De tijd in het jodendom

De synagoge van Sepforis

“Hoe laat is het in de Oudheid?”: dat is de vraag waarmee de Groningse onderzoeker Arjen Bakker op donderdag 4 april in de Groningse synagoge een lezing begon. Hij gebruikte die vraag om aan te geven dat de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. niet alleen een belangrijke datum vormt in de joodse geschiedenis, maar dat die datum tegelijkertijd onderdeel was van een al eerder ingezet proces van nadenken over tijd.

Voor ons begrip vormen de Dode Zee-rollen, met daarin allerlei versies van de joodse Bijbel en tal van andere joodse teksten, ouder dan de gangbare Bijbelse canon, belangrijk bewijsmateriaal Er zijn ook joodse kalenders bekend en – misschien verrassend – er valt informatie te ontlenen aan de mozaïekvloeren van de synagogen.

Lees verder “De tijd in het jodendom”

Een christelijke utopie

De christelijke utopie: een gemeenschappelijke maaltijd van zeven leerlingen en een leraar; ik mag hopen dat ook de twee bedienden iets te eten kregen (Catacomben van Domitilla, Rome).

Het zou in de rede hebben gelegen als ik vandaag zou bloggen over Pinksteren, maar daar heb ik het al vaker over gehad (namelijk hier) en ik heb geen zin in herhaling. Nadat de auteur van Handelingen heeft verteld over die gebeurtenis, de komst van de Heilige Geest dus, presenteert hij een lange toespraak van Petrus, en vervolgens is er een beschrijving van het leven van de eerste christenen.

Ze wijdden zich trouw aan het onderricht dat de apostelen gaven, aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die tot geloof gekomen waren, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun eigendommen en bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk.noot Handelingen 2.42-47; NBCV21.

Lees verder “Een christelijke utopie”

De essenen en de Dode-Zee-Rollen

In de Vierde Grot van Qumran zijn de meeste Dode-Zee-rollen gevonden. De grot ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Als, zoals ik in het eerste stukje schetste, het essenisme inderdaad pluriform was, is het goed denkbaar dat een deel van de Dode-Zee-rollen, zoals vaak wordt aangenomen, esseens is. Dat er verschillen zijn tussen de inhoud van de rollen en de informatie van de Joodse auteur Flavius Josephus (en enkele van zijn collega’s), valt dan te verklaren vanuit dit pluriforme karakter. Het probleem is natuurlijk dat zo vroeg of laat alles met alles valt te combineren. Om deze reden is lang niet elke geleerde overtuigd van de identificatie. Ik mag dan niet zo geleerd zijn, het lijkt me verstandig onderscheid te blijven maken tussen de essenen en de Dode-Zee-rollen, tot er meer duidelijkheid is.

Overeenkomsten en verschillen

Maar goed. Er zijn overeenkomsten. De Gemeenschapsregel beschrijft de inwijdingsrituelen die ook Josephus noemt. Predestinatie, dualisme, celibaat, gemeenschappelijk bezit en maaltijden, rituele baden en halachische kwesties komen in de Gemeenschapsregel eveneens aan de orde, terwijl andere teksten de sabbat beschrijven zoals ook Josephus doet. Er zijn echter ook complicaties. Zo komt de naam “essenen” (Aramees ḥsyn, “de vromen”) niet voor in de sektarische teksten. Een andere moeilijkheid is dat Filon, Plinius en Josephus allemaal niet datgene vermelden wat ons het meest treft bij het lezen van de Dode-Zee-rollen: de sektariërs dachten eschatologisch. Ze meenden dus dat de Eindtijd nabij was.

Lees verder “De essenen en de Dode-Zee-Rollen”

De voornaamste Dode-Zee-rollen

1QSa: een van de Dode-Zee-rollen

Ik liet u vorige week achter met de vraag wat de relatie was tussen de essenen, die we kennen uit diverse geschreven bronnen, en de Dode-Zee-rollen. Dit is een verzameling van een kleine duizend teksten, gevonden in grotten bij Qumran, op de oevers van de Dode Zee. Sommige van deze teksten zijn lang en beslaan een hele boekrol. Andere zijn vrij kort. Sommige zijn in kruiken goed bewaard, andere zijn juist extreem beschadigd. Van sommige teksten is meer dan één exemplaar bewaard. De meeste rollen en fragmenten liggen in Jeruzalem in een afdeling van het Israel Museum die bekendstaat als Shrine of the Book, maar er zijn ook teksten in het Jordan Museum in Amman.

Ongeveer een vijfde van de teksten betreft vertrouwd bijbels materiaal, ongeveer de helft bestaat uit niet-bijbelse joodse literatuur en de rest is te typeren als sektarisch. Onderzoekers duiden de teksten meestal aan met het nummer van de grot waarin ze zijn gevonden, de Q van Qumran en een nummer of de afkorting van de titel.

Voor we verder gaan met de relatie tussen de Dode-Zee-rollen en de essenen, eerst een overzicht van de rollen.  De volgende teksten zijn van belang:

Lees verder “De voornaamste Dode-Zee-rollen”

Het vroegste christendom als greedy institution

De gemeenschappelijke maaltijd was een van de momenten waarop de leden van de greedy institution zich uitverkoren konden weten (Catacomben van Domitilla, Rome).

