The Rock

Tyrus

Historische films kunnen alleen mislukken omdat het drama dat nodig is voor een overtuigende film haaks staat op de saaiheid van wat het verleden feitelijk is. Desondanks heb ik twee favorieten. Ze moeten helaas nog worden gemaakt. De ene heet Qarqar en gaat over de veldslag in 853 v.Chr. waarin de verdeelde koningen van Syrië (inclusief Achab van Israël) zich verenigden en erin slaagden de Assyriërs tijdelijk tegen te houden. Ik blogde al eens over dat gevecht; voor het moment gaat het me vooral om het visuele spektakel van duizenden – letterlijk! – strijdwagens op de vlakte van de Orontes. Is Hollywoods digitale toverdoos eindelijk ergens nuttig voor. De spanningen tussen de Syrische koningen staan garant voor een verhaal dat ook psychologisch overtuigt.

De andere film heet The Rock en gaat over Alexanders belegering van Tyrus in 332 v.Chr. De titel is een vertaling van צר, ṣūr, de eigenlijke naam van de grote aloude stad, die was gebouwd op een eiland voor de kust van Libanon. Deze belegering is beroemd omdat Alexander een dam aanlegde naar het eiland (al blijft onduidelijk of de stad daarover ook is bestormd). Net als Qarqar is The Rock krijgsgeschiedenis, wat betekent dat er in elk geval visueel iets van valt te maken. Met name de bouw van de enorme belegeringsram die op drie schepen naar een punt voor de zuidelijke stadsmuur wordt verplaatst, zal de moeite waard zijn. Voor het monster in actie komt, is er de strijd tussen de Macedonische kikvorsmannen die de schepen proberen te verankeren en hun Tyrische rivalen. Uiteindelijk wordt de muur ingebeukt en valt de stad, waarna de strijd zich voortzet in de smalle steegjes, in de huizen en op de daken.

Lees verder “The Rock”

In memoriam Simone Mooij-Valk (3)

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

De Grieks-Romeinse wereld

PhilostratusHet leven van Apollonius van Tyana was Simones laatste en langste vertaling. Ze begon ermee in 2010 en het boek lag eind 2013 al in de winkels. De auteur leefde in een tijd die weleens wordt aangeduid als ‘crisis van de derde eeuw’. Die naam suggereert meer problemen dan er feitelijk zijn geweest, maar het intellectuele leven was zeker aan verandering onderhevig. De oude religieuze culten kregen bijvoorbeeld concurrentie van ‘heilige mannen’: charismatische, rondzwervende intellectuelen over wie de wonderlijkste verhalen de ronde deden. De verering van Jezus van Nazaret is het bekendste voorbeeld, maar de pythagoreïsche filosoof Apollonius van Tyana is een goede tweede.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (3)”

MoM | Epische verdichting

De Terebintenvallei

Wie doodde de reus Goliat? Het gemakkelijke antwoord is de herdersjongen David, die in de Terebintenvallei de Filistijnse kampioen met een welgemikte slingersteen vloerde. U leest het na in 1 Samuel 17. Het probleem is 2 Samuël 21.19:

Toen het enige tijd later nogmaals tot een gevecht kwam met de Filistijnen, in Gob, versloeg Elchanan, de zoon van Jaare-oregim, uit Betlehem, de Gittiet Goliat, wiens lansschacht als een weversboom was.

De woonplaats van deze Goliat is dezelfde als die van Davids tegenstander. De laatste bijzin uit het citaat keert woordelijk terug in het verhaal van David. Aangezien het niet bijster aannemelijk is dat er in hetzelfde stadje twee Goliats waren met lansen als weversbomen, moet het gaan om dezelfde man – en de overwinning werd dus door twee mannen opgeëist, Elchanan en David.

