De slag aan de Granikos (3)

De vlakte achter de Granikos

[Dit is het laatste van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

De twee legers brachten de nacht dus tegenover elkaar door aan de Granikos. De Perzen hoopten de volgende dag de Macedoniërs te onderscheppen bij het oversteken van de stroom, maar die wachtten dat niet af. Omdat de Perzen niet mochten uitrukken vóór ze hadden geofferd aan de opkomende zon, zetten Alexander en zijn rechterhand Parmenion hun leger over in de laatste uren van de nacht.

De slag aan de Granikos

De aanval volgde bij dageraad, en de Perzen wisten dat er iets vreselijk mis was toen ze de aarde hoorden dreunen onder de voetstappen van de Macedonische falanx. Vanaf het begin waren ze in de verdediging. Door de snelheid waarmee de Macedoniërs oprukten, kon maar een deel van de Perzische cavalerie worden ingezet. Diodoros van Sicilië vertelt:

Spithridates, een Pers van geboorte en een buitengewoon moedig man, stortte zich met een groot aantal ruiters, waaronder veertig van de Koninklijke Verwanten, uitmuntende strijders, op de Macedoniërs. Hij zat zijn tegenstanders op de huid en in een fel gevecht doodde hij er een aantal en verwondde hij andere. Omdat het geweld van zijn aanval nauwelijks te weerstaan was, wendde Alexander zijn paard naar Spithridates en reed op hem af.

De Pers beschouwde deze kans op een tweegevecht als een godsgeschenk, alsof het Lot wilde dat door zíjn moed Azië van het allergrootste gevaar zou worden bevrijd, Alexanders veelgeroemde stoutmoedigheid door hém werd bestraft en de reputatie van de Perzen niet te schande gemaakt zou worden. Als eerste wierp hij zijn speer en hij zette er zoveel kracht achter dat hij diens schild doorboorde. De punt ging dwars door Alexanders harnas heen en raakte zijn rechterschouder. De koning schudde echter het projectiel van zijn arm af, gaf zijn paard de sporen, en gebruikmakend van de vaart van zijn paard richtte zijn speer naar de borst van de satraap. Toen dat gebeurde begonnen de soldaten in beide linies te schreeuwen bij het zien van zo’n toppunt van moed.

Maar de punt van Alexander speer brak af op Spithridates’ pantser en de schacht gleed af. De Pers trok zijn zwaard en wilde zich op Alexander werpen, maar de koning had weer vat gekregen op zijn speer en zag kans die nog net op tijd naar Spithridates’ gezicht te stoten en het te raken. De Pers stortte neer, maar op dat moment kwam zijn broer Roisakes aan galopperen. Die liet zijn zwaard met zo’n vreselijke slag neerkomen op het hoofd van Alexander, dat hij diens helm doorkliefde en zijn hoofdhuid verwondde. Toen Roisakes op dezelfde plaats een tweede klap wilde uitdelen, stoof Kleitos, bijgenaamd de Zwarte, er met zijn paard op af en hakte de arm van de Pers af.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 17.20.2-7; vert. Simone Mooij.

Terwijl dit gevecht plaatsvond, raakten ook de hoofdmachten slaags. De Perzische ruiters liepen de voor de Perzen strijdende Griekse huurlingen voor de voeten, zodat de Macedonische falanx weinig weerstand ondervond. Er moeten duizenden doden zijn gevallen, terwijl de verliezen aan Macedonische zijde, zoals altijd wanneer een falanx vrij spel kreeg, gering waren:

Aan Macedonische zijde werden bij de eerste aanval ongeveer vijfentwintig gardisten gedood. Van de overige ruiters vielen er meer dan zestig, van de infanterie ongeveer dertig. De volgende dag liet Alexander hen begraven, met hun wapens en verdere uitrusting. Aan hun ouders en kinderen verleende hij vrijstelling van dienstplicht en belasting op land en andere bezittingen. Ook de gewonden gaf hij veel aandacht. Hij bezocht ze een voor een, bekeek hun wonden, vroeg hoe en wanneer ze gewond waren en gaf hun gelegenheid dat te vertellen en erover op te scheppen noot Arrianus, Anabasis 1.16.4-5; vert. Simone Mooij.

De gevolgen

Korte tijd later leidde hij Alexander zijn leger terug naar de plek waar hij aan land was gegaan, om alsnog te beginnen aan de geplande mars naar de Griekse steden in het zuiden. Ondertussen ging generaal Parmenion op weg naar het oosten om Daskyleion, de dichtstbijzijnde Perzische vestiging, te bezetten. Dit was een belangrijke operatie, want er was veel buit te behalen en Alexander had behoefte aan zilver en goud. Weliswaar beschikte Macedonië over rijke mijnen, maar het jaar van de troonsbestijging was duur geweest, om nog maar te zwijgen van de kosten van het expeditieleger. Onze bronnen melden dat Daskyleion zonder slag of stoot in Macedonische handen viel, maar opgravingen suggereren dat er wel degelijk is gevochten.

