Germaanse moerasoffers

Verguld zilveren schijf uit het Thorsberger Moor

Conrad Engelhardt was een Deen en een archeoloog, in die volgorde. In 1851 werd hij directeur van een archeologisch museum, waarvan de collectie tegenwoordig is te zien in kasteel Gottorf in Schleswig. Of beter: niet is te zien, maar daarover zo meteen. Als opgraver onderzocht Engelhardt in 1859 het Thorsberger Moor, en daarna het Nydam Moor, waar hij tot 1863 actief was en onder andere het Nydamschip vond, dat dateert uit de vierde eeuw. Niemand ontkende het enorme belang van deze vondsten: allerlei metalen voorwerpen, bijna allemaal met een militair karakter, lagen daar in de moerassen.

In 1864 liet Otto von Bismarck de Sleeswijk-Holsteinse kwestie escaleren en brak de Duits-Deense Oorlog uit. Denemarken verloor Sleeswijk-Holstein en de archeologische vondsten belandden in Kiel. De nieuwe machthebbers in de regio boden Engelhardt daar een betrekking aan, maar hij voelde zich, zoals gezegd, meer Deen dan archeoloog, en vertrok liever naar Kopenhagen. Een deel van de vondsten nam hij mee, zodat die zich decennia lang bevonden in twee musea in twee steden in twee landen. Pas toen de collecties vanaf 2000 gezamenlijk konden worden bestudeerd, bleek wat een rijkdom aan informatie Engelhardt had aangeboord en hoe goed zijn interpretaties en documentatie waren geweest.

Lees verder “Germaanse moerasoffers”

De schat van Villena

De schat van Villena, kopie van enkele voorwerpen (Archeologisch Museum, Madrid)

De economie is instabiel, de goudprijs gaat door het dak, dus het is lucratief een archeologisch museum te overvallen en daar wat goud te jatten. Vorige maand gebeurde dat met voorwerpen uit Vix en vorig jaar was er uiteraard de diefstal van de helm van Coțofenești.

De ironie wil dat deze kwetsbaarheid erger wordt naarmate het beleid beter is. Je legt originele voorwerpen liefst zo dicht mogelijk bij de vindplaats, waar ze (jonge) mensen het meest inspireren en liefde voor het verleden bijbrengen. Dan liggen kostbaarheden echter in kleine musea, die vaak te weinig geld hebben voor afdoende bewaking. Het alternatief is nog erger: alles op een beperkt aantal plekken neerleggen waar ze wel bewaakt kunnen worden. Maar ja, als alle bijzondere voorwerpen op één plaats liggen, valt een object dat lokaal mensen had kunnen inspireren, niet werkelijk op. Dan is het alleen maar een etalage van rijkdommen. Ook leuk, maar het brengt mensen geen liefde voor het erfgoed bij.

Lees verder “De schat van Villena”

Antwerpen: Hoogstraten

Depositie uit Hoogstraten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Hoogstraten

Een van de (althans voor mij) wonderlijke aspecten van de Bronstijd is wat archeologen een depositie noemen. Simpel gezegd: mensen laten ergens met opzet kostbaarheden achter. Waarom? We kunnen het ze niet langer vragen, en het antwoord “het zal wel religieus zijn” is vanzelfsprekend een voorbeeld van de Eerste Hoofdwet van de Archeologie. Al heb ik geen idee wat het anders kan zijn geweest.

Lees verder “Antwerpen: Hoogstraten”

De beelden uit Ain Ghazal

Gezicht van een beeld uit Ain Ghazal

Wie Amman, de hoofdstad van Jordanië, over de grote weg vanuit het noordoosten binnenrijdt, rijdt dwars door de Neolithische vindplaats Ain Ghazal (“de bron van de gazelle”). Deze site is dan ook ontdekt bij het aanleggen van die weg. De bouwers hadden al aanzienlijke schade aangericht toen ze begrepen dat ze boven een archeologische vindplaats aan het werk waren, en onderbraken hun werkzaamheden. Vanaf 1974 is de site gedurende een kwart eeuw onderzocht.

Neolithisering

Dat er dus al met zwaar materieel gewerkt was, had één voordeel: de stratigrafie was van begin af aan duidelijk. Eén van de eerste constateringen was dat de oudste lagen behoorden tot het zogeheten Prekeramisch Neolithicum.

Lees verder “De beelden uit Ain Ghazal”

Een depositie uit Bronstijd-Drenthe

Depositie uit de Bronstijd uit Roswinkel (Drents Museum, Assen)

Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.

Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.

Lees verder “Een depositie uit Bronstijd-Drenthe”

Faits divers (29): ontdekkingen

Decius (Capitolijnse Musea, Rome)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer zomaar wat oudheidkundige ontdekkingen.

***

Wapenoffer

Eerst maar eens een gewone ontdekking: een Germaanse wapenvondst bij Hedensted, dat u aan de oostkant van Jutland moet zoeken, iets ten noordwesten van Funen. De Germanen hadden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de gewoonte zo nu en dan enorme aantallen militaire objecten in moerassen te werpen. Ze zijn vooral bekend uit Denemarken en het zuiden van Zweden. Archeologen nemen aan dat het krijgsbuit was, omdat ook de menselijke resten weleens worden gevonden. Bij de depositie die bij Hedensted is gevonden, behoort een kostbaar pantserhemd.

