De Plejaden

De Plejaden (Hubble)

Iedereen kent de Plejaden ofwel het Zevengesternte. En als u het sterrengroepje niet kent: hierboven ziet u hoe het eruit ziet. Het staat in het sterrenbeeld Stier en dat staat rond middernacht richting zuiden. Tussen de Stier en de horizon staat Orion, herkenbaar aan de drie heldere sterren van zijn gordel.

De Griekse naam Plejaden kan zoiets betekenen als “zeilmeisjes”, want als deze sterren kort voor zonsopgang voor het eerst zichtbaar werden, werd de Egeïsche Zee veilig bevaarbaar. De Grieken wisten te vertellen dat het ooit zeven meisjes waren geweest, de dochters van Atlas en de zeenimf Pleione. Toen de goden Atlas straften door hem het hemelgewelf te laten dragen, waren de meisjes onbeschermd, zodat de jager Orion zich aan hen kon vergrijpen. (De vanzelfsprekendheid waarmee de Griekse mythologie vrouwen zonder mannelijke beschermer neerzet als prooi voor verkrachters, is altijd weer onthutsend.) Zeus kreeg echter medelijden en plaatste ze aan de hemel. Daar zit Orion ze nog steeds achterna, maar hij komt gelukkig geen stap dichterbij.

Lees verder “De Plejaden”

Het Antikythera-mechanisme

Delen van het Antikythera-mechanisme (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het voorjaar van 1900 ontdekten sponzenduikers een scheepswrak bij het Zuid-Griekse eilandje Antikythera. Het zat tjokvol standbeelden. Een jaar later volgde wetenschappelijk onderzoek en al snel was er de theorie dat het schip was volgeladen met buit die de Romeinse generaal Sulla in 88 v.Chr. had meegenomen na de plundering van Athene. Dit bleek onjuist toen Jacques-Yves Cousteau in de jaren vijftig en de jaren zeventig munten opdook uit 67 v.Chr.

Wat de reden ook was om een schip vol sculptuur te laden en wanneer het ook gebeurde: de vondsten zijn er niet minder om. Naast een bronzen portretkop en een mooi bronzen beeld van een jongeling, waren er niet minder dan veertig marmeren standbeelden (waaronder Herakles met spillebenen). Daarvan zijn er negenendertig heelhuids boven water gekomen.

Lees verder “Het Antikythera-mechanisme”

Geliefd boek: Nemesis The Death Star

Ik kocht Nemesis, The Death Star in 1990 en heb het toen in een ruk uitgelezen. In die tijd was er veel aandacht voor wat 65 miljoen jaar geleden tot het einde van het tijdperk van de dinosauriërs leidde. Het boek beschrijft o.a. de totstandkoming van een controversiële hypothese die uiteindelijk in 1991 bevestigd werd met de vondst van de Chicxulukrater in de Golf van Mexico en het Yucatán schiereiland. In 2019 werd zelfs bekend gemaakt dat een plek in Noord Dakota gevonden was met marine afzettingen die afgezet moeten zijn geweest op de dag van de inslag.

Nemesis, The Death Star is geschreven door dr. Richard Muller, een goede bekende van de diverse wetenschappers (o.a. de Nederlandse paleontoloog Jan Smit) die destijds de theorie van een buitenaardse verklaring voor het uitsterven lanceerden. Muller beschrijft op een goed leesbare, op momenten zelfs humoristisch wijze met de nodige zelfspot, de groei van zijn eigen carrière binnen de academische wereld, de vriendschap en de interactie met en de input van de hoofdrolspelers, maar ook de groei van zijn eigen Nemesis-ster theorie als mogelijke verklaring voor de diverse periodiek optredende uitstervingsmomenten.

Lees verder “Geliefd boek: Nemesis The Death Star”

De Grote Conjunctie van Jupiter en Saturnus

Vandaag, op de dag waarop ook de astronomische winter aanvangt (11u 2m 22s Nederlandse tijd), staan Jupiter en Saturnus het dichtst bij elkaar aan de hemel, een zeldzame gebeurtenis die slechts eens in de twintig jaar plaatsvindt. Vanavond, om 19u 22m 30s (Nederlandse tijd) is hun onderlinge afstand het kleinst en staan beide planeten slechts 6′ 6.40”, ofwel een vijfde deel van de schijnbare maandiameter, van elkaar verwijderd. Zo dicht bij elkaar zijn beide planeten sinds 1623 niet meer geweest en de eerstvolgende keer dat ze weer zo dicht bij elkaar staan zal pas in 2080 zijn.

