
Zo’n drie weken geleden nodigde ik u uit om de traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik zal nu mijn best doen de meer beschouwende vragen te beantwoorden.
Wat vond je zelf de belangrijkste ontdekking?
Eerlijk gezegd heb ik in 2025 weinig bijzonders zien langskomen. Alles ging z’n gangetje. Je kunt natuurlijk niet elk jaar een nieuwswaardige doorbraak hebben.
Waar zou je dit jaar de Kasteel van Amstelprijs voor geven?
Ach ja, de Kasteel van Amstelprijs! In de eerste jaargangen van de Livius Nieuwsbrief reikte ik die uit aan de meest opzichtige manier om te vissen naar publiciteit. Ik noem nog maar eens Josephine Quinn, die de geschiedenis van Het Westen plaatst in de wijdere context. Voor de journalisten die haar kritiekloos aan het woord lieten: wereldgeschiedenis is een genre uit de jaren zeventig. De journalistiek relevante vraag is waarom wetenschappers publiciteit zoeken met iets dat dat al een halve eeuw in de belangstelling staat.

Hoe gaat het verder met de internationale oudheidkunde?
Dat is moeilijk te zeggen. Enerzijds zijn er de laatste jaren interessante mogelijkheden gekomen: de DNA-revolutie heeft de hermeneutische buitengrens onhoudbaar gemaakt en biedt daardoor (vooral aan classici) ongekende en onverkende mogelijkheden. Verder bieden computers kansen om causaliteit te toetsen, zodat historici de geschiedvorsing naar een hoger plan kunnen tillen. Artificiële intelligentie verbetert de paleografie; andere vormen van digitalisering verrijken de archeologie.
Er kan dus van alles, maar ik zie weinig initiatieven om het wetenschappelijk onderwijs zo aan te passen dat voldoende breed gevormde onderzoekers worden opgeleid. Te veel publicaties zijn nodeloos gespecialiseerd en dragen bij aan de Rückfall des Menschen in seine selbstverschuldete Unmündigkeit.

Hoe wordt er, vergeleken met Nederland, over archeologie geschreven in de media? Is het erger/beter/anders? En valt er iets te zeggen over oorzaken?
Nederland lijkt een middenmoter. In landen als Israël, Griekenland en Italië lijkt (voor zover ik overzien kan) nauwelijks normaal over archeologie geschreven te worden; uit Spanje krijg ik daarentegen regelmatig interessante stukken. Belangrijke nuance: overal zijn goede journalisten die weten waar het over gaat, en in alle landen speelt het probleem dat de algemene redacties berichten over het verleden niet herkennen als wetenschap en verzuimen door te geven aan de wetenschapsredactie.
Plus dat veel wetenschapsjournalisten denken dat ze archeologie voldoende begrijpen om er onvoorbereid over te kunnen schrijven. Dit wordt in de hand gewerkt doordat archeologen hun persberichten beperken tot meldingen over vondsten. Wie niet toont hoe de archeologie sociaalwetenschappelijke hypothesen toetst, versterkt het journalistieke vooroordeel dat het slechts gaat over vondsten waarover iedereen wel een stukje kan typen.

Rob Jetten vraagt jou als staatssecretaris van Onderwijs. Je krijgt nog geld mee ook. Welke vijf concrete programma’s stelt staatssecretaris Lendering voor?
- Eerst open access.
- Verder moeten de publicaties die de universiteiten de afgelopen dertig jaar achter betaalmuren hebben verborgen, onverwijld worden ontsloten.
- Daarnaast moeten we de schade die door het verbergen van inzicht is ontstaan (“bad information drives out good”) tenietdoen.
- Het middelbaar onderwijs in Nederland moet een jaar langer (zesjarige HAVO, zevenjarig VWO) en het (geestes)wetenschappelijk onderwijs moet hersteld tot het wetenschappelijk minimum van zes à zeven jaar.
- Een automatische budgetkorting voor universiteiten, overeenkomend met 100% van het advertentiebudget. De zo vrijkomende gelden gaan naar het beroepsonderwijs.
Maar deze ideeën zijn slechts lapwerk. De eigenlijke problemen zitten dieper. De betaalmuren staan haaks op de missie van de universiteit (wettelijke definitie: inzichten overdragen aan de samenleving). De studieduurbekorting van de jaren tachtig stond haaks op de wetenschappelijkheid die we verwachten van academische vorming. Betaalmuren en te korte opleidingen zijn evident fout en je kunt daar, zonder dat er doden vallen of zo, zó gewoon iets van zeggen, dat ik niet begrijp waarom intelligente academici er medewerking aan hebben verleend. De waarschuwingen liggen er al sinds de jaren tachtig. Dat ik dit niet snap, verraadt mijn gebrekkige mensenkennis.
Daarom denk ik dat ik de verkeerde staatssecretaris voor Onderwijs ben. Als Rob Jetten me zou vragen, verwijs ik hem naar WOinActie.

