de Kinderen. Conservatief, zeker, maar daarom nog niet onrealistisch.

Verschillende auteurs in België door de ogen van Suske en Wiske attenderen op Vandersteens vroege inzet voor de milieubeweging. In De toornige tjiftjaf maakt hij zich op voor een verbod op de vogeljacht, geruime tijd voordat het een politiek thema werd. Denk ook aan De boze boomzalver. Natuurlijk, humor staat voorop, en met namen als meneer G.Roenvreter is die humor niet eens al te grappig, maar het punt over natuurbescherming is gemaakt – en vroeg.

Conservatisme

Ondertussen is het conservatisme van Vandersteens vroege werk soms – althans in onze ogen – weerzinwekkend. De “zwartjes” in Congo, dat overigens Bongo heet, zijn natuurlijk kannibalen. “Stereotypes genoeg,” oordeelt Walter Zinzen, “maar racisme? Neen.” De schoft in De vliegende aap is een blanke en de eerste zwarte die Suske en Wiske ontmoeten is allervriendelijkst.

Als ik me een generalisatie permitteren mag over de Vlaamse volksaard, wat dat ook moge wezen: Vandersteen is precies zo conservatief als zijn Vlaamse lezer. Hij volgt de autoriteiten maar heeft een kritisch oordeel, is daarover niet al te open en trekt feitelijk zijn eigen plan. Het is een bedachtzaam conservatisme dat het gezag erkent maar er vaker dan in Nederland om lacht.

De autoriteiten zijn bij Suske en Wiske vaak lachwekkend. Erika Vlieghe herinnert eraan dat Vandersteen zich bijvoorbeeld nogal sceptisch betoont over artsen. De pillenslikkende Krimson is een commentaar op het gemak waarmee in Vlaanderen medicijnen te krijgen waren. Scepsis is er ook over de wetenschap: die is geweldig (gyronef, teletijdmachine…) maar in De sprietatoom vernietigt Barabas zijn laboratorium om misbruik van zijn uitvinding te verhinderen. Dat elk album van Suske en Wiske wel een sneer naar politici bevat, kan geen enkele lezer zijn ontgaan. De voornaamste autoriteiten uit het menselijk leven, vader en moeder, ontbreken geheel.

Naoorlogs België

Alles keert in België door de ogen van Suske en Wiske terug. De Taalstrijd natuurlijk. Het is geen toeval dat nuffige mensen gallicismen bezigen en dat de Zwarte Madam “gardavoe” als krachtterm gebruikt. De koningskwestie vinden we met name in De stalen bloempot, maar ook de terugkomst van een koning in Lambiorix zal de lezers aan het denken hebben gezet. De relatie tot Nederland komt aan bod in een essay van Koen Maas. Vandersteen paste de strips aan de grote markt aan en liet zijn helden, na een aantrekkelijk aanbod, vliegen met de KLM in plaats van de Sabena, zoals Geert De Weyer documenteert in “De sluimerende sluikreclame”. En ook: Vandersteens relatie tot zijn concullega Marc Sleen komt aan bod, beschreven door Noël Slangen.

Habsburgers

De meeste auteurs in de bundel hebben een hang naar de vroegere verhalen, die mijns inziens ook beter zijn. De latere essayauteurs hadden de pech dat ze kwalitatief goede stukken schreven, maar regelmatig informatie herhaalden die al gegeven was, zodat hun essays net wat minder fascineerden.

Het mooiste essay vond ik dat van Vincent Scheltiens Ortigosa, die wijst op Vandersteens liefde voor de Habsburgse Nederlanden. Het is een grote (en terechte) lofzang op Het Spaanse spook, waarin ook Vandersteens liefde voor Pieter Bruegel aan bod komt. Grappig genoeg laat Scheltiens onvermeld dat in Het Spaanse spook Brussel een Vlaamse stad is – iets wat historisch accuraat is maar daarom nog geen onschuldig detail.

Het thema van de buitenlandse bezetter, de vreemde overheerser, verwierf in de negentiende eeuw een belangrijke plaats in het natievormend narratief van de prille Belgische staat.

