Het Vierkeizerjaar

Galba (Archeologisch Museum van Korinthe)

[Negende deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Na de verovering van Jotapata, die ik vorige week heb behandeld, trok de Romeinse generaal Vespasianus naar Caesarea, de hoofdstad van Judea en een van de belangrijkste havens in de regio. Daarmee was de aanvoer van graan, dat uit Egypte moest komen, verzekerd. Vervolgens trokken de legioenen op tegen de boerenmilitie van Johannes van Gischala, die eind 67 gedwongen was zijn posities in Galilea op te geven en naar Jeruzalem te trekken. In de eerste helft van het volgende jaar herstelde het Tiende Legioen Fretensis het Romeinse gezag in de vallei van de Jordaan. Het was tijdens deze campagne dat de bewoners van het gebouwencomplex bij Qumran, dat bekend is geworden van de Dode Zee-rollen, werden verdreven.

Nu Vespasianus de kust, Galilea en de Jordaanvallei beheerste, zou hij van drie kanten af naar Jeruzalem kunnen oprukken. Vermoedelijk wilden de leden van de provisionele regering niets liever dan dat, omdat ze dan een overeenkomst met de Romeinen konden sluiten en erop konden wijzen dat niet zij verantwoordelijk waren voor de golf van extremisme. De heersende klasse van Judea zou dan verder regeren en dankzij de Romeinse wapens zou de orde op het platteland worden hersteld. Maar het mocht niet zo zijn.

Begin juli kwam het bericht dat keizer Nero zelfmoord had gepleegd. De oude senator Galba was nu keizer, maar hij was kinderloos en er waren verschillende generaals die wel een gooi naar de macht wilden doen. Zelfs als Vespasianus geen ambities in deze richting koesterde, was een situatie ontstaan die al zijn aandacht vereiste. Als hij Jeruzalem innam en de zege opdroeg aan Galba, maar intussen een heerser aan de macht zou zijn gekomen die alles haatte wat aan zijn voorganger zou herinneren, zou de overwinnaar van de Joden zijn leven niet zeker zijn.

Terwijl de Romeinen zich beperkten tot het bezetten van het zuiden van Judea, bezonnen Vespasianus en zijn zoon Titus zich op de situatie nu het imperium in een crisis was beland. Toen de zee na de winter van 68/69 weer bevaarbaar werd, kwam het bericht dat ook Galba niet meer in leven was en oorlog was uitgebroken tussen aspirant-keizer Vitellius, de commandant van de Rijnlegioenen, en zijn rivaal Otho, die Galba had laten lynchen en kon rekenen op de steun van de keizerlijke garde en de Senaat. Het bericht werd op de voet gevolgd door het nieuws dat Vitellius’ troepen hun tegenstanders hadden verslagen en dat Otho zelfmoord had gepleegd.

Hoewel de politieke crisis, die bekendstaat als het Vierkeizerjaar, voorbij was nu Rome een keizer had die de steun van een groot leger genoot, besloot Vespasianus dat ook hij het keizerlijk purper zou aanvaarden. Terwijl hij naar Alexandrië trok, vanwaaruit hij de graantoevoer van Rome kon afsnijden, sloten de Donaulegioenen zich bij hem aan, en zij slaagden erin Rome in te nemen. Vitellius werd vermoord en in december 69 was Vespasianus alleenheerser van het Romeinse Rijk.

De Joodse generaal Josephus, die hem had voorspeld dat een ster zou opkomen uit Jakob en een scepter uit Israël, kreeg een eervolle positie in de generale staf van Titus, die de strijd tegen de Joden met nieuwe energie zou voortzetten.

Alleen was er op dit moment was in Jeruzalem geen provisionele regering meer waarmee zaken konden worden gedaan. De boerenmilitie van Johannes van Gischala had zich in Jeruzalem teruggetrokken en zich daar verbonden met Eleazar de Zeloot. Vanuit het zuiden kwam het leger van de messiaanse leider Simon bar Giora. De nieuwkomers hadden contacten op het platteland en konden aan voedsel komen, ook toen in het voorjaar van 69 een oogst moest worden overgeslagen omdat het een zogeheten sabbatsjaar was waarin het land braak bleef liggen. De stadsbevolking verloor aan invloed en trok naar de steden aan de kust, waar voedsel te vinden was. De macht in Jeruzalem was hierdoor toegevallen aan leiders die niet tot compromissen bereid waren.

[Wordt vervolgd]

5 gedachtes over “Het Vierkeizerjaar

  1. FrankB

    “provisionele regering meer”
    Weet je hier iets over te vertellen? Wie zij waren, hoe ze werden verwijderd en waar ze bleven?

    “leiders die niet tot compromissen bereid waren.”
    Idem – wie waren zij, waar kwamen ze vandaan en hoe kregen zij het voor het zeggen? Want ik zou denken dat de situatie gunstig was om de opstand met een sisser te laten aflopen.
    Of weten we het weer eens niet wegens gebrek aan data?

Reacties zijn gesloten.