Het idee dat alle vroege christenen elkaar lief hadden als broeders en zusters was meer ideaal dan waarheid. Er waren vaak ruzies. Het bekendste voorbeeld is Paulus, die in Galaten 2.11-14 weinig goeds heeft te zeggen over Petrus. De auteur van de Openbaring spreekt vol afschuw van christenen in Pergamon en Tyatira die van het heidense offervlees aten (2.14, 2.20; overigens met vermelding van een vrouwelijke leraar). De auteur van de Eerste brief van Johannes maakt zijn opponenten uit voor antichristen. Ik heb er onlangs op gewezen dat de Brief van Jakobus te lezen is als correctie op Paulus’ opvattingen over de Wet.

Het geruzie hoeft ons niet te verbazen. Het vroegste christendom was immers een greedy institution, dat wil zeggen een instelling die haar leden voorhoudt te zijn uitverkoren en in ruil volledige toewijding eist. (Sparta is een ander antiek voorbeeld.) Die volledig toewijding kwam als vanzelf. Wie een terechtgestelde crimineel begint te vereren – en daar leek het natuurlijk wel op – sneed nogal wat banden af met de rest van de samenleving. En in een greedy institution kan alles wat duidt op minder dan volledige toewijding, leiden tot explosieve situaties. Ruzie was te verwachten.

Lees verder “Het vroegste christendom als greedy institution”

Joodse literatuur (3): hellenisme

Blad uit het Leidse Makkabeeënhandschrift

Dit is het derde deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. Ik eindigde het tweede deel met de komst van Alexander de Grote. In de hierop volgende hellenistische periode ondervond het jodendom Griekse invloeden, waar het zich ook tegen afzette.

Vanaf deze periode is de joodse religieuze literatuur niet dezelfde als die van wat tegenwoordig geldt als de Bijbel. De diverse stromingen in het toenmalige jodendom erkenden verschillende teksten als geïnspireerd. Pas in de tweede eeuw na Chr. begon de huidige canon van de joodse Bijbel te domineren.

Lees verder “Joodse literatuur (3): hellenisme”

De hermeneutiek van “heb uw vijanden lief”

Schleiermacher (links)

Hoe leg je een tekst uit die is geschreven in een vreemde cultuur? Deze vraag stamt uit de achttiende eeuw. In Europa was men dankzij de ervaringen in de koloniën gaan begrijpen dat mensen niet zomaar een beetje anders, maar wezenlijk anders konden zijn. Dus dachten de Europese geleerden ook na over de kenbaarheid van de oude Grieken, Romeinen en Joden. Zo ontstond de hermeneutiek, de kunst om elkaar goed te begrijpen.

Schleiermacher en Droysen

Als architect van de hermeneutiek geldt Friedrich Schleiermacher; de voor de bestudering van antieke samenlevingen meest uitgewerkte versie is die van Gustav Droysen. Hij onderscheidde vier fasen van interpretatie, die ik hier al eens heb behandeld. U vindt een uittreksel van de Historik Vorlesungen in Lorenz’ eerstejaarshandboek De constructie van het verleden, dat u moet lezen als u bent geïnteresseerd in de geschiedwetenschap en ook als u dat niet bent. Droysens eigen tekst is erg uitgebreid maar ook niet vervelend.

Lees verder “De hermeneutiek van “heb uw vijanden lief””

De Bergrede (12): De andere wang

Sint-Nikolaas in actie als ketterpletter: hij slaat op de linkerwang.

De Bergrede, dat is toch een verdraaid aardige tekst. Ik schreef er al elf keer over. Even samenvatten: de redevoering is door de auteur van het Matteüs-evangelie samengesteld uit uitspraken uit de bron Q. Verder is de tekst geschreven tegen een achtergrond van lokale vervolgingen, in de tijd waarin keizer Domitianus de verhouding tussen joden en christenen op scherp zette. De Bergrede begint met de Zaligsprekingen – overigens een prachtvoorbeeld van het attentum facere dat de klassieke redenaars adviseren – en gaat dan over op de behandeling van een reeks halachische kwesties die qua vorm doet denken aan 4QMMT.

De strekking is vaak een radicalisering: wees volmaakt zoals God volmaakt is, want jullie zijn het licht van de wereld en het zout der aarde. Voorbeelden van deze radicaliseringen zijn smaad en overspel. Dat dit niet het oordeel is van Matteüs maar van Jezus zelf, is alleszins goed denkbaar, want bijvoorbeeld het advies geen eden af te leggen is meervoudig geattesteerd.

Lees verder “De Bergrede (12): De andere wang”

Joodse literatuur (3)

Jona en de grote vis (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het derde van vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; het eerste is hier.]

De Perzische tijd, van 539 tot 332 v.Chr., zag grote veranderingen binnen de Joodse godsdienst. Het exclusivisme van de Verbondstheologie, waarin één uitverkoren volk op één plaats één God diende, werd bijgesteld. Hoewel de tempelcultus inmiddels was hersteld, bevatten de tijdens de Perzische heerschappij geschreven slothoofdstukken van Jesaja opnieuw beschrijvingen van een nieuw Jeruzalem, waarin de tempel het gebedshuis van alle volken zou zijn. Opnieuw is er het idee van een vernieuwde wereld, waarin in feite de paradijstoestand zal worden hersteld.

Lees verder “Joodse literatuur (3)”