Alexander de Grote in Sousa (2)

De troonzaal in Sousa

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote de capitulatie van de Perzische hoofdstad Sousa in ontvangst nam. Het paleis lag op een plateau dat hoog uitstak boven het hete maar vruchtbare rivierdal. De Perzen hadden op dat plateau – door de wind bewaaid en iets koeler dan het rivierdal – een immens terras aangelegd, dat met dertien hectare groter was dan dat van bijvoorbeeld Persepolis. Het paleis zelf had een omvang van vier hectare, de twintig meter hoge troonzaal niet meegerekend.

De luxe was groter dan de Macedoniërs ooit hadden gezien. Verbaasd dronken ze uit bekers van glas, aten ze van marmeren borden en openden ze deuren met klinken van lapis lazuli. Het moet hebben geleken op de beschrijving uit het Bijbelboek Ester:

Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, die allemaal verschillend waren, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten.noot Ester 1.6-7; NBV21.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (2)”

Na de slag bij Gaugamela

De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

Verliescijfers

Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

Lees verder “Na de slag bij Gaugamela”

Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

Lees verder “Alexander de Grote op weg naar Gaugamela”

Alexander de Grote in de Levant

Syriërs (Apadana, Persepolis)

In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

Lees verder “Alexander de Grote in de Levant”

Het nieuwe leger van Darius III

Volgens het Staatliches Münzkabinett in München is dit een goudstuk van Darius III Codomannus (maar misschien is ‘ie ouder)

Ik liet u vorige maand achter met een Alexander de Grote die in het voorjaar van 331 v.Chr. op het punt stond de strijd aan te binden met de Perzische koning Darius III. Diens bijnaam “Codomannus” kennen we alleen uit een Latijnse tekst, en we weten niet zeker wat de Perzische vorm kan zijn, maar de meest plausibele verklaring die ik ooit heb gelezen is dat het zoiets als “de krijgszuchtige” betekent. En dat zou niet voor niets zijn, want de man was voor de duvel niet bang en was een knappe organisator.

En na slag bij Issos, waarover we het in deze reeks al hebben behandeld, was hij zo’n beetje alles kwijt: zijn infanterie en cavalerie, zijn oorlogskas, zijn familie. Desondanks slaagde hij er in de maanden na zijn nederlaag in om alle moeilijkheden weer te boven te komen, wat bewijst hoe gevaarlijk hij was. Het mocht echter niet baten. Dat de vijanden uit het westen zouden doorbreken, stond geschreven in de sterren – letterlijk, zoals bleek bij Gaugamela – en geen sterveling kon daar verandering in brengen.

Lees verder “Het nieuwe leger van Darius III”

Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Lees verder “Het Hemels Mandaat in Mesopotamië”

Alexander de Grote in Egypte (2)

De Nijl

Vorige maand blogde ik over de wijze waarop Alexander de Grote in Egypte was aangekomen en hoe hij zijn best had gedaan zich als vrome Egyptische vorst te presenteren. Dat was in november of december 332 v.Chr. en we weten niet waar Alexander de winter doorbracht. Zijn Romeinse biograaf Curtius Rufus vermeldt terloops dat de Macedonische veroveraar de Nijlvallei verkende, en hoewel geen enkele andere bron dit bevestigt, kan het waar zijn. Er was in elk geval voldoende tijd.

Nijlcruise?

De Macedonische koning liet een kapel inrichten in een van de tempels van Amun in Thebe, terwijl een inscriptie uit het stroomopwaarts gelegen Edfu melding maakt van de bouwactiviteiten van de “geliefde van Amun en uitverkorene van Ra”. De twee getuigenissen bewijzen niet onomstotelijk dat Alexander zo zuidelijk kwam, maar uitgesloten is een Nijlcruise ook niet, al was het maar omdat de Macedonische koning in Thracië en Illyrië de gewoonte al had ontwikkeld persoonlijk de grenzen van zijn rijk te inspecteren.

Lees verder “Alexander de Grote in Egypte (2)”

Alexander de Grote in Memfis

De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

Lees verder “Alexander de Grote in Memfis”

Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Lees verder “Alexander de Grote in Egypte”

Maansverduistering

Algemeen schema voor een maansverduistering (niet op schaal) (klik=groot). De rode kleur die de maan tijdens de totale verduistering aanneemt wordt veroorzaakt door zonlicht dat via straalbreking in de aardatmosfeer alsnog het maanoppervlak bereikt.

Wie vanavond vlak na zonsondergang, bij helder weer, de oostelijke horizon in ogenschouw neemt, kan een bijzonder astronomisch verschijnsel waarnemen: het opkomen van een totaal verduisterde maan. Ongeveer drie kwartier later begint de roodgekleurde maan langzaam uit de kernschaduw (umbra) van de aarde te treden, een uurtje later is de maan helemaal uit de kernschaduw en nog een uurtje later is de maan ook uit de bijschaduw (penumbra) en prijkt zij als een heldere volle maan aan de hemel. Meer details hierover onderaan dit blogje.

Zons- en maansverduisteringen kort uitgelegd

Zoals bekend treden zons- en maansverduisteringen alleen op tijdens nieuwe maan of volle maan. Echter, niet elke nieuwe maan leidt tot een zonsverduistering en niet elke volle maan leidt tot een maansverduistering. Omdat de maanbaan een kleine hoek (ca. 5°) met de schijnbare zonsbaan (ecliptica)noot In oude Nederlandse astronomische en scheepvaartkundige werken ook wel de taankring of taanrond genoemd. maakt, gaat de maanschaduw bij nieuwe maan meestal boven of onder de aarde langs, terwijl bij volle maan de aardschaduw evenzo meestal boven of onder de maan langs gaat.

Lees verder “Maansverduistering”