De tijd in het jodendom

De synagoge van Sepforis

“Hoe laat is het in de Oudheid?”: dat is de vraag waarmee de Groningse onderzoeker Arjen Bakker op donderdag 4 april in de Groningse synagoge een lezing begon. Hij gebruikte die vraag om aan te geven dat de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. niet alleen een belangrijke datum vormt in de joodse geschiedenis, maar dat die datum tegelijkertijd onderdeel was van een al eerder ingezet proces van nadenken over tijd.

Voor ons begrip vormen de Dode Zee-rollen, met daarin allerlei versies van de joodse Bijbel en tal van andere joodse teksten, ouder dan de gangbare Bijbelse canon, belangrijk bewijsmateriaal Er zijn ook joodse kalenders bekend en – misschien verrassend – er valt informatie te ontlenen aan de mozaïekvloeren van de synagogen.

De indeling van de tijd

De eerste vraag is natuurlijk hoe je de tijd verdeelt. Dat gebeurde, zoals in de Oudheid (en nog steeds) gebruikelijk, aan de hand van de hemellichamen. Er waren dagen en nachten, gebaseerd op de zichtbaarheid van de zon, en de dagen werden geordend in maanden gebaseerd op de schijngestalten van de maan. Men hield twaalf maanden aan in de zon-maan-cyclus, maar zonder schrikkelen gaan de maanden enorm verschuiven ten opzichte van de seizoenen. Vandaar dat de Dode Zee-rollen discussies bevatten over de juiste kalender.

Belangstelling voor de tijdrekening is gedocumenteerd in allerlei teksten, zoals de Dode Zee-rol die bekendstaat als 1Q11 Psalmen: een hymne op de Schepper. De strekking is dat de wijsheid van de schepping de schepping van het licht voorbereidt. Ook zijn er in deze hymne zingende engelen die we mogen associëren met de morgenstond. Later komt dit element terug in de vaste joodse liturgie.

Dode Zee-rol 1QS bevat de Gemeenschapsregel, waarin voorschriften staan voor een joodse sekte. Daarin speelt de zon-maan-cyclus een belangrijke rol, inclusief de momenten van de equinox en de zonnewende. De opeenvolging van dag en nacht wordt gemarkeerd door gebeden. Verder gaat de Gemeenschapsregel in op de dagen van de week, de jaarlijks terugkerende feestdagen, de sabbatsjaren en de jubeljaren. De kalender veronderstelt dus kennis van de hemellichamen.

En dan is er 1Q17-18, met het apocriefe boek Jubileeën, waarin veel aandacht is voor de kalender. Die kent precies 364 dagen, wat deelbaar is door het heilige getal 7. Het voordeel van deze kalender is dat de feestdagen altijd op dezelfde weekdag vallen.

De vierde-eeuwse synagoge van Hammat Tiberias biedt ook interessante informatie. Op het vloermozaïek staan afbeeldingen van de dierenriem, de vier seizoenen en de zon. Die deelt de iconografie van Sol Invictus, de “onoverwonnen zon”. De maan speelt hier geen enkele rol. Uit dit mozaïek en ook uit de laatantieke joodse literatuur blijkt dat men nadacht over de beweging van en de structuur van de kosmos.

Het verleden

De auteur van Klaagliederen, een tekst uit de zesde eeuw v.Chr., blikt terug op de verwoesting van de tempel door de Babylonische troepen, en bidt “Doe ons thuiskomen en laat ons terugkeren, hernieuw onze dagen zoals vroeger”.noot Klaagliederen 5.21. Dit vers kon natuurlijk ook worden toegepast op de volgende verwoesting, die van 70 na Chr.

De auteur van Klaagliederen gebruikt hier het woord qedem, dat letterlijk “vooruit” betekent, maar ook gehanteerd wordt om “vroeger” aan te duiden. Vroeger is hier de tijd van vóór het grote verdriet om de verwoesting van de tempel. Tijd is, wanneer we een passage over een verleden verwoesting toepassen op een latere verwoesting, geen lijn, maar een cyclus; evenzo is er sprake van een herhaling als we nu terugblikken met woorden van vroeger.

Dat blijkt ook uit de iconografie. De synagoge van Sepforis, die dateert uit de vijfde eeuw na Chr., bestaat uit een rond mozaïek met de vier seizoenen, de dierenriem en de zonnegod in zijn vierspan. Er zijn daarnaast taferelen te zien uit de tempel, onder andere stieren, de offertafel en de verschillende andere tempel-accessoires. De vijfde-eeuwse bezoekers hernieuwden zo als het ware “de dagen zoals vroeger”.

Het geheim van de tijd

Denkend over tijd kan het gaan over de indeling en over het verleden, maar je kunt ook het verschijnsel trachten te doorgronden. Met een woord van Prediker: “Wat was, is ver weg en diep, zeer diep, wie kan het vinden?”noot Prediker 7.24. Diverse andere teksten documenteren dat kennis van het wezen van de tijd moeilijk te verkrijgen is, tenzij door openbaring. Uit de Gemeenschapsregel: “Uit de bron van zijn kennis heeft Hij mijn licht geopend”.

Het denken over de tijd hangt, omdat het nadenken is over de Wet van Mozes, samen met het denken over goed en kwaad. Dat herkennen we in de synagoge van Ein Gedi, waar de mozaïeken dateren uit de vijfde eeuw. De weergave van de twaalf maanden van de joodse kalender wordt hier gecombineerd met een opsomming van de eerste tien generaties vanaf Adam, plus de drie aartsvaders: de indeling van de tijd dus en tijd als het verleden. Maar we zien ook Daniël en zijn drie vrienden, die gevieren in de vurige oven staan. Daar wordt tijd verbonden met begrip van de Wet en kennis van goed en kwaad.

Conclusie

De kalender heeft een relatie met de kosmos. Door het herbeleven van vroeger tijden, waarin op onheil herstel volgde, kan een mens weer nieuwe hoop krijgen. Tijd is immers geen lijn, maar een cyclus. Het verleden kan zo perspectief bieden op het heden.

Omdat de thema’s uit de Dode Zee-rollen aansluiten op de laatantieke iconografie, documenteren ze ook een vorm van continuïteit in de joodse religie. Die begint dus vóór de canonisering van de Bijbel, de Mishna, de Talmoed en andere joodse geschriften.

Literatuur

Arjen Bakker, The Secret of Time: Reconfiguring Wisdom in the Dead Sea Scrolls (2023)

[Een gastbijdrage van Alie van Arragon. Dank je wel Alie!]

Deel dit:

2 gedachtes over “De tijd in het jodendom

Reacties zijn gesloten.