Het Solse Gat (2)

Het Solse Gat

Het vorige blogje eindigde met de constatering dat de legende van het Solse Gat is ontstaan om het ontstaan van die kuil te verklaren. Het heeft niet ontbroken aan pogingen een historische waarheid te zoeken achter het verzonken klooster, en er is inderdaad een intrigerend gegeven.

Niet veel verderop ligt namelijk het buurtschap Drie, vroeger geschreven als Thri, en misschien vernoemd naar een Germaanse bosgod. Misschien is de ondergang van het christelijke klooster een echo van de ondergang van een voorchristelijke gebedsplaats. Ook is niet helemaal ondenkbaar, zoals we nog zullen zien, dat de latere Veluwse kermissen teruggaan op oeroude feesten voor die god Thri, al is zoiets onbewijsbaar en krijgt menig geleerde een hartverzakking als hij hoort over de Germaanse wortels van een christelijk gebruik. Er zijn te veel onzinnige speculaties geweest. Dat Drie Drie heet, kan natuurlijk ook zijn omdat er drie wegen samenkomen of omdat er vroeger drie boerderijen hebben gestaan.

Lees verder “Het Solse Gat (2)”

Heliogabalus (5): religie

De door Heliogabalus gebouwde tempel van Elagabal in Rome (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Dit is het vijfde van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]

Omdat de geschreven bronnen zo’n slecht chronologisch kader bieden, benutten oudheidkundigen munten en inscripties om de volgorde van de gebeurtenissen te reconstrueren. Dan valt op dat de eerste munten zelden verwijzen naar Heliogabalus’ favoriete god Elagabal. Slechts vier munten uit ongeveer 220 hebben afbeeldingen van de god.

Lees verder “Heliogabalus (5): religie”

De berg van licht: Elagabal

Wijding aan Elagabal uit Augsburg; de man die deze inscriptie liet maken, Gaius Julius Avitus Alexianus, was de grootvader van keizer Heliogabalus.

Elagabal zal voor menigeen een bekende onbekende zijn. Dankzij romans als Louis Couperus’ De berg van licht kunt u hem kennen als oosterse godheid. Verder is hij niet heel bekend. En hij laat zich ook slecht kennen, al staat vast dat het voornaamste heiligdom was in de Syrische stad Emesa, het huidige Homs. De oudste vermelding is een Palmyreense stèle uit de eerste eeuw na Chr., die een Aramese naam weergeeft die “god van de berg” zou betekenen. De berg in kwestie zal wel de citadel van Emesa zijn geweest.

Omdat Emesa in de eerste eeuw na Chr. een Arabischsprekende stad was, mogen we aannemen dat een god met een Aramese naam ouder is dan de Arabische aanwezigheid. Lange tijd golden de Arabieren inderdaad als immigranten, maar de afgelopen kwart eeuw is door de bestudering van tienduizenden inscripties duidelijk geworden dat ze al in de Vroege IJzertijd leefden in Syrië en Jordanië. Evengoed moet de verering van Elagabal oeroud zijn. Berggoden waren in Anatolië en de Levant al sinds de Hittitische Bronstijd bekend. Men beeldde zulke godheden vaak af met adelaars – net als Elagabal in de Romeinse tijd.

Lees verder “De berg van licht: Elagabal”

De Romeinse religie in de derde eeuw

Apollonios van Tyana (Bodemuseum, Berlijn)

Een reeks over de Crisis van de Derde Eeuw kan alleen eindigen met het spirituele aspect. Buitenlandse vijanden zoals de Sassaniden, een epidemie, wegvallende handel, burgeroorlogen en de opportunistisch van die burgeroorlogen profiterende Germaanse stammen: het was voldoende om mensen te laten wanhopen. De oude goden overtuigden niet langer. Oudheidkundige Eric Dodds heeft, met een citaat van W.H. Auden, het tijdperk weleens aangeduid als een Age of Anxiety. Een concept uit het existentialisme.

Dat een complete samenleving existentieel wanhoopte is overdreven. Maar het kan wel zijn dat het opkomende christendom profiteerde van een interne implosie van het heidendom. Er zijn andere vragen. Wat is heidendom eigenlijk? Was de hysterie zo groot dat men het christendom vervolgde? Speelde christenvervolging een rol bij de groeiende populariteit van het nieuwe geloof? Daarover vertel ik in het volgende blogje meer. Nu eerst de vraag naar de stand van zaken binnen de Romeinse religie.

Lees verder “De Romeinse religie in de derde eeuw”

Qasr el-Azraq

Qasr El-Azraq

Azraq is een oase in de woestijn van het huidige Jordanië, een kilometer of tachtig ten oosten van de hoofdstad Amman. Het water trok mensen aan: de oase is sinds het Neolithicum permanent bewoond gebleven.

De oase voedt een wadi, de Wadi Sirhan, die voor Arabische stammen de snelste weg was om de Romeinse provincie Arabia Nabataea aan te vallen. Om daaraan een einde te maken, gaf keizer Septimius Severus rond 200 v.Chr. opdracht drie forten te bouwen, zo’n vijftien kilometer van elkaar af. Van het noordoosten naar het zuidwesten waren dat Qasr el-Useikhin, Qasr el-Azraq en Qasr el-Uweinid. Door in de woestijn de oases te bezetten, ontzegden de Romeinen hun tegenstanders de toegang tot het water, zodat het onmogelijk werd de steden in het eigenlijke Romeinse Rijk te bereiken. Er is een loepzuivere parallel met de Limes Tripolitanus in het noordwesten van het huidige Libië en het zuiden van Tunesië, die op precies hetzelfde moment is geschapen.

Lees verder “Qasr el-Azraq”

Monotheïsering

Pantheon, Hadrianus 118-125
Monotheïsme in het heidendom: het Pantheon, tempel voor het algoddelijke, in Rome

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik momenteel bezig met een reeks over de vroege geschiedenis van het christendom, waarin ik inmiddels een aantal zaken heb behandeld. Eén daarvan is dat het jodendom weliswaar een monotheïstische norm had, maar in de dagelijkse praktijk open stond voor elementen uit andere religies. Verder wees ik erop dat ideeën over een tweede godheid weliswaar niet voldeden aan die norm, maar ook niet volstrekt marginaal waren. De positie van “tweede godheid” was aan het begin van de jaartelling een vacature en het was mogelijk die door een sterveling te laten vervullen: het is denkbaar dat de Zelfverheerlijkingshymne deze hemelse status toeschrijft aan de stichter van de sekte van de Dode Zee-rollen en Paulus schrijft in de Filippenzenbrief dat Jezus een naam krijgt, hoger dan alle andere namen, wat een aanduiding is van die tweede godheid.

Dit alles roept uiteraard de vraag op waarom christenen Jezus niet langer beschrijven als middelaarfiguur. In een Romeinse context zou Jezus typeren als Gods vizier – praetoriaans prefect desnoods – simpeler zijn geweest dan de complexe Drie-eenheid, waarin in Christus twee naturen samenkwamen. Niet alleen zou het idee van Christus als een lager soort hemeling makkelijker zijn geweest, het is ook beter in lijn met de Bijbel. In de woorden van Paulus: “Christus is het hoofd van iedere man, maar de man is het hoofd van de vrouw, en God het hoofd van Christus” (1 Korinthiërs 11.3). Het idee van een Drie-eenheid is onpraktisch, staat haaks op althans sommige Bijbelteksten en is dan ook een late ontwikkeling.

Lees verder “Monotheïsering”