
Het vorige blogje eindigde met de constatering dat de legende van het Solse Gat is ontstaan om het ontstaan van die kuil te verklaren. Het heeft niet ontbroken aan pogingen een historische waarheid te zoeken achter het verzonken klooster, en er is inderdaad een intrigerend gegeven.
Niet veel verderop ligt namelijk het buurtschap Drie, vroeger geschreven als Thri, en misschien vernoemd naar een Germaanse bosgod. Misschien is de ondergang van het christelijke klooster een echo van de ondergang van een voorchristelijke gebedsplaats. Ook is niet helemaal ondenkbaar, zoals we nog zullen zien, dat de latere Veluwse kermissen teruggaan op oeroude feesten voor die god Thri, al is zoiets onbewijsbaar en krijgt menig geleerde een hartverzakking als hij hoort over de Germaanse wortels van een christelijk gebruik. Er zijn te veel onzinnige speculaties geweest. Dat Drie Drie heet, kan natuurlijk ook zijn omdat er drie wegen samenkomen of omdat er vroeger drie boerderijen hebben gestaan.
We gaan snel verder naar andere theorieën, even speculatief, en vaak opgehangen aan de wonderlijke, ongebruikelijke naam “Sols”.
Wat is sols?
Er is weleens gedacht aan een verband tussen Sol en een Germaanse beeldenzuil, waarvan de Irminsul het bekendste is. Dit klinkt vergezocht, maar in een middeleeuwse tekst is sprake van een columna in de omgeving van Ermelo. Dat er in Germaanse tijden bij een cultusplaats een irminsul-achtige zuil gestaan zou hebben, die door een missionaris is vernield, is niet meer dan speculatie maar niet onmogelijk.
Een alternatieve verklaring is dat het Solse Gat het gat is van een godheid. Dat kan dan de Romeinse zonnegod Sol zijn geweest of de Germaanse zonnegodin Sól.
Een meer prozaïsche verklaring is dat sol gewoon “modder” betekent. Wat deze drie verklaringen met elkaar gemeen hebben, is dat ze ongewis laten waar het Sodom-en-Gomorra-motief vandaan kwam.
Veluwse kermissen
Misschien heeft het te maken met de al genoemde Veluwse kermissen. Die vonden plaats aan het begin van de lente, waarschijnlijk op Tweede Pinksterdag. Een bron vermeldt dat ze er al sinds “mensenheugenis” waren, dus misschien als opvolgers van Germaanse vruchtbaarheidsrituelen voor een god als Thri. Bij de bestudering van de volkscultuur geldt zo’n claim overigens, zoals aangegeven, als te mooi om waar te zijn.
Hoe dan ook, de overheid verbood in de negentiende eeuw de kermissen vanwege slemppartijen, dronkenschap en geweld. Daar kwam het feit bij dat het Solse Gat inmiddels een rovershol was geworden. De kermissen kunnen dan model hebben gestaan voor een legendarisch klooster waarin het niet veel beter toeging. Ongetwijfeld zullen de brave en wellicht godsdienstige boeren uit de omgeving zich hieraan flink geërgerd hebben.
Windhozen
In de tweede plaats valt te wijzen op het noodweer waarbij het klooster in de grond verdween. Net zoals elke plek in Nederland kent en kende de Veluwe onweersbuien met zware windstoten, maar er is meer. Nog in juni 1987 trok in Oldebroek op de Veluwe een windhoos een spoor van verwoesting. Vele boerderijen en kassen gingen tegen de vlakte, het vee had te lijden en er waren vele gewonden. De eerste in Nederland geregistreerd windhoos vond plaats in 1674.
Het is mogelijk dat de beruchte kermissen, in combinatie met een vernietigende windhoos en het welbekende Sodom-en-Gomorra-motief, tot een Veluwse legende hebben geleid zoals die uiteindelijk is vormgegeven. Zo had men een verklarend verhaal met een morele ondertoon dat bovendien erg spannend was om op koude winteravonden bij de haard of in de herberg te vertellen en in de loop der tijd op te leuken. Het is pure speculatie, maar niet onlogisch.
Toen in de negentiende eeuw bij het Solse Gat oude bakstenen en een muurrest werden ontdekt, sterkte dat de bevolking in de overtuiging dat de verwoesting van het klooster werkelijk had plaatsgevonden. Nader onderzoek toonde aan dat de stenen inderdaad uit de Middeleeuwen afkomstig waren, maar producten waren van de steenbakkerij die hier in die tijd had gestaan.
Een dubbele waarheid
De volkscultuur heeft weinig op met wetenschappelijke onthullingen. Ze heeft haar eigen waarheid. In restaurant het Boshuis in Drie, dat teruggaat op een middeleeuwse kapel waar ook recht werd gesproken, zijn tegelwanden uit de achttiende eeuw, en op een van de tegels is een kerkje te zien dat half onder water staat. Het bewijst natuurlijk niets, maar kan aangeven dat de legende in de achttiende eeuw circuleerde en dus anderhalve eeuw ouder is dan de eerste optekening door Gustaaf van de Wall Perné.