En een schitterende observatie:

Het verzet dat Suske, Wiske en Lambik plegen tegen de Spaanse bezetter vertoont op een aantal vlakken verwantschap met een genre dat van oorsprong Spaans is en eind zestiende en vroege zeventiende eeuw tot bloei kwam: de novella picaresca of schelmenroman.

Die zit. En zo zijn er meer essays, zoals Gert Doormans observaties over de midlife-crisis van Vandersteen: de man werkte zo hard dat het onmogelijk is dat sombere maar op dat moment voor hem vanzelfsprekende aannames over het leven, ongefilterd door langdurige reflectie, hun weg zouden vinden naar wat donkerdere verhalen als De spokenjagers, De stemmenrover en De duistere diamant.

Kortom. België door de ogen van Suske en Wiske is een bundel die u lezen moet als u van Suske en Wiske houdt, of van België, of van allebei.

Deel dit:

3 gedachtes over “Suske, Wiske en België

  1. Dirk Zwysen

    Rake observaties, ook over de milde rebellie van de Vlaming. De vroege albums zijn de beste, met een hoogtepunt in de Blauwe Reeks. Omdat die voor het weekblad Kuifje werd getekend, moesten de personages minder volks. Suske was immers oorspronkelijk een straatkind uit ersatz-Antwerpen Amoras, dat helemaal los ging op de kreet “Seefhoek vooruit!”. Lambik is in de blauwe albums minder dwaas, Jerom (de krachtpatser wiens onkwetsbaarheid in de weg zit van een spannend verhaal) is afwezig. Het Spaanse Spook, de Tartaarse Helm, de Schat van Beersel…prachtverhalen!

    Minder bekend in Nederland (onverdiend) is Jommeke. Die was echt te Vlaams voor de Nederlandse markt, denk ik. Jommeke groeit wel op met een vader en moeder, wat hem niet belet om regelmatig de deur dicht te trekken met “Moeder, vader, ik ben naar Amerika voor drie weken.” Pretentieloze avonturen voor jonge kinderen, al kunnen oudere lezers ook de humor smaken die Jef Nys er bij monde van papegaai Flip in brengt. Persoonlijke favorieten zijn “Jommeke in de knel”, “De koningin van Onderland” en “Het piepend bed”. Enkele jaren terug kwam een huldealbum uit, waarin de auteurs Jommeke in de miserie brengen omdat de fiscus achter de schatten aanzit die hij op zijn avonturen vergaarde: https://www.stripweb.be/nl-nl/jommeke-door-jelle-de-beule-jomme-in-de-knel-en-de-penarie

  2. Ik vond S&W een mengeling van prachtige avonturen (De Bronzen Sleutel, prachtig), minder aan mij (als kind) aanbesteedde politieke pamfletten (De Dulle Griet), wat mindere snelle verhalen rond de hoofdfiguren zelf (De Wilde Weldoener) en en platte reclamefolders waar een streek of zo gepromoot moest worden (die over Madurodam).
    De meeste albums waren in de klassieke ‘platte’ stijl (Wiske met sprietjeshaar), maar af en toe was er een ‘luxe’ stijl gehanteerd (Wiske met blonde krullen).
    afwisselend.
    Kent u ‘Bessy’ nog? Of de Rode Ridder?

  3. Dirk Zwysen

    Wiskes krullen komen voor in de Blauwe Reeks, nog een aanpassing om de volkse figuren aan te passen aan de smaak van Hergé en de lezers van het weekblad Kuifje.
    Over de Rode Ridder is het hier eens gegaan enkele jaren geleden. Dat was als kind mijn favoriete reeks. Begonnen als ridderromans in stripvorm evolueerde die onder Biddeloo naar fantasy en sciencefiction. Ze loopt nog steeds. De jonkvrouwen zijn wel wat minder gekleed dan vroeger. Bessy leek wel de Rode Ridder in het Wilde Westen. Vandersteen leverde ook strips af met Winnetou en Old Shatterhand en de reeks Judi, waarin het hoofdpersonage verschillende oudtestamentische verhalen meemaakt. Wij hadden thuis die over Sodom en Gomorra en Exodus. Vond ik heel indrukwekkend.

Reacties zijn gesloten.