Lees verder “MoM | Epische verdichting”

Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)”

Alexander in Albanië

De vallei van de Devoll (Eordaikos)

In 2004 publiceerde ik een boek over Alexander de Grote met de verrassende titel Alexander de Grote. In de voorafgaande tijd waren mijn zakenpartner en ik de Macedonische koning tot in Pakistan achterna gereisd. Een paar delen van zijn route hebben we destijds om voor de hand liggende redenen niet kunnen zien, zoals Irak en Afghanistan. Wat we wél zouden hebben kunnen zien maar nét niet bereikten, was het slagveld bij Pellion. (We zijn destijds gestrand in Kastoria, waar alle hotels waren volgeboekt voor een pelsdierhandelarencongres, zodat we moesten terugkeren.)

In het najaar van 336 v.Chr. was Alexanders vader Filippos II vermoord en was zijn zoon koning geworden. Hij gebruikte het volgende jaar om overal te laten zien dat alleen de naam van de koning en niet het Macedonische beleid was veranderd. In drie bliksemcampagnes trok hij door het land van de Thraciërs en van de Illyriërs en verwoestte hij de Griekse stad Thebe. Het jaar erop zou hij Azië binnenvallen.

Voor de aanval op de Illyriërs had Alexander een voorwendsel nodig, maar hij had in zoverre geluk dat een van de Illyrische stammen, de Dardaniërs (ergens in het noorden van Albanië), Macedonië wilde binnenvallen en alvast het grensfort Pellion bezette. Daar wachtte de Dardanische vorst Kleitos op versterkingen van een andere stam, de Taulantiërs. Volgens Nicholas Hammond, die veel studie heeft gedaan naar de topografie van Macedonië en Illyrië, moet dat worden gezocht in de omgeving van Korçë, in oostelijk Albanië.

Lees verder “Alexander in Albanië”

Baktrië en Afghanistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Er was – en in zekere zin: is – een zekere urgentie achter Into the Land of Bones, waarin de Amerikaanse oudhistoricus Frank Holt de campagnes behandelde van Alexander de Grote in Baktrië (noord-Afghanistan en zuid-Oezbekistan) en in Sogdië (de rest van Oezbekistan). Die urgentie had alles met zijn Amerikaanse achtergrond te maken: de Amerikanen waren op het moment waarop het boek verscheen, 2005, militair aanwezig in Afghanistan en hoewel ze vochten met “ervaring, toewijding, eer, en moed” hadden ze “de geschiedenis simpelweg niet aan hun kant”.

Holt wilde zijn landgenoten te waarschuwen. Met recht en reden. Oorlog in Centraal-Azië is één van de weinige punten waar uit de oude geschiedenis lessen zijn te trekken voor onze eigen tijd.

Lees verder “Baktrië en Afghanistan”

Alexander de plunderaar

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)
Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Het zou misleidend zijn ik zei dat de Texaanse oudheidkundige Frank Holt een van de boeiendste auteurs is over de Oudheid. Veel alternatieven zijn er namelijk niet: Holt is een van de weinigen die nieuwe inzichten presenteert in boekvorm. Terwijl de meeste oudheidkundigen artikelen schrijven voor hun vakbroeders, vindt Holt dat geschiedenis er óók is voor het grote publiek. Dat neemt niet weg dat zijn boeken de moeite waard zijn voor leek én vakman.

In het net verschenen The Treasures of Alexander the Great neemt hij de historische mythe onder handen dat de Macedonische koning Alexander de Grote (r.336-323 v.Chr.) een “self-made man” zou zijn geweest, die bijna bankroet begon aan zijn expeditie tegen het oppermachtige Perzische Rijk. Zijn biograaf Arrianus legt de veroveraar dit in de mond:

Van mijn vader erfde ik een paar gouden en zilveren bekers en nog geen zestig talenten in de schatkist, én ongeveer vijfhonderd talenten aan schulden die Philippus had uitstaan. Daar bovenop leende ik zelf nog eens achthonderd talenten.

(Een talent was een gewicht van zo’n 26 kilo.)

Lees verder “Alexander de plunderaar”