De Thraciërs (2)

De godin Bendis op een panter (Rogozen-schat, Archeologisch museum, Vratsa)

[Dit is het tweede van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Sociale stratificatie

De in het vorige blogje genoemde handel en de exploitatie van goudmijnen zorgden voor rijkdom. En rijkdom schiep sociale stratificatie: koning, adel, krijgers, boeren. Het is geen toeval dat de Odrysen, die het dichtst bij het Perzische Rijk en de Griekse stadstaten woonden, in de vijfde eeuw v.Chr. als eersten een eigen koninkrijk bouwden. Zij hadden de beste mogelijkheden om handel te drijven. Later volgden ook de andere gebieden.

Maar de maatschappelijke verschillen zijn al eerder gedocumenteerd. Toen de Perzen tegen het einde van de zesde eeuw de regio onderwierpen, was er al een archeologisch herkenbare elite die pronkte met Griekse en Perzische voorwerpen. (Ik blogde al eens over de Rogozen-schat, gevonden bij de Triballiërs in het noordwesten, waar een kruikje bij zit waarvan de decoratie lijkt te zijn geïnspireerd door de Perzische leeuw-stier-reliëfs.) Niet dat de Thraciërs zelf geen kunst maakten. In de vorstelijke residenties was emplooi voor edelsmeden. Hun producten zijn aangetroffen in tal van graftombes (tumuli in jargon) en zijn beeldschoon.

Lees verder “De Thraciërs (2)”

Heliogabalus (7): henotheïsme

Heliogabalus (privé-collectie)

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]

Tempelprostitutie, (zelf)castratie, dierentuinen en (heel misschien) mensenoffers behoorden tot de Syrische cultus van Elagabal. Het is aannemelijk dat de auteurs van onze geschreven bronnen deze praktijken verkeerd hebben begrepen en benutten om de keizer gruwelijker te presenteren dan hij was. Desondanks resteert de vraag hoe Heliogabalus’ daden passen in de cultus in het algemeen. Tempelprostitutie en castratie waren aspecten van de cultus van specifieke godinnen – wat was hun relatie tot Elagabal, wat was het grote geheel?

Er is wel aangenomen dat er in de derde eeuw een tendens naar monotheïsme bestond. Zo’n tendens valt ook in de religieuze hervormingen van Heliogabalus te ontwaren. Het is zelfs mogelijk te denken dat de cultus van Elagabal later, via de zonnecultus van keizer Aurelianus en Constantijn de Grote, de weg bereidde naar het christendom. Dat wil niet zeggen dat Heliogabalus de architect van het monotheïsme was. In Emesa werden ook andere goden aanbeden en, zoals we hebben gezien, negeerde Heliogabalus die niet. Het is niet zo dat de keizer alle andere goden wilde vernietigen om alleen zijn eigen god te vereren.

Lees verder “Heliogabalus (7): henotheïsme”

De tijd in het jodendom

De synagoge van Sepforis

“Hoe laat is het in de Oudheid?”: dat is de vraag waarmee de Groningse onderzoeker Arjen Bakker op donderdag 4 april in de Groningse synagoge een lezing begon. Hij gebruikte die vraag om aan te geven dat de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. niet alleen een belangrijke datum vormt in de joodse geschiedenis, maar dat die datum tegelijkertijd onderdeel was van een al eerder ingezet proces van nadenken over tijd.

Voor ons begrip vormen de Dode Zee-rollen, met daarin allerlei versies van de joodse Bijbel en tal van andere joodse teksten, ouder dan de gangbare Bijbelse canon, belangrijk bewijsmateriaal Er zijn ook joodse kalenders bekend en – misschien verrassend – er valt informatie te ontlenen aan de mozaïekvloeren van de synagogen.

Lees verder “De tijd in het jodendom”

C09 | Het christogram

Illyische zonnesymbool; de foto van de meer op een christogram lijkende symbolen, is mislukt (Archeologisch Museum, Zadar)

[Negende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Terwijl Constantijn in Italië oorlog voerde tegen Maxentius stonden in het oosten Licinius en Maximinus Daia tegenover elkaar. De inzet: de verdeling van de gebieden waarover de overleden Galerius had geregeerd. Lactantius’ in 313 gepubliceerde De dood van de vervolgers biedt een verslag van de gebeurtenissen.

De auteur is geïnteresseerd in Gods rechtvaardige straffen, niet in de historische feiten. Dat is te merken. Het wreekt zich in het onderstaande citaat meteen aan het begin: in zijn beschrijving van de slag bij de Milvische Brug klopt bijvoorbeeld de datum niet (27 in plaats van 28 oktober). Ook overdrijft Lactantius de sterkte van Maxentius’ leger. Opmerkelijk is verder zijn bewering dat Maxentius de Sibyllijnse Boeken zou hebben laten raadplegen, een collectie orakels die de Romeinse autoriteiten uitsluitend raadpleegden bij religieuze aangelegenheden. Dat Maxentius deze zou hebben geconsulteerd in een militaire crisis suggereert dat Lactantius de verleiding niet kon weerstaan een grap te maken over een dubbelzinnig orakel. De vertaling hieronder komt uit Het visioen van Constantijn (2018) en is gemaakt door mijn coauteur Vincent Hunink.

Lees verder “C09 | Het christogram”