
Als het gaat om Griekse geschiedschrijving, zijn de beste antieke auteurs niet de beroemde Herodotos en Thoukydides, maar die uit de Romeinse tijd. Met beste bedoel ik: wetenschappelijk. De klassieke geschiedschrijvers zijn moralisten, net als Romeinse auteurs als Tacitus. Hun publicaties verhouden zich tot de geschiedwetenschap zoals astrologie tot astronomie en alchimie tot chemie.
De Griekse historici uit de tweede een derde eeuw na Chr. zijn echter een ander paar mouwen. Ik heb al vaker geschreven dat Appianus als enige voldoet aan de voorwaarde voor wetenschappelijkheid: een fatsoenlijke visie op causaliteit. Als enige historicus uit de Oudheid is Appianus dus automatisch de beste. Op een gedeelde tweede plaats staan Cassius Dio en Arrianus. Geen historici, zeker niet, maar met meer waarheidsliefde dan een Thoukydides of een Tacitus. Kortom: tijd om eens over Arrianus te bloggen.
De jonge Arrianus
Lucius Flavius Arrianus is ergens tussen 85 en 90 na Chr. geboren in Nikomedeia, de hoofdstad van Bithynië, het moderne Izmit. Zijn ouders waren well-to-do, want ze hadden het Romeinse burgerrecht en hun zoon bekleedde al vroeg het priesterschap van de belangrijke godinnen Demeter en Kore. De familie had de middelen om Arrianus te laten studeren in Nikopolis, waar de beroemde filosoof Epiktetos een school had. Onder de medestudenten was de toekomstige keizer Hadrianus, met wie Arrianus bevriend raakte. Hij zou later nog publiceren over Epiktetos’ leven en leer. Kees Alders schreef daar op deze blog al over.
In deze jaren is hij ook ingewijd in de mysteriën van Eleusis bij Athene, wat natuurlijk niet zo vreemd is omdat ook die waren gewijd aan Demeter en Kore.
Rond 107 na Chr. diende Arrianus in een van de Romeinse legioenen, wellicht in Noricum ofwel Beieren, aangezien hij die rustige regio goed kent. Daar tegen pleit overigens dat hij later twee legioenen commandeerde, wat suggereert dat zijn militaire ervaring groter was dan een voorbijgaande kennismaking. Wellicht is hij actief geweest in Dacië, dat kort daarvoor door keizer Trajanus was geannexeerd en door Hadrianus werd georganiseerd.
Hadrianus’ protegé
Rond 110 was Arrianus voldoende bekend om in Delphi te worden vermeld als de adviseur van een Romeinse gouverneur die moest bemiddelen in een grensgeschil. Niet veel later moet hij ambten als quaestor en aedil hebben bekleed. Misschien heeft hij een rol gespeeld bij de reconstructie van zijn vaderstad Nikomedeia, die in 120 door een aardbeving werd verwoest. Wellicht vinden archeologen in Izmit nog eens een inscriptie, opgericht door de (in dit soort teksten traditioneel) dankbare stedelijke bevolking.
Inmiddels was Arrianus’ vriend Hadrianus keizer geworden (in 117). Met zo’n patroon kwam Arrianus’ carrière op stoom: we vinden hem rond 125 als gouverneur in Andalusië en hij was misschien rond 128 met Hadrianus in Africa. Dit is niet te bewijzen, maar een scène uit Arrianus’ boek over de jacht suggereert kennis van de regio.
Was onze reconstructie van deze loopbaan tot hier wat speculatief, we zijn er zeker van dat hij het consulaat ergens rond 130 bekleedde, samen met een zekere Severus. Omdat de keizer op dat moment op reis was in Griekenland en Egypte, hadden de twee mannen in Rome een aantal belangrijke taken.
Gouverneur
Daarna was Arrianus gouverneur in Cappadocië, een oostelijke grensprovincie met twee legioenen. Deze benoeming bewijst dat hij inmiddels aanzienlijke militaire ervaring had, want geen enkele keizer zou ooit het bevel van twee legioenen geven aan iemand zonder bewezen kwaliteiten. Als hij geen ervaring heeft opgedaan in Dacië, kan het zijn geweest tijdens Trajanus’ campagne tegen het Parthische Rijk (in 115-117). Arrianus zou er nog een boek over schrijven.
Als gouverneur maakte hij een inspectiereis rond de Zwarte Zee, waarover hij eveneens een boek schreef. In 134 bedreigden de Alanen, een stam van de steppen van Kazachstan, de grens. Arrianus nam zijn twee legioenen XV Apollinaris (in Satala) en XII Fulminata (in Melitene) mee op mars en versloeg de indringers voordat ze gevaarlijk konden worden. Hij zou later een Slagorde tegen de Alanen publiceren, waarin hij Romeinse commandanten adviseerde over de wijze waarop ze tegen nomaden moesten vechten.
Na dit generaalschap vestigde Arrianus zich in Athene, dat hem het burgerschap verleende. Hij overleed er na 145/146, omdat het bekend is dat hij in dat jaar nog een Atheens ambt heeft bekleed.

Een Romeinse stad
De wierookroute (2)
Talmoed
“Slagorde tegen de Alanen publiceren, waarin hij Romeinse commandanten adviseerde”
Een heel belangrijk geschrift, hoe kort en beschadigd ook, omdat het een veranderende gevechtswijze beschrijft. Deze wijkt af van hoe de legioenen onder Augustus of Trajanus vochten, maar lijkt juist op hoe ze onder Constantijn of Theodosius vochten. Het plaatst de evolutie van het laat-Romeinse leger vroeger dan traditioneel aangenomen.
Bracht Arrianus bewondering voor Alexander hem er niet toe om tegen de Alanen zijn legioensoldaten in Macedonische formatie te laten optrekken?
En dat dit goed uitpakte, maar dat dit terugrijpen op de daden van een bewonderd antiek voorbeeld niet perse “verantwoord’ is ?
Volgens mij heeft Jona dit weleens aangestipt.
Volgens mij klopt dat en modelleerde Arrianus zijn strijdwijze op een oudere. In een tijd waarin geen inlichtingendienst bestond die een generaal kon informeren over hoe de vijand opereerde, kon literatuur over eerdere confrontaties met soortgelijke vijanden nuttig zijn.