De akropolis van Daskyleion

Voor de Perzen was de slag aan de Granikos een catastrofe. De verliezen waren immens. Ze beschikten niet langer over een effectief leger in de regio, aangezien hun Griekse huurlingen voor het merendeel waren omgekomen. Alexander stuurde de overlevenden als dwangarbeiders naar het Macedonische platteland, dat als gevolg van zijn veldtocht deels was ontvolkt.

Een andere tegenslag voor de Perzen was dat veel bestuurders waren gesneuveld: twee provinciegouverneurs, tenminste drie andere commandanten en evenveel leden van de koninklijke familie. De Griekse huurlingenleider Memnon overleefde echter. Koning Darius vertrouwde hem en erkende dat de door de Griekse huurlingenleider voorgestelde tactiek van de verschroeide aarde de beste was. Maar Memnon had meer pijlen op zijn boog. Binnen enkele maanden zou hij Alexander danig in de problemen brengen.

[een overzicht van alle Alexanderblogs is hier.]

Deel dit:

6 gedachtes over “De slag aan de Granikos (3)

  1. Marijn Taal

    Diodorus’ beschrijving van het tweegevecht tussen Spithridates en Alexander leest qua beschrijving van Spithridates’ motivatie en dan qua opbouw van het gevecht als een Homerisch tweegevecht.

  2. Er zitten heel vreemde zaken in dat tweegevecht:

    “De punt ging dwars door Alexanders harnas heen en raakte zijn rechterschouder. De koning schudde echter het projectiel van zijn arm af”
    Het eerste kan, het tweede kan daarna alleen door het schild weg te werpen.

    “Maar de punt van Alexander speer brak af op Spithridates’ pantser”
    Dit kan alleen bij een speerpunt van zeer slechte kwaliteit, en we nemen dat niet aan van Macedonische wapens. Ook nemen we niet aan dat de zware stootspeer (kontos) van de Macedonische cavalerie heel dunne schachten had. Het is dus een stijlfiguur.

    “Roisakes [..] liet zijn zwaard met zo’n vreselijke slag neerkomen op het hoofd van Alexander, dat hij diens helm doorkliefde ”
    Weer zo’n rare bewering – zwaarden doorklieven alleen helmen van dun materiaal, en die van Alexander was ook nog eens voorzien van een kam met pluim of een bewerkte dubbele laag.

    Conclusie: een mooie beschrijving, maar ik wed dat dit ook door Homeros ergens neergepend is.

  3. “De Perzische ruiters liepen de voor de Perzen strijdende Griekse huurlingen voor de voeten”

    Ik dacht dat je in het vorige stukje juist had beschreven dat dit niet het geval zou zijn omdat het gevecht op de vlakte plaats vond?

  4. Robbert

    Een beetje googelen laat zien dat archeoloog Korpe al 20 jaar in de regio werkt en in 2011 al de route van A. naar het riviertje en de slag zelf beschreef.
    In dec. 2024 “In a meeting organized by the Çanakkale Provincial Directorate of Culture and Tourism, professor Körpe provided information about the project to local mayors and district governors” dikt dhr. Körpe eea. aan, wrsch. ook omdat hij adviseur was of is van (zie Marijn Taal in eerdere reactie) dat “cultural/heritage” project en/of vanwege toerisme.
    Maar mag een professor geen public relations praatje houden voor burgemeesters? Journalisten in binnen- en buitenland duiken daar vervolgens geheel en al onkritisch op (“Lost Battlefield” etc.)

    1. Ik heb een cynischere hypothese: er dreigde een bezuiniging. Dan roepen archeologen al snel dat ze nét iets heel belangrijks op het spoor zijn. Dit is bijvoorbeeld waar voor de opgravingen in Minden-Barkhausen, die “ineens” een belangrijke aanwijzing boden voor .de slag in het Teutoburgerwoud.

      Het wordt ook beweerd van Nico Roymans’ Kessel-claim. Die zou naar buiten zijn gebracht om de opheffing van zijn instituut te verhinderen. Ik denk dat de beschuldiging is ingegeven door degenen die Roymans van begin af aan bekritiseerden, en ik geloof de beschuldiging niet (het instituut werd niet bedreigd), maar de beschuldiging toont wel wat archeologen een plausibele reden vinden om te gaan overdrijven.

Reacties zijn gesloten.