Maansverduistering

Algemeen schema voor een maansverduistering (niet op schaal) (klik=groot). De rode kleur die de maan tijdens de totale verduistering aanneemt wordt veroorzaakt door zonlicht dat via straalbreking in de aardatmosfeer alsnog het maanoppervlak bereikt.

Wie vanavond vlak na zonsondergang, bij helder weer, de oostelijke horizon in ogenschouw neemt, kan een bijzonder astronomisch verschijnsel waarnemen: het opkomen van een totaal verduisterde maan. Ongeveer drie kwartier later begint de roodgekleurde maan langzaam uit de kernschaduw (umbra) van de aarde te treden, een uurtje later is de maan helemaal uit de kernschaduw en nog een uurtje later is de maan ook uit de bijschaduw (penumbra) en prijkt zij als een heldere volle maan aan de hemel. Meer details hierover onderaan dit blogje.

Zons- en maansverduisteringen kort uitgelegd

Zoals bekend treden zons- en maansverduisteringen alleen op tijdens nieuwe maan of volle maan. Echter, niet elke nieuwe maan leidt tot een zonsverduistering en niet elke volle maan leidt tot een maansverduistering. Omdat de maanbaan een kleine hoek (ca. 5°) met de schijnbare zonsbaan (ecliptica)noot In oude Nederlandse astronomische en scheepvaartkundige werken ook wel de taankring of taanrond genoemd. maakt, gaat de maanschaduw bij nieuwe maan meestal boven of onder de aarde langs, terwijl bij volle maan de aardschaduw evenzo meestal boven of onder de maan langs gaat.

Lees verder “Maansverduistering”

Eise Eisinga (4)

Het Planetarium van Eise Eisinga

[Laatste deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Maar in de herfst van 1802 kwam aan al deze democratische ontwikkelingen plompverloren een einde: op bevel van consul Napoleon werd in Nederland de klok geheel teruggedraaid: de in 1795 naar huis gestuurde jonkers konden de oude oligarchie overal ongehinderd in ere herstellen.

Eise probeert zich dan, natuurlijk gedesillusioneerd, maar ondanks alles toch energiek nuttig te maken in de moeilijke wereld van de politiek. Hij keert terug naar het bestuur van zijn woonplaats Franeker. Nu niet gekozen, maar van hogerhand benoemd.

Lees verder “Eise Eisinga (4)”

Eise Eisinga (2)

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker
Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

[Tweede deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Het punt om zijn aandacht op te richten kwam met het verschijnen van een boekje met een voorspelling van het einde der tijden, geïnspireerd op het Bijbelboek Openbaring. Mensen werden er heel bang van. Zulke voorspellingen waren er wel vaker geweest, maar deze keer maakte het veel meer indruk omdat het boekje zei zich te baseren op Newtons natuurwetten. De aarde zou geheel gesloopt worden op 8 mei 1774, want dan kwamen Mercurius, Venus, Mars en de reuzenplaneet Jupiter op één lijn te staan en zo zou de aarde uit haar baan om de zon worden getrokken.

Het bijgeloof en de onrust onder de mensen zette Eise aan tot het bouwen van zijn prachtige planetarium, waarmee hij tot op de seconde nauwkeurig de trajecten van alle zichtbare hemelobjecten liet zien. En dat niet voor een bepaalde afgebakende periode maar tot in de eeuwigheid. Zo wilde hij de mensheid geruststellen dat God, de grote klokkenbouwer, het heelal zo vernuftig had geschapen dat het oneindig zou blijven voortbestaan.

Lees verder “Eise Eisinga (2)”

Eise Eisinga (1)

Al eerder schreef Sandra Langereis prachtige biografieën over “dwarsdenkers” als de zestiende-eeuwse drukker Christoffel Plantijn en Erasmus. Mannen die hun eigen weg zochten in de woelige tijd waarin ze gezet waren, geen revolutionairen maar, inderdaad, “dwarsdenkers”.