Lees verder “Faits divers (29): ontdekkingen”

Armbanden uit Dacië

Gouden armband uit Sarmizegetusa Regia (Nationaal Historisch Museum, Boekarest)

In het Drents Museum in Assen is momenteel een mooie expositie over het koninkrijk Dacië, zeg maar het antieke Roemenië. In de eerste eeuw voor en na het begin van onze jaartelling lag daar een sterk koninkrijk, dat het zo nu en dan de Romeinen in het zuiden en westen behoorlijk lastig kon maken. Soms kocht Rome de Daciërs dan ook maar af: het was goedkoper dan oorlog. Eén van de verklaringen voor de betrekkelijke sterkte  van Dacië was de aanwezigheid van goudaders, die de koningen in staat stelde op elk moment extra soldaten aan te trekken.

De elite van Dacië

Dat goud, dat toonden de koningen van Dacië dan ook maar wat graag. Het was hét symbool van hun macht. In hun hoofdstad Sarmizegetusa Regia zijn in onder andere 1996 en 2003 fikse schatten opgegraven, bestaand uit imitaties van Romeinse goudstukken. Maar het klapstuk is de verzameling spiraalvormige gouden armbanden, waarvan er hierboven een is te zien. Vandalen hebben er vierentwintig gevonden die door de Roemeense autoriteiten zijn teruggevorderd. De helft daarvan is in de collectie van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest. En een paar daarvan liggen momenteel in Assen. Ze dateren uit de tweede helft van de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Armbanden uit Dacië”

Dacië in Assen

Portretkop uit Petetu

Ergens rond 5000 v.Chr, ontdekten de mensen van de zogeheten Gumelnița-cultuur, in het zuidoosten van het huidige Roemenië, hoe ze koper moesten bewerken. In de volgende eeuwen leerde men op de Balken ook hoe men goud smeden kon. De oudste gouden sieraden dateren, voor zover ik weet, van rond 4600 v.Chr. en komen uit de omgeving van het huidige Varna in Noordoost-Bulgarije. Dit is de tijd van de laatneolithische culturen, waaraan het Luikse Musée Grand Curtius in 2019 een heel mooie expositie wijdde. Varna kon u kort daarvoor leren kennen bij de tentoonstelling “Het oudste goud van de wereld” in Dordrecht.

Het gulden vlies

Het is geen toeval dat het edelsmeden is ontstaan aan de oostkant van het Balkanschiereiland, want er waren hier diverse metaaladers, zodat sommige rivieren rijk aan goudpoeder waren. Zoiets viel te winnen door rivierklei op een vacht neer te leggen en uit te spoelen, waardoor klompjes en poeder op de vacht bleven kleven. Wellicht is deze methode de achtergrond van de Griekse sage over het Gulden Vlies. In elk geval: al heel vroeg was er goudwinning op het oostelijke Balkanschiereiland.

Lees verder “Dacië in Assen”

De Germanen in Bonn

Vorige week bezocht ik de tentoonstelling “Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” in het Landesmuseum in Bonn. De organisatoren nemen het begrip ruimtelijk breed: ze behandelen niet alleen de antieke bewoners van de Noordduitse Laagvlakte (de zogeheten Jastorf-cultuur), maar ook Scandinavië en de Przeworsk-cultuur uit Polen. Dat ze de netten hiermee niet té wijd werpen, zie je goed als je kijkt naar bijvoorbeeld de producten van de edelsmeden. Het met dieren versierde beslag van ceinturen was overal hetzelfde.

Germanen in Germanië

Aan de andere kant hanteren de organisatoren chronologisch een juist wat minder ruim Germanenbegrip. Ze tonen vooral de eerste vier, vijf eeuwen van onze jaartelling. De periode van de Grote Volksverhuizingen ontbreekt natuurlijk niet maar is ondergeschikt. Logisch ook, want de verhuizende mensengroepen droegen weliswaar de namen van oude Germaanse etnische verbanden, maar waren feitelijk een bonte menigte van velerlei herkomst. Ze assimileerden snel en zijn archeologisch niet te onderscheiden van hun Romeinse tijdgenoten. Al met al behoorden de migranten meer tot de Mediterrane dan tot de Germaanse wereld. Ze blijven in Bonn daarom wat op de achtergrond.

Lees verder “De Germanen in Bonn”

Glimmende schatten uit de Bronstijd

Hé, dat is leuk. We hebben weer een Jaap ter Haar en ze heet Linda Dielemans. Ik maak die vergelijking niet alleen bij wijze van compliment, maar ook omdat Dielemans dezelfde aanpak heeft als de auteur van de Geschiedenis van de Lage Landen. In haar boek Brons. Over glimmende schatten in mistige moerassen wisselt ze beschrijvende informatie over het verleden af met verhalen, en er zijn goede illustraties die het betoog ook werkelijk ondersteunen (van Zilveren-Penseel-winnares Sanne te Loo). Nog een overeenkomst: beide auteurs doen niet kinderachtig maar nemen kinderen serieus. Er zijn meer goede boeken voor kinderen, maar Dielemans springt er echt uit.

Brons, handel en verhalen

Brons gaat over – u vermoedde het al – brons, over de Bronstijd en over deposities. Die woorden behoren niet tot het basisvocabulaire van een tienjarige, maar Dielemans gaat ze niet uit de weg. Kinderen leren de hele dag door, dus deze ongebruikelijke woorden kunnen er ook wel bij. En zo neemt Dielemans haar lezers mee door de Steentijd, naar de ontdekking van het koper en het gerichte experimenteren van de eerste smeden. Die combineerden het koper eerst met arseen (giftig) en ontdekten later de alliage van koper en tin: brons!

Lees verder “Glimmende schatten uit de Bronstijd”