Faits divers (24)

Een scheepswrak in het archeologisch museum van Girne; wellicht krijgen we zoiets ook te zien in Cartagena

Omdat het nieuwe academisch jaar is begonnen en de oudheidkunde dus wordt bedreigd, beginnen we deze “faits divers” met een petitie. Dit keer gaat het om de gymnasia in Denemarken, die geen financiële steun meer krijgen. Vorig semester waren er petities voor twee archeologische instituten, vier voor klassieke talen, één voor geesteswetenschappen in het algemeen en twee voor musea (overzicht). Soms hielpen die petities, dus tekenen is geen vergeefse moeite. U vindt de Deense petitie daar.

Ter zake nu.

Fenicische wrakken

Scheepswrakken te over, in de Middellandse Zee, maar de meeste dateren uit de twee eeuwen vóór en de twee eeuwen na Chr. Kijk maar. Een Fenicisch wrak is geen unicum, maar wel een stuk zeldzamer. Er valt dus meer kenniswinst te boeken. Vandaar dat oudheidkundigen met meer dan gewone belangstelling kijken naar de Fenicische wrakken – meervoud – bij Mazarrón, iets ten westen van het huidige Cartagena. Voor de haven ligt een eilandje dat, heel gepast, La Isla heet; beide schepen zijn daar vergaan, letterlijk in het zicht van de haven.

Ze zijn al dertig jaar geleden gevonden en de lading is al in de jaren negentig geborgen. Daarbij zat bij mijn weten onder het ivoor waarover ik al eens schreef. DNA-onderzoek zal helpen vaststellen welke soort krijgsolifanten de Karthagers gebruikten en werpt indirect licht op Hannibals tactiek. Gebruikte hij savanne-olifanten, dan stonden er torens bovenop; gebruikte hij bos-olifanten, dan was het superzware cavalerie. Ik noem dit omdat het zo mooi toont dat in de oudheidkunde alles met alles samenhangt: dit keer krijgsgeschiedenis en DNA-onderzoek. De discussie zal overigens wel niet ten einde komen, aangezien de aanhangers van de weerlegde theorie zullen tegenwerpen dat een lading ivoor nog geen krijgsolifant is. En dat is natuurlijk ook weer zo.

Ondertussen is het bergen van een wrak – één van de twee, om precies te zijn – een heidens karwei. Alleen al voor het lichten van de kiel, hebben de duikers een week nodig. Als het eenmaal aan land is, zal het hout moeten worden geprepareerd om rot te voorkomen. U hoeft pas over vier jaar naar Cartagena af te reizen om het in het museum voor onderwaterarcheologie te bewonderen.

Het joodse Nieuwe Testament

De trouwe lezers van deze blog kennen mijn belangstelling voor de wereld van Jezus van Nazaret – een goed gedocumenteerd stukje Romeins Rijk, vol bronnen en archeologische vondsten. Het is dus een regio waarover we, ondanks allerlei bizarre claims in de media, enigszins zinvolle uitspraken kunnen doen. En er is heel goed nieuws: Nederland krijgt een nieuw commentaar op het Nieuwe Testament.

Waarom is dit belangrijk? Even terug naar keizer Domitianus. Zijn regering is vooral belangrijk omdat hij, door de harde toepassing van de regels van de Fiscus Judaicus, de wegen van de joden en christenen uiteen deed gaan. Dit is een van de zeer weinige voorbeelden van een gebeurtenis uit de Oudheid waarvan we niet alleen claimen dat er invloed op onze wereld van uitgaat, maar waarvan we die agency ook wetenschappelijk kunnen onderbouwen.

De betrekkelijk late splitsing van jodendom en christendom betekent echter ook dat het Nieuwe Testament niet alleen gelezen kan worden als een verzameling christelijke teksten. Het is tegelijk een verzameling joodse teksten. Dat wordt bevestigd door het zogeheten Nieuwe Perspectief op Paulus, dat eveneens benadrukt dat de apostel bleef binnen de grenzen van het jodendom. De joodse kant van het Nieuwe Testament is, zoals u misschien weet, ook wat ik benadruk in mijn zondagse blogjesreeks. En het is ook de insteek van het nieuwe commentaar. Dat is een vertaling van het Engelse commentaar, dat ik hier al eens besprak, maar verbeterd met latere inzichten uit de Duitse literatuur.

Ik denk dat dit het belangrijkste Nederlandstalige oudheidkundige boek is in jaren. Op donderdag 13 november zijn er ’s avonds lezingen in Utrecht. Als u bent geïnteresseerd in de veelkleurigheid van het Romeinse verleden, moet u zeker gaan. U kunt het boek hier bestellen.

Deel dit:

6 gedachtes over “Faits divers (24)

  1. Karel van Nimwegen

    Je was laat vandaag, maar dat heb je meer dan goed gemaakt met je eerste zin.

    Petitie getekend.

  2. Robbert

    Jona, je prijst dit omvangrijke boek (Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen) aan als “het belangrijkste Nederlandstalige oudheidkundige boek in jaren.”
    Oudheidkundig – dat lijkt me niet juist.
    Diverse reviews lezend, ook van het Engelstalige origineel, zie ik veel theologische besprekingen over het Nieuwe Testament, ongetwijfeld van waarde voor joden, christenen en andersoortige geinteresseerden.
    En ook leert de lezer ongetwijfeld veel over de wereld van Jezus van Nazaret, maar de insteek van het project is religieus – zoals de titel al aanduidt – en niet geschiedkundig.
    Ik denk dat je gewaardeerde schrijfsels op zondag en je boek over Israel laten zien hoe er met een strikt oudheidkundige bril naar Bijbelse tijden gekeken kan worden.

    1. Nee, dat denk ik niet. De insteek is gewoon wetenschappelijk. Wat wel anders is, is dat de auteurs niet kijken naar het latere christendom, maar veel meer naar de joodse context. Anders geformuleerd, het voetnotenapparaat bestaat uit verwijzingen naar de Dode Zee-rollen, de Mishna en wat dies meer zij.

      Nog een punt: het onderzoek naar Judea is methodisch het meest geavanceerd (zie bijv. de criteria van het Jezus-onderzoek). Dat maakt dit boek belangrijk voor de gehele oudheidkunde.

  3. Ik ben in het lokale museumpje van Puerto de Mazarron geweest, wat gewijd is aan de twee scheepswrakken. Er is ook een reconstructie van een Fenicisch schip op schaal. Wat ik me toen niet afvroeg, maar inmiddels wel, is hoe we weten dat het Fenicische schepen zijn en niet Carthaagse? Want Carthago ligt een stuk dichterbij dan Fenicië (de wrakken liggen zo’n 40 km ten westen van Carthagena)

Reacties zijn gesloten.