Robert Seidel, Jäger

Pieter Bruegel, Jagers in de sneeuw

1

Aan de voet van de heuvel zagen de jagers de brug over de bevroren rivier. Bij de watermolen, waarvan het rad in het ijs tot stilstand was gekomen, trok een meisje haar zusje in een slee over het ijs. Een vrouw liep met brandhout over de brug, klaar om te gaan koken, maar vlees zou ze deze avond niet bereiden. Het enige dier dat de drie jagers die dag aan hun spies hadden geregen, was namelijk een magere vos geweest. Verder waren hun weitassen leeg gebleven. Ietwat terneergeslagen liepen de mannen door de sneeuw terug naar huis.

2

Pieter Bruegel zag de jagers kijken naar de brug en de stilgelegde watermolen. Hij herkende een thema voor een mooi winterlandschap. Als het ging om de moeilijkheden van het menselijk leven, zat hij er nooit naast. Hij begreep dat de schrale maaltijd van de jagers moest contrasteren met het feestmaal in de herberg, dat de vermoeide honden moesten staan tegenover een energieke vogel in de lucht en dat de schaatsenrijders geen acht mochten slaan op de ellende van een schoorsteenbrand.

Lees verder “Robert Seidel, Jäger”

De Val van Icarus

“Over het lijden zaten ze er nooit naast, de Oude Meesters”, zoals Auden schreef over een van ’s werelds mooiste schilderijen. Maar museumconservatoren kunnen er behoorlijk naast zitten: ik lees net dat is gebleken dat “De Val van Icarus” niet is geschilderd door Pieter Bruegel. Dat hebben onderzoekers vastgesteld, maar veel details worden niet gegeven. Het berichtje in De Morgen bevat alleen de conclusie: “Materiaalonderzoek toont onder meer aan dat … het originele doek van rond 1600 dateert. Bruegel stierf in 1569.”

Gek genoeg verandert dat iets, zoals het ook uitmaakt dat “De Man met de Gouden Helm” niet is geschilderd door Rembrandt. Welbeschouwd zou het met schilderijen zo moeten zijn als met romans, dat het niet uitmaakt wie de maker is, maar ik voor mij ervaar dat anders. Bizar.

Lees verder “De Val van Icarus”

Auden, Musée des Beaux Arts

Breugel, Volkstelling te Betlehem

About suffering they were never wrong,
The Old Masters; how well, they understood
Its human position; how it takes place
While someone else is eating or opening a window or just walking dully along;
How, when the aged are reverently, passionately waiting
For the miraculous birth, there always must be
Children who did not specially want it to happen, skating
On a pond at the edge of the wood:
They never forgot
That even the dreadful martyrdom must run its course
Anyhow in a corner, some untidy spot
Where the dogs go on with their doggy life and the torturer’s horse
Scratches its innocent behind on a tree.

Breughel, De Val van Icarus

In Breughel’s Icarus, for instance: how everything turns away
Quite leisurely from the disaster; the ploughman may
Have heard the splash, the forsaken cry,
But for him it was not an important failure; the sun shone
As it had to on the white legs disappearing into the green
Water; and the expensive delicate ship that must have seen
Something amazing, a boy falling out of the sky,
Had somewhere to get to and sailed calmly on.

H.W. Auden