Overgeleverde teksten

Een kopiist voltooit zijn werk

De discussie ging over het doorgeven van antieke verhalen. Het ligt voor de hand dat die veranderden toen ze nog mondeling waren. U kent vast wel het kleuterschoolspelletje waarbij de kinderen in een kring zitten, het eerste kind het tweede kind iets in het oor fluistert dat die moet doorfluisteren aan het volgende kind, en dat als het bericht de kring rond is gegaan, er een totaal andere boodschap is. Doorgegeven verhalen veranderen bovendien ook als ze op schrift staan. Waren er, opperde een van de discussianten, niet ook aanpassingen gedaan aan de Bijbel?

Mondeling overgeleverde teksten

Eerst even iets over dat mondelinge doorgeven. Ik speelde net vals door het te vergelijken met dat kleuterspelletje. Men had destijds namelijk een manier om de informatie accuraat door te geven: poëzie. Alliteratie, ritme en rijm helpen goed om een korte boodschap intact te houden. De Latijnse bezweringsformule pastores pecuaque salva servassis, “herders en vee, bescherm ze”, gaat terug tot het Proto-Indo-Europees en is een millennium of drie mondeling doorgegeven. Daarbij zijn wat aanpassingen gedaan aan de taal, maar het allittererende zinnetje zelf bleef bewaard.

Lees verder “Overgeleverde teksten”

De tijd in het jodendom

De synagoge van Sepforis

“Hoe laat is het in de Oudheid?”: dat is de vraag waarmee de Groningse onderzoeker Arjen Bakker op donderdag 4 april in de Groningse synagoge een lezing begon. Hij gebruikte die vraag om aan te geven dat de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. niet alleen een belangrijke datum vormt in de joodse geschiedenis, maar dat die datum tegelijkertijd onderdeel was van een al eerder ingezet proces van nadenken over tijd.

Voor ons begrip vormen de Dode Zee-rollen, met daarin allerlei versies van de joodse Bijbel en tal van andere joodse teksten, ouder dan de gangbare Bijbelse canon, belangrijk bewijsmateriaal Er zijn ook joodse kalenders bekend en – misschien verrassend – er valt informatie te ontlenen aan de mozaïekvloeren van de synagogen.

Lees verder “De tijd in het jodendom”

Joodse literatuur (3): hellenisme

Blad uit het Leidse Makkabeeënhandschrift

Dit is het derde deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. Ik eindigde het tweede deel met de komst van Alexander de Grote. In de hierop volgende hellenistische periode ondervond het jodendom Griekse invloeden, waar het zich ook tegen afzette.

Vanaf deze periode is de joodse religieuze literatuur niet dezelfde als die van wat tegenwoordig geldt als de Bijbel. De diverse stromingen in het toenmalige jodendom erkenden verschillende teksten als geïnspireerd. Pas in de tweede eeuw na Chr. begon de huidige canon van de joodse Bijbel te domineren.

Lees verder “Joodse literatuur (3): hellenisme”

De messiaanse maaltijd

De eindtijd, zoals afgebeeld in het Bachkovo-klooster. De drie aartsvaders zitten links.

In deze reeks, waarin ik het Nieuwe Testament probeer te plaatsen in zijn joodse context, waren we beland in een al acht maanden durende subreeks over de Bergrede, en daarbinnen zijn we bezig met het Onze Vader. Vorige week kondigde ik aan dat ik zou terugkomen op de bede om het dagelijks brood. Er is geen enkele reden die niet letterlijk te nemen, maar er is vrijwel zeker ook een overdrachtelijke betekenis. Ik schreef

dat het woord dat we als “dagelijks” weergeven, een hapax is, een woord dat slechts één keer in de antieke letteren voorkomt. Het is dus moeilijk om ἐπιούσιος zomaar te vertalen. Mogelijk is het een verwijzing naar een toekomstige maaltijd, als de mensen in de Eindtijd mogen aanschuiven bij een door de messias aangeboden maaltijd.

