Mattias, een van de Twaalf

Romeinse bijl (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

Historici zijn simpele mensen. Ze willen alleen maar weten hoe iets in het verleden is geweest. Zo simpel. Dat doen ze niet omdat ze het verleden inspirerend vinden of omdat ze aandrang voelen deze of gene praktijk verontwaardigd te veroordelen. Het is voor historici voldoende om gebeurtenissen, meningen of maatschappijstructuren te kennen. Gesubsidieerde historici spreken weleens over de relevantie van het verleden, maar daarvan hoeven wij ons niks aan te trekken. Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.

Wij hoeven slechts te constateren dat er in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. binnen het jodendom een groep ontstond die “christenen” werd genoemd. Anderen mogen daarvan zeggen dat het christendom, van de vele wegen die naar de hemel leiden, een vrij directe is, of juist beweren dat de mensheid beter niet christelijk was geweest. Dat mag allemaal, maar de historicus heeft daarover, althans professioneel, geen mening. Die zet de feiten op een rij. Niet meer. Niet minder. De historicus is een simpel mens.

De apostelen en de Twaalf

Het is vandaag Pinksteren. Daarover heb ik al eens geblogd en ik laat het nu rusten. Interessanter vind ik vandaag het verhaal dat in de Handelingen van de Apostelen voorafgaat aan het Pinksterverhaal: de keuze van een nieuw lid van de Twaalf. Judas Iskariot was immers dood, er dus werd een vervanger gezocht.

Ze stelden twee mannen voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. … Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.noot Handelingen 1.23, 26.

Eerst een kleine kanttekening: rond Jezus bestonden diverse groepen, zoals de leerlingen, de (tweeën)zeventig apostelen en de Twaalf. Om hem moverende redenen stelt de auteur van het Evangelie van Lukas en de Handelingen van de Apostelen die Twaalf gelijk aan de apostelen. Ik heb geen idee waar die gelijkstelling vandaan komt, maar het is een relevant punt, want het betekent dat toen Lukas schreef, ergens rond 80 na Chr., het onderscheid tussen deze groepen niet meer duidelijk was.

Maar goed. De laatste zin zou dus ook kunnen luiden dat Mattias “aan de Elf werd toegevoegd”. En mijn simpele vraag is: is dat werkelijk gebeurd?

Argumenten

Zekerheid is er niet. Maar er zijn wel argumenten. Eén daarvan veronderstelt het zogeheten “criterium van de discontinuïteit” en de redenering is als volgt. Als in de jonge kerk de Twaalf een rol zouden hebben gespeeld, was het op dat moment belangrijk te vernemen hoe de Elf waren aangevuld. Maar de Twaalf spelen in het vroege christendom geen rol.

  • De Handelingen gaan over mensen als Petrus (wel een van de Twaalf), over de diakens zoals Stefanos en Filippos, en over Barnabas en Paulus, die zich in zijn eigen brieven apostel noemt maar nooit bij de Twaalf heeft gehoord.
  • De nieuwtestamentische brieven en vroegchristelijke auteurs noemen de Twaalf ook al niet bijster vaak.
  • Uit Lukas’ begripsverwarring blijkt dat hij ook niet meer precies wist wat de Twaalf waren.

De Twaalf kunnen, zo luidt de redenering, dus niet zijn verzonnen om een praktijk uit de vroege kerk te voorzien van een antecedent. Er is een discontinuïteit tussen de aanwezigheid van de Twaalf ten tijde van Jezus’ leven en de afwezigheid in de tijd erna.

Dit is natuurlijk niet het enige argument. Ook het “criterium van de gêne” is relevant. Dat Jezus door een lid van de Twaalf is verraden, is wel wat beschamend. Als de Twaalf zouden zijn verzonnen, zou dit niet zijn bedacht.

We hebben zo bezien twee aanwijzingen dat er een groep heeft bestaan die de Twaalf heet. En als die er is geweest, maar als die geen rol meer speelde toen Lukas eenmaal aan het schrijven was, dan zal de anekdote over de aanvulling van de Elf ook wel niet zijn verzonnen.

Complexiteit

Daar is ook een meer positieve aanwijzing voor: de complexiteit. Als Lukas alleen maar hoefde verzinnen dat de Elf een extra lid aantrokken, zou je iets hebben verwacht als “Mattias blonk uit in vroomheid en werd daarom gecoöpteerd”. De auteur heeft geen reden om het verhaal complexer te maken. Dat dit wel is gebeurd, suggereert dat de kandidatuur van Josef Barsabbas algemeen bekend was. Dat duidt minimaal op een heel oude traditie.