Met een kleine kijker zullen beide planeten met hun satellietstelsels mooi in hetzelfde kijkerveld te bewonderen zijn maar met het blote oog of een verrekijker zie je alleen een heldere ster (Jupiter) boven de westelijke horizon met een zwakkere sterretje (Saturnus) net erboven – Saturnus zal ongeveer tien keer zwakker dan Jupiter zijn. Op het tijdstip van de dichtste nadering zullen beide planeten al onder de horizon staan dus wie het hemelverschijnsel met eigen ogen zelf wil aanschouwen is het zaak om enkele uren eerder, dus kort na zonsondergang de zuidwestelijke horizon af te speuren. Jupiter is, met uitzondering van de bijna halfvolle maan die hoger in het zuiden staat, verreweg het helderste hemellichaam die dan te zien is. (Zie boven.)

Lees verder “De Grote Conjunctie van Jupiter en Saturnus”

MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)

Als keizer Trajanus net zo leergierig was geweest als Alexander de Grote had ik dit blogstukje vandaag niet hoeven schrijven. Toen Alexander de stad Babylon veroverde, liet hij zijn wetenschappelijk adviseur (vrijwel zeker Kallisthenes) inventariseren wat daar aan interessante informatie in de bibliotheken lag. Daarbij behoorde een grote hoeveelheid astronomische waarnemingen en de beste benadering van het zonnejaar die de wereld tot dan toe had gezien. Binnen een jaar had Alexander de Griekse kalenders laten aanpassen: ze waren niet langer gebaseerd op de Cyclus van Meton maar op die van Kallippos. Ook de Canon van Ptolemaios gaat op deze culturele roofbuit terug. En het idee van een wereldbibliotheek, zoals later toegepast in Alexandrië.

Maar Trajanus was dus niet zo leergierig en zo kwam het dat een belangrijke uitvinding die de Babylonische geleerden in de tussentijd hadden gedaan, de nul, niet bekend werd in het westen tot Gerbert van Aurillac en Fibonacci die in de Volle Middeleeuwen introduceerden. Hierdoor telt onze jaartelling, die vorm kreeg in de zesde eeuw n.Chr., vooruit (het jaar één, het jaar twee, het jaar drie…) en achteruit (één voor Christus, twee voor Christus…). Zo werkten alle antieke kalenders met een vast beginpunt. De ellende is dat als je vlot wil rekenen, optellen en aftrekken dus, een jaar nul wel makkelijk zou zijn. Astronomen hebben dan ook een alternatieve jaartelling waarin ze wel een nul hebben. Het jaar dat u en ik kennen als één voor Christus is dus het astronomische jaar nul en het jaar 480 v.Chr. is -479.

Lees verder “MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)”

De Babylonische Astronomische Dagboeken

Voorbeeld van een Astronomisch Dagboek. Op dit tablet staat de Komeet van Halley vermeld, die in 164 v.Chr. zichtbaar was (British Museum, Londen)

Mesopotamische historiografische documenten zijn niet zo makkelijk te lezen als de Griekse en Romeinse. Sinds de Renaissance hebben Europese historici hun teksten immers gemodelleerd op klassieke voorbeelden, zodat we het (niet zelden valse) gevoel hebben Griekse en Romeinse teksten te begrijpen. Toch heeft het zin eens te kijken naar de Mesopotamische historiografische teksten, die méér hebben te bieden dan informatie over lang vergeten gebeurtenissen. De Mesopotamische kronieken en hun voorstadium, de Astronomische Dagboeken, vertegenwoordigen een vroege aanzet tot wetenschappelijk denken. Daarover nu twee blogstukjes.

Maar eerst het begin. In het begin schiepen de goden de hemel en de aarde. Ze bouwden hun hemelse paleizen, regelden de kalender en schiepen de sterren, de zon en de maan. Vervolgens bouwden ze een stad om het Nieuwjaarsfeest vieren: Babylon, het fundament van de hemel op aarde. En tot slot schiepen de goden mannen en vrouwen, opdat die het land zouden bewerken en het voedsel produceren dat ze offerden aan hun scheppers. Lees verder “De Babylonische Astronomische Dagboeken”

Hysterie

Delen van het Antikythera-mechanisme (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Oké, zoals de oudheidkunde in het nieuws komt, het kan dus altijd nóg slechter. Ik meende het ergste wel te hebben gezien. Maar dat de Washington Post ooit nog zou koppen dat “een verloren stad” is teruggevonden, “gebouwd door krijgsgevangenen uit de Trojaanse Oorlog”, dat had ik niet meer zien aankomen. U vindt dat brok hysterie hier. Het erge is dat dit soort kulleklap helemaal niet nodig is omdat er over Tenea, want daarover hebben we het, ook een gewoon interessant stuk te schrijven zou zijn geweest.