Lees verder “De messiaanse maaltijd”

De beproeving in de woestijn (2)

De “high place of worship” in Petra

In het vorige stukje presenteerde ik de twee uitwerkingen die Matteüs en Lukas gaven van het simpele zinnetje in Marcus, die had geschreven dat Jezus door de Satan op de proef werd gesteld in de woestijn. De uitwerkingen tonen allebei een gesprek dat bijna lijkt op een spelletje: de duivel daagt Jezus drie keer uit, Jezus geeft lik op stuk met een citaat uit Deuteronomium.

Challenge and riposte

Dit soort gesprekken staat bekend als challenge and riposte. We kennen het goed uit de oude wereld, waarin iemands eer belangrijk was. Dat was iets heel concreets. Een mens had recht op een bepaalde hoeveelheid respect, dat hij in bepaalde situaties kon verliezen. (“Respect” is dus anders dan bij ons, waarin respect iets is dat je verwerft.) Een voorbeeld dat u morgen mooi kunt citeren is het gesprek tussen Julius Caesar en een ziener, die hem had gewaarschuwd op zijn hoede te zijn voor de vijftiende maart. Op die vijftiende maart sneerde Caesar “Nou, die vijftiende maart van je is mooi aangebroken.” Dit is de uitdaging (challenge) van de eer van de ziener. Die is niet uit het veld geslagen: de riposte is “Gekomen maar niet voorbij”. Eer hersteld. De rest is geschiedenis.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (2)”

De Rechte Weg

De Rechte Weg in Damascus

Eind vorig jaar ben ik begonnen aan een reeks waarin ik het Nieuwe Testament doorneem zonder me al teveel te bekreunen om latere christelijke interpretaties, terwijl ik wel probeer uit te vissen wat een Joodse lezer ervan zou hebben gedacht. Ik heb geen idee welke kant die reeks op gaat, maar zolang het denkbaar is dat een oudhistoricus in een boek over Petrus wél de westerse tradities bekijkt maar niet de Aramese uitleg of de joodse context, staat de zin van mijn exercitie buiten kijf. Omdat ik de proloog van het Johannesevangelie, het kerstverhaal volgens Lukas en het begin van het Matteüsevangelie al heb behandeld, vandaag Marcus.

Het tweede en eerste evangelie

In uw Bijbel is Marcus het tweede evangelie, omdat de kerkvader Augustinus meende dat het een uittreksel was van Matteüs, het eerste evangelie. In feite is dit het oudste evangelie. Amerikaanse onderzoekers plaatsen het meestal kort na 70 na Chr. omdat er een voorspelling in staat van de val van Jeruzalem en correcte voorspellingen doorgaans ná de gebeurtenissen worden opgeschreven; Europese onderzoekers denken eerder dat iedereen die de krant las de gebeurtenis kon zien aankomen en plaatsen het evangelie kort voor 70.

Lees verder “De Rechte Weg”

Besnijdenis des Heren

Maria met kind (Catacomben van Priscilla, Rome)

Dat Jezus een Jood was, zal geen weldenkend mens ter discussie stellen. Lukas, wiens evangelie ik de laatste tijd aan het becommentariëren ben, vermeldt dat de baby op de achtste dag door de besnijdenis werd opgenomen in het Verbondsvolk en de naam Jezus kreeg (Lukas 2.21). Het is onmogelijk het belang van deze passage te overschatten. “Wie niet op de achtste dag wordt besneden, is geen kind van het Verbond dat de Heer sloot met Abraham,” lezen we in Jubileeën, “maar behoort tot de kinderen der vernietiging.” De auteur is er overigens ook zeker van dat de engelen besneden waren geschapen.

Het belang van de besnijdenis stond niet ter discussie, maar de rabbijnse literatuur kent wel wat discussie over detailkwesties, waarvan sommige voorspelbaar zijn: mag je bijvoorbeeld een baby besnijden op de sabbat? Ondanks deze kwesties stond niet ter discussie dat, althans voor mannelijke Joden, de besnijdenis de duidelijkste scheidslijn was tussen enerzijds het Verbondsvolk en anderzijds de Grieken en Romeinen. Uit de Griekse en Latijnse bronnen weten we dat de andere bewoners van het Middellandse-Zee-gebied de besnijdenis ook herkenden als een Joodse gewoonte. Lukas presenteert Jezus dus, voor iedereen begrijpelijk, als Jood.

