
Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.
Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.
Van dit soort vondsten gaan er dertien en wellicht zelfs veertien in een dozijn. De toelichting verraste en boeide me echter. Archeologen turfstekers treffen dit soort verzamelingen vooral aan in het veen, meestal op plekken waar vroeger een ven is geweest. Juist in deze fase van de Bronstijd groeide in Drenthe het veen sterk aan, een proces waar de mensen zich bewust van moeten zijn geweest, zó snel ging het. Dit klinkt misschien wat ongeloofwaardig, maar mensen realiseerden zich ook als het veen inklonk, dus waarom zouden ze zich niet bewust zijn geweest van de groei van de veenkussens? Bovendien verdwenen zo weiden en akkers. En om die reden, zo opperen de archeologen, liet men verzamelingen kostbaarheden achter.
Een depositie, in vaktermen. Een offer voor de goden, misschien om het veen op afstand te houden en de velden te beschermen. Of om een andere, niet meer te achterhalen reden.
Wat ik maar zeggen wilde: de Bronstijdexpositie is de moeite en een tweede bezoek waard. U moet wel opschieten, want zondag is de laatste dag.
[Dit was het 485e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]
Zelfde tijdvak
De Hemelschijf van Nebra in Assenaugustus 7, 2022
Zigguratmaart 30, 2021
Een puzzel opgelost (2)augustus 21, 2016

Goed dat je het zegt. Ik ga nog even snel.
Mijn vrouw en ik zijn onlangs bij de Bronstijdexpositie in het RMO. geweest. Ik ben altijd verbaast wat de mensen 4000 jaar geleden konden maken, sieraden, voorraad flessen, bijlkoppen, ..
Afgelopen woensdag was ik in het RMO. Ik ben iemand die alle bordjes leest, dus ik ben tot de helft gekomen. Morgen de andere helft, met de mooiste en interessantste objecten. Ik verheug me er nu al op! Het boek is ook mooi uitgevoerd.
Ik denk, eerlijk gezegd, dat het vooral de mooiste dingen zijn die aan het einde zijn. Het interessantste materiaal ligt eerder.
Wat ik overigens ronduit raar vind aan de expositie is het vrijwel ontbreken van aandacht voor het Midden-Oosten. Uitgerekend in een expositie die het groeien van contacten benadrukt, uitgerekend in een museum dat aandacht heeft voor de gehele antieke wereld, krijg je zo’n eurocentrisch verhaal.