Wat we bij deze simpele vraag steeds zien, is dat we aannames doen over de vroege kerk en aan de hand daarvan redeneren of de Twaalf en de benoeming van Mattias eind eerst eeuw kunnen zijn verzonnen. Persoonlijk denk ik dat de aannames correct zijn en dat we dus kunnen concluderen dat ook het bestaan van de Twaalf en Mattias’ benoeming wel historische feiten zijn. Maar u merkt ook: hoe simpel de vraag ook is, er is aanzienlijke ruimte voor twijfel.

Meer valt er niet van te maken. Dat Mattias met een bijl zou zijn onthoofd, is middeleeuwse legendevorming. Romeinse bijlen waren daarvoor bovendien niet geschikt, daarvoor waren ze veel te klein, zoals het plaatje bovenaan dit blogje toont. Mattias is, net als Josef Barsabbas, een naam, niet méér.


Christenvervolging? (2)

december 26, 2017

Dode-Zee-rollen

september 20, 2013

Het Vierkeizerjaar

augustus 6, 2019
Deel dit:

6 gedachtes over “Mattias, een van de Twaalf

  1. Christof Vanden Eynde

    “Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.” Dat herinnert me aan een medeleerling op mijn middelbare school. In de allereerste les geschiedenis in het eerste jaar stelde de lerares uiteraard de vraag: Waarom doen mensen aan geschiedenis? Je kunt je wel voorstellen wat ze wilde horen. De eerste die zijn hand opsteekt, antwoordde, in het Gents: “Omdat ze curieus (= nieuwsgierig) zijn wat dat er vroeger allemaal gebeurd is!” Wat heb ik, arrogant als ik was, gelachen met dat simpele antwoord. Ik heb er lang over gedaan om te beseffen hoe mooi dat antwoord wel niet was.

    1. Ik maak vaak een vergelijking met een boswandeling of een concert. Niemand vraagt wat de relevantie daarvan is. Je mag er gewoon van genieten. Waarom mensen met een historische belangstelling zich daarvoor moeten verantwoorden, ik weet het werkelijk niet.

      1. Frans Buijs

        Ten eerste: omdat je het moet leren op school. Dan krijg je onvermijdelijk situaties zoals hierboven beschreven. Goed antwoord van die jongen, trouwens.
        Ten tweede: omdat er belastinggeld naar onderwijs gaat en dan krijg je onvermijdelijk: waarom moet ik daarvoor betalen?
        En als je geschiedenisonderwijs reduceert tot een soort hobby, is die vraag wel gerechtvaardigd.

        1. Frans Buijs

          Toevoeging: in het uiterste geval krijg je dan een Donald Trump die het Ministerie van Onderwijs wil afschaffen. Toch maar verantwoorden dus en ik vind de redenen die je zelf vaak geeft, best overtuigend:
          Het uitleggen van het wetenschappelijk onderzoek.
          Het relativeren van je eigen ideeën.
          En natuurlijk een onderwijzer die mooi kan vertellen. Daar begint het allemaal mee.

      2. FrankB

        “Niemand vraagt wat de relevantie daarvan is.”
        Jawel, ik vraag dat – voornamelijk aan mezelf. Antwoorden heb ik ook.
        Geschiedenis: ik wil weten waar we vandaan komen, iig vanaf de Oerknal.
        Boswandeling: bijkomen van de dagelijkse sociale verplichtingen.
        Muziek: drukt datgene uit dat zich niet in woorden laat vatten.

        Voor mij is dat relevant genoeg.

  2. Patrick Desmarets

    Lucas is de enige die in zijn beide boeken de twaalf door Jezus uitverkorenen zo expliciet apostelen noemt. De andere evangelisten en Paulus hebben het over de twaalf, of de twaalf leerlingen. Paulus noemt zichzelf en meerdere anderen ook apostel. Ook in latere vroegchristelijke teksten worden rondreizende christelijke profeten nog apostelen genoemd.

    De twaalf zijn geen toeval. In het jodendom staat dit getal symbool voor de twaalf stammen van Israël. Er is bij Lucas, Matteüs en Marcus ook geen eensgezindheid over de namen van de twaalf. Die verschillen per evangelie.

    Het is altijd oppassen om deze geloofsgeschriften als historisch betrouwbare teksten te aanzien. Door de vele tegenstrijdigheden tussen de verschillende teksten kom je gauw in de problemen. Historische precisie was het laatste van de bedoelingen van deze auteurs. Wél hun lezers overtuigen dat Jezus de Messias is, en Zoon van God. Daar was na 70 n.C., niet toevallig toen de evangelies werden geschreven, onder de vroege Jezusvolgelingen grote nood aan door het drama van de vernietiging van de tweede Tempel door de Romeinen, en daarmee het einde van de Joodse monarchie en de eeuwenoude tempelliturgie die in het Joodse geloof een centrale plaats innam.

Reacties zijn gesloten.