Het negatieve imago van het Solse Gat, die eigen waarheid uit de volkscultuur, bleef de plek overigens achtervolgen. In 1999 eisten vertegenwoordigers van de politieke partijen RPF en GPV dat er een verbod kwam op de “satanische dansen” die bij het Solse Gat gedurende de Walpurgisnacht (op de vooravond van 1 mei) plaatsvonden. Dat er werkelijk heksendansen plaatsvinden, of zelfs maar hebben plaatsgevonden, is nooit aangetoond.
Tegenwoordig is het Solse Gat een bestemming voor dagjesmensen en biologen, want deze plek heeft een eigen biotoop. Maar het is ook in trek bij leyhunters en wichelroedelopers die in het gebied naar aardstralen zoeken en die het Solse Gat als “krachtplaats” bestempelen. Het blijft een plek vol magie, of je er nu in gelooft of niet.
[Een postume bijdrage van de vorig jaar overleden Hans Overduin.]

De drie heeft nogal wat ophef in de plaatsnaamkunde, vooral in de vorm van volksetymologie. Diverse hypotheses over de drie in de provincienaam Drenthe (oudste spellingen Triantha of Thrianta, Threant) gaan ervan uit en ze deugen om diverse redenen niet.
1. Het zou slaan op drie oorspronkelijke dingspelen (rechtsdistricten), voorafgaande aan de latere zes. Deze bevinden zich binnen de grenzen van het huidge Drenthe. Echter, de vroegste vermelding van het graafschap Drenthe slaat duidelijk op een groter gebied, het land van Vollenhove en waarschijnlijk ook de Stellingwerven hoorden erbij. Geen drie dus.
2. Het land zou het derde land onder bestuur (wat dat ook inhield) van de bisschop van Utrecht zijn, naast Twente, dat dan tweede gebied zou betekenen. De naam Drenthe wordt al vermeld vóórdat de bisschop het oorspronkelijke graafschap Drenthe in leen kreeg. Onwaarschijnlijk dus. Of de afleiding Tubantia voor Twente hout snijdt, weet ik niet, maar ook die twee lijkt mij twijfelachtig.
De streektaalkenner en naamkundige Geert Kocks komt dan ook met een betere hypothese, nl. de Dre-/-a slaan op de vegetatie. Het suffix -nt(h)e staat voor gebied zoals in (modern) gemeente en ruimte. Het zou dan “ruig gebied” of iets dergelijks betekenen. Vergelijkbaar zijn de plaatsnamen Doorn en Dronten (die op een oudere verdwenen plaats teruggaat). Vergelijk ook drempel en dorpel, met dezelfde metathesis.
De plaatsnaam Drie kan dus ook op de vegetatie slaan.
Ik houd van dit soort geïnformeerd commentaar.
“Het land zou het derde land onder bestuur (wat dat ook inhield) van de bisschop van Utrecht zijn”
Waarom dan niet het Derde Kwartier van Gelre?
Dank!
Het Solse Gat was het doel van een nachtwandeling tijdens ons groep 8 kamp. De leraren (overigens geweldige vertellers, vooral over geschiedenis) hadden ons van alles wijs gemaakt over gezonken kloosters etc. Een van die leraren joeg de kinderen de stuipen op het lijf in zijn skeletvermomming terwijl in de verte een paar verklede monikken met fakkels liepen. Een goede herinnering, alhoewel ik mij afvraag of dit vandaag de dag nog als verantwoord wordt gezien, haha.
Wij werden in de jaren zeventig bang gemaakt met witte wieven. 😉
Als jeugdleider in de jaren ’90 had ik dat zonder verpinken gedaan, als onderwijzer in het huidige klimaat waag ik me daar niet aan.
Wie mysterieuze plekken als hierboven wil bezoeken overzee, vindt een goede start bij “The Lore of The Land”, een overzicht van Engelse legenden. Zij hebben ook hun aandeel verzonken kerken en kastelen. Steden (en hele koninkrijken) lijken er vooral aan de kust door de golven verzwolgen. Het boek verklaart de legenden door resten van Romeinse villa’s (zoals het Sunken Church Field in Hadstock, Essex – al is de bron hiervoor uit 1870) en aardbevingen. Daarvoor verwijzen ze naar Pausanias, die in zijn beschrijving van Griekenland 24,6 een stad vermeld die om een goddeloze daad door Poseidon werd gestraft: een kloof opende zich en een meer ontstond op die plek. Daarna weidt hij uit over hoe een aardbeving zich aankondigt.
Er zijn dus meer speculaties dan empirische data.
Vorig seizoen stonden wij op een camping in Ermelo, aan de Drieerweg. Het plaatsje Drie bestaat inderdaad, ongeveer 10 km oostelijk van Ermelo.