Nu bent u, waarde lezer, slim genoeg om voorbij de kop te kijken. De meeste lezers doen dat echter niet en voor hen is de eerste indruk meteen de laatste: oudheidkundigen zijn weer eens aan het overdrijven. Aandachtshoeren.

In dit geval lag de nonsens er duimendik bovenop. Maar het kan ook subtieler. Ik ben al van vier kanten, door mensen die ik hoog acht en die zich doorgaans niet gek laten maken, gewezen op het bericht in Ha’aretz dat er een nieuw onderdeel van het Antikythera-mechanisme is gevonden. (Ik hoop dat de link werkt, ik had er moeite mee.) Dat zou leuk zijn, want dit mechanisme, dat is te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene, is een soort rekenmachine om de planeetstanden te berekenen. De maker was weliswaar geen Eise Eisinga – als de moderne reconstructies kloppen deed het ding het niet heel erg goed – maar zijn werkstuk is natuurlijk eindeloos fascinerend.

Lees verder “Hysterie”

Planetenjacht

komkommer

Dat was leuk nieuws: dat er een niet al te grote planeet is ontdekt bij de ster Proxima Centauri. Op “slechts” vier lichtjaar van de zon, dus letterlijk bij de buren. Ik heb het met plezier gelezen. Tegelijk moet me van het hart dat het me nu ook weer niet zúlk belangrijk nieuws lijkt. Het zou veel opmerkelijker zijn geweest als er géén planeten waren bij Proxima Centauri.

Ik herinner me nog goed dat in 1995 de eerste planeet werd ontdekt bij een andere ster dan de zon. In de eenentwintig jaar die sindsdien zijn verstreken, zijn er vele honderden gevonden, ik meen ruim 3500. Eerst waren dat gasreuzen als Jupiter, die werden ontdekt doordat ze zó zwaar waren dat ze hun ster deden wiebelen. Dat valt te herkennen aan het dopplereffect, waaruit ook de massa van die planeet viel af te leiden.

Lees verder “Planetenjacht”

Pluto

Planeten draaien, zoals u weet, om de zon of een andere ster. Ze zijn bolvormig. En ze zijn zo zwaar dat ze, zoals het heet, “de buurt hebben opgeruimd”: andere objecten die ooit in dezelfde baan draaiden, zijn als het waren opgeveegd. Pluto voldoet niet aan dit laatste criterium. Dat het hemellichaam toch vaak een planeet wordt genoemd, is slechts een kwestie van traditie, en omdat dat geen wetenschappelijk criterium is, is een nieuwe categorie bedacht: de dwergplaneten, waarvan Pluto en de oude planetoïden Ceres en Eris voorbeelden zijn.

U zult zich de discussies uit 2006 herinneren: er waren nogal wat mensen die de traditie belangrijker vonden dan een bruikbare definitie, en daarom Pluto als planeet wilden blijven aanduiden. Misschien speelde een rol dat “dwergplaneet” onbelangrijker klinkt dan “planeet”. “Plutoïseren” was even een nieuw werkwoord om aan te duiden dat iets ten gevolge van een herdefinitie onbelangrijker was komen te ogen.

Lees verder “Pluto”

Mandeeërs op Pluto

Mandese incantatieschaal (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
Mandese incantatieschaal (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

De schaal hierboven, te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene, is een zogeheten “incantatieschaal”. In een bijna eindeloze spiraal staat een tekst die de eigenaar moet beschermen tegen allerlei boze geesten. Ze zijn gemaakt in het Sassanidische Rijk en zijn er voor elke religieuze minderheid: er zijn christelijke schalen, maar ook joodse, manichese, zoroastrische en mandese. Ik heb op het bordje in het museum gelezen dat de bovenstaande schaal mandees is, maar ik kan het niet controleren.

Mandeeërs?

Ik weet namelijk maar weinig van de mandeeërs. Daarmee ben ik overigens in alleszins redelijk gezelschap, want het is een geloofsgemeenschap in noordelijk Irak waarover maar weinig bekend is. Zeker, we kennen enkele theologische concepten: het zijn dualisten die geloven dat de ziel eigenlijk bij God wil zijn maar door een Groot Kosmisch Bedrijfsongeval als balling in dit ondermaanse moet verkeren. Er is echter geheime kennis waarmee de gelovige de terugkeer van zijn ziel kan bevorderen. Het doet sterk denken aan de antieke gnosis en het is vermoedelijk geen toeval dat de naam van deze religie is afgeleid van het Aramese manda dat, net als het Griekse gnosis, zoiets betekent als kennis of inzicht.

Lees verder “Mandeeërs op Pluto”