Nu is er weer een prachtige biografie van haar hand over Eise Eisinga, de man die in het laatste kwart van de achttiende eeuw eigenhandig een planetarium bouwde in zijn woning, waarin ook zijn wolkammersbedrijf gevestigd was. En die, wat ik wellicht nog interessanter vind, een rol speelde in het denken over democratie in die late achttiende eeuw, en een rol speelde in de beweging van de patriotten. (En denk bij dit woord nu even niet aan Geert Wilders, maar aan een oprechte wens om alle mannen (!) invloed te geven op het bestuur van gemeente, provincie en land. Vrouwen kwamen pas veel later aan bod.)

Lees verder “Eise Eisinga (1)”

Kidinnu

Kidinnu leefde vermoedelijk in de tijd van Alexander de Grote en het is niet uit te sluiten dat hij het Astronomische Dagboek heeft geschreven dat de slag bij Gaugamela vermeldt (British Museum, Londen).

De Babylonische astronomie, waarover ik gisteren blogde, is anoniem. We kennen de namen van enkele sterrenkundigen, maar we kunnen die niet koppelen aan deze of gene ontdekking. Er is één uitzondering: Kidinnu.

Misschien kunnen we de invoering van de zesenzeventigjarige kalendercyclus, waarover ik het gisteren had, aan hem toeschrijven. We hebben al gezien dat de Babylonische wetenschappers in de vierde eeuw v.Chr. nauwkeurige schattingen maakten van de lengte van het zonnejaar en de synodische maand. Kidinnu beschikte zeker over voldoende data om de zesenzeventigjarige cyclus uit af te kunnen leiden. Dat Kidinnu dit mogelijk kon doen, wil echter niet zeggen dat hij het feitelijk deed.

Lees verder “Kidinnu”

Babylonische astronomie

Zo begon de Babylonische astronomie: de maan boven een ziggurat

Ik had bij de vragen rond de jaarwisseling een stuk beloofd over de Babylonische sterrenkunde. Dat moest er toch eens van komen. Dus waarom niet vandaag? Ik denk dat we moeten beginnen met een citaat uit de Geografie van de Grieks-Romeinse aardrijkskundige Strabon, die een beschrijving geeft van de astronomen van Babylonië. Hij noemt hen Chaldeeën, wat eigenlijk, zoals Strabon ook aangeeft, de naam is van een bevolkingsgroep.

In Babylon is de verblijfplaats van de lokale filosofen. De Chaldeeën, zoals ze worden genoemd, houden zich voornamelijk bezig met astronomie, maar sommigen van hen, die door de anderen niet helemaal serieus worden genomen, beweren horoscopen te kunnen opstellen. (Er is ook een stam van de Chaldeeën, en een gebied dat door hen wordt bewoond, in de buurt van de Arabieren en van de zogeheten Perzische Golf.) Er zijn ook verschillende groepen Chaldese astronomen. Zo worden sommigen de Orcheni genoemd [die van Uruk], anderen de Borsippeni [die van Borsippa], en zo zijn er nog verschillende groepen met verschillende namen, alsof ze zijn verdeeld in verschillende sekten met verschillende dogma’s over dezelfde onderwerpen. De wiskundigen vermelden enkele namen van deze mannen, zoals Kidenas, Naburianus en Sudines.

Lees verder “Babylonische astronomie”

De Plejaden

De Plejaden (Hubble)

Iedereen kent de Plejaden ofwel het Zevengesternte. En als u het sterrengroepje niet kent: hierboven ziet u hoe het eruit ziet. Het staat in het sterrenbeeld Stier en dat staat rond middernacht richting zuiden. Tussen de Stier en de horizon staat Orion, herkenbaar aan de drie heldere sterren van zijn gordel.

De Griekse naam Plejaden kan zoiets betekenen als “zeilmeisjes”, want als deze sterren kort voor zonsopgang voor het eerst zichtbaar werden, werd de Egeïsche Zee veilig bevaarbaar. De Grieken wisten te vertellen dat het ooit zeven meisjes waren geweest, de dochters van Atlas en de zeenimf Pleione. Toen de goden Atlas straften door hem het hemelgewelf te laten dragen, waren de meisjes onbeschermd, zodat de jager Orion zich aan hen kon vergrijpen. (De vanzelfsprekendheid waarmee de Griekse mythologie vrouwen zonder mannelijke beschermer neerzet als prooi voor verkrachters, is altijd weer onthutsend.) Zeus kreeg echter medelijden en plaatste ze aan de hemel. Daar zit Orion ze nog steeds achterna, maar hij komt gelukkig geen stap dichterbij.