Lees verder “Besnijdenis des Heren”

Misverstand: Ararat

James Irwin (links) zocht op de verkeerde berg naar de Ark van Noach

Misverstand: De Ark van Noach liep aan de grond op de berg Ararat

Elke antieke beschaving kende mythen over het ontstaan van de wereld. In het Babylonische scheppingsverhaal Enuma Elisj werden fasen van opbouw afgewisseld door fasen van verwoesting. Het bekendste voorbeeld van zo’n verwoestingfase is de grote overstroming die een einde maakte aan de pas geschapen mensheid. Alleen de opvarenden van een wonderbaarlijk schip overleefden. De populaire mythe werd al in het derde millennium opgeschreven en werd eindeloos doorverteld. Zo kwam ze terecht in Griekenland, op het Arabisch Schiereiland en in Judea, waar het verhaal werd opgenomen in de Bijbel.

Sommige moderne gelovigen hebben zó veel respect voor hun heilige boek, dat ze in het oosten van Turkije op zoek zijn gegaan naar de restanten van het grote schip, de Ark van Noach. James Irwin (1930-1991), de piloot van de maanlander van de Apollo-15, organiseerde verschillende expedities, zonder iets te vinden; Ron Wyatt (1933-1999) claimde meer succes en zou bij andere gelegenheden ook nog de Toren van Babel, Sodom en Gomorra alsmede de Ark van het Verbond hebben weten op te sporen. Zo zijn er miljoenen dollars besteed aan de zoektocht naar een scheepswrak op de berg die tegenwoordig wordt aangeduid als Ararat. En dat is de verkeerde plek. De Bijbel noemt namelijk geen berg met die naam.

Lees verder “Misverstand: Ararat”

Factcheck: de tempel in Jeruzalem

De Tempelinscriptie uit Jeruzalem (Archeologisch Museum, Istanbul)
De Tempelinscriptie uit Jeruzalem (Archeologisch Museum, Istanbul)

Het relletje vorige maand zal u niet zijn ontgaan: de UNESCO aanvaardde een resolutie over de Tempelberg in Jeruzalem zonder deze zo te noemen. In plaats daarvan werd de naam gebruikt die de Arabieren gebruiken voor de Rotskoepel en Al-Aqsa-moskee: Haram esh-Sharif, “het edele heiligdom”. Op zich een incident waarvan er dertien in dozijn gaan: zichtbaar erfgoed krijgt altijd meer erkenning dan onzichtbaar erfgoed. In ons eigen Delft lijkt het bestuur van de Nieuwe Kerk serieus te denken dat de kerk belangrijker is dan de graven eronder.

Daaruit blijkt weinig begrip voor wat erfgoed nu eigenlijk is en je zou van een erfgoedorganisatie als UNESCO meer inzicht verwachten, maar het is een standaardfout en erger dan dat zou het dan ook niet behoren te zijn. Desondanks reageerde Israël als door een door adder gebeten – en terecht. De Tempelberg is een open zenuw sinds een theorie de ronde doet dat de joodse tempel daar niet heeft gestaan.

Lees verder “Factcheck: de tempel in Jeruzalem”

Joodse literatuur (3)

Jona en de grote vis (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het derde van vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; het eerste is hier.]

De Perzische tijd, van 539 tot 332 v.Chr., zag grote veranderingen binnen de Joodse godsdienst. Het exclusivisme van de Verbondstheologie, waarin één uitverkoren volk op één plaats één God diende, werd bijgesteld. Hoewel de tempelcultus inmiddels was hersteld, bevatten de tijdens de Perzische heerschappij geschreven slothoofdstukken van Jesaja opnieuw beschrijvingen van een nieuw Jeruzalem, waarin de tempel het gebedshuis van alle volken zou zijn. Opnieuw is er het idee van een vernieuwde wereld, waarin in feite de paradijstoestand zal worden hersteld.

Lees verder “Joodse literatuur (3)”