Lees verder “De Plejaden”

De Grote Conjunctie van Jupiter en Saturnus

Vandaag, op de dag waarop ook de astronomische winter aanvangt (11u 2m 22s Nederlandse tijd), staan Jupiter en Saturnus het dichtst bij elkaar aan de hemel, een zeldzame gebeurtenis die slechts eens in de twintig jaar plaatsvindt. Vanavond, om 19u 22m 30s (Nederlandse tijd) is hun onderlinge afstand het kleinst en staan beide planeten slechts 6′ 6.40”, ofwel een vijfde deel van de schijnbare maandiameter, van elkaar verwijderd. Zo dicht bij elkaar zijn beide planeten sinds 1623 niet meer geweest en de eerstvolgende keer dat ze weer zo dicht bij elkaar staan zal pas in 2080 zijn.

Met een kleine kijker zullen beide planeten met hun satellietstelsels mooi in hetzelfde kijkerveld te bewonderen zijn maar met het blote oog of een verrekijker zie je alleen een heldere ster (Jupiter) boven de westelijke horizon met een zwakkere sterretje (Saturnus) net erboven – Saturnus zal ongeveer tien keer zwakker dan Jupiter zijn. Op het tijdstip van de dichtste nadering zullen beide planeten al onder de horizon staan dus wie het hemelverschijnsel met eigen ogen zelf wil aanschouwen is het zaak om enkele uren eerder, dus kort na zonsondergang de zuidwestelijke horizon af te speuren. Jupiter is, met uitzondering van de bijna halfvolle maan die hoger in het zuiden staat, verreweg het helderste hemellichaam die dan te zien is. (Zie boven.)

Lees verder “De Grote Conjunctie van Jupiter en Saturnus”

Planetenjacht

komkommer

Dat was leuk nieuws: dat er een niet al te grote planeet is ontdekt bij de ster Proxima Centauri. Op “slechts” vier lichtjaar van de zon, dus letterlijk bij de buren. Ik heb het met plezier gelezen. Tegelijk moet me van het hart dat het me nu ook weer niet zúlk belangrijk nieuws lijkt. Het zou veel opmerkelijker zijn geweest als er géén planeten waren bij Proxima Centauri.

Ik herinner me nog goed dat in 1995 de eerste planeet werd ontdekt bij een andere ster dan de zon. In de eenentwintig jaar die sindsdien zijn verstreken, zijn er vele honderden gevonden, ik meen ruim 3500. Eerst waren dat gasreuzen als Jupiter, die werden ontdekt doordat ze zó zwaar waren dat ze hun ster deden wiebelen. Dat valt te herkennen aan het dopplereffect, waaruit ook de massa van die planeet viel af te leiden.

Lees verder “Planetenjacht”

Mandeeërs op Pluto

Mandese incantatieschaal (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
Mandese incantatieschaal (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

De schaal hierboven, te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene, is een zogeheten “incantatieschaal”. In een bijna eindeloze spiraal staat een tekst die de eigenaar moet beschermen tegen allerlei boze geesten. Ze zijn gemaakt in het Sassanidische Rijk en zijn er voor elke religieuze minderheid: er zijn christelijke schalen, maar ook joodse, manichese, zoroastrische en mandese. Ik heb op het bordje in het museum gelezen dat de bovenstaande schaal mandees is, maar ik kan het niet controleren.

Mandeeërs?

Ik weet namelijk maar weinig van de mandeeërs. Daarmee ben ik overigens in alleszins redelijk gezelschap, want het is een geloofsgemeenschap in noordelijk Irak waarover maar weinig bekend is. Zeker, we kennen enkele theologische concepten: het zijn dualisten die geloven dat de ziel eigenlijk bij God wil zijn maar door een Groot Kosmisch Bedrijfsongeval als balling in dit ondermaanse moet verkeren. Er is echter geheime kennis waarmee de gelovige de terugkeer van zijn ziel kan bevorderen. Het doet sterk denken aan de antieke gnosis en het is vermoedelijk geen toeval dat de naam van deze religie is afgeleid van het Aramese manda dat, net als het Griekse gnosis, zoiets betekent als kennis of inzicht.

Lees verder “Mandeeërs op Pluto”