Onze kakelverse staatssecretaris probeert het dak te repareren terwijl de fundering verrot is. Voor alles – zowel chronologisch als inhoudelijk – dient de neergang van het basisonderwijs omgekeerd te worden. Zoals een wethouder in mijn Oost-Groningse gemeente opmerkte: we zijn nu de analfabeten van morgen aan het opleiden. Het eerste doel moet dan ook zijn: taal- en rekenonderwijs terug naar het niveau van minstens vijftig jaar geleden.
Uitgerekend vandaag meldt het AD dat er sinds 2022 al twee miljard in verbetering van het taal- en rekenonderwijs is gepompt, maar dat een evaluatie door het Centraal Planbureau uitwijst dat het geen meetbaar effect heeft gehad. Kennelijk is er meer nodig dan alleen geld. Maar wat?
Ouders die elke dag een half uur lezen met hun kinderen?
Van taalonderwijs weet ik maar heel weinig, maar van rekenonderwijs wel iets. Terug naar de basis moet het eerste doel zijn: zorgen dat vrijwel alle kinderen op hun twaalfde de tafels uit hun hoofd kennen, breuken kunnen manipuleren en staartdelingen kunnen maken.
Bovenal moet de desastreuze combinatie eeuwigdurende vernieuwing en bezuinigingen doorbroken worden, waarbij ook nog eens commerciële uitgeverijen gesponsord worden. Ongeveer 15 jaar geleden vertelde een school me dat lesboeken (peperduur!) tegenwoordig maar drie jaar meegaan.
Kijk voor oplossingen ook eens over de grens, zou ik zeggen. Tegenwoordig doen heel wat Europese landen het beter dan Nld.
Ik vermoed dat basisscholieren het belang van staartdelingen en – om maar wat te noemen – het vermijden van dt-fouten nooit ten volle hebben ingezien. Anno 2026 doen ze dat vermoedelijk nog veel minder dan u en ik ooit deden omdat, dankzij alle computerhulp, onduidelijk is waar ze het ooit nog voor nodig zullen hebben.
Het huidige onderwijs leunt misschien wel te zeer op dingen die onze verre voorvaderen belangrijk vonden. Tijd voor andere prioriteiten.
Ik wil je mensenkennis wel opfrissen hoor. Mensen werken voor geld.
Dat is het neoliberale antwoord. Denkelijk zelfs het antwoord dat de betrokkenen zelf geven, want het kapitalistische wereldbeeld heeft school gemaakt (ik herinner me dat ik geen “grote ontdekkingen” mocht schrijven omdat het “begin van de West-Europese uitbuiting” o.i.d. moest zijn).
Maar het is niet waar. Mensen aan de universiteit zijn vooral nieuwsgierig. En mensen zijn meer dan geldverdienmachines.
Ik lees: “Het eerste doel moet dan ook zijn: taal- en rekenonderwijs terug naar het niveau van minstens vijftig jaar geleden”.
Mee eens natuurlijk. Het gaat me nu even om alleen de taal. Het gaat m.i. vooral om de uitdrukkingsvaardigheid (in woord en geschrift). Veel jongeren, ook hoger opgeleide, blijken nauwelijks in staat een m.o.m. logische redenering op te bouwen. Veelal blijft het bij het op elkaar stapelen van kreten’, vaak in het Engels. Ik noem dat ‘kopieer-/plaktaal’. Zelf een volzin construeren, ho maar…
(zou eens onderzoek naar gedaan kunnen worden: iedereen gebruikt kopieer-/plaktaal en doet aan wat het Meertensinstituut ‘verbaal vlooien’ noemt. Maar welk percentage van de spraak bestaat uit zelf geconstrueerde zinnen?).
Oplossing:
Al menigmaal is me opgevallen dat taalbeheersing van Vlamingen zo veel beter is dan die van onze (jongere) landgenoten. Menig Vlaming schrikt zich een besmettelijke ziekte wanneer men in Nederland wordt gedetacheerd via werk, huwelijk of andere narigheid.
Op Bluesky heb ik eens het volgende voorgesteld:
1. Nederlands lesmateriaal m.b.t. schrijven, lezen etc. > prullenbak.
2. Vlaamse minister van Onderwijs lief aankijken en het Vlaamse lespakket integraal kopiëren en plakken t.b.v. nieuw Nederlands lesmateriaal.
3. Dit nieuwe pakket screenen om het te vernederlandsen (zoek ‘Leuven” vervang door ‘Leiden’/ Zoek Leopold II, vervang door ‘De Gorilla’ enz., etc., ad infinitum).
En klaar is Kees!
“Al menigmaal is me opgevallen”
Twintig jaar geleden wist ik al dat ongeveer 20 000 Nldse ouders in de grensstreek hun kinderen naar Vlaamse scholen stuurden.
Niemand aan de universiteit werkt voor geld.
In elk geval gaat niemand aan een universiteit werken om het geld.
In alle Nederlandse steden groter dan 60.000 inwoners bestaat de helft van de leerplichtigen inmiddels uit jongeren die thuis geen Nederlands praten, en géén Nederlandse media gebruiken, maar die via de schotelantenne gevoed worden.
Als je moedertaal niet Nederlands is, dan wordt het nooit wat.
Enkele tientallen jaren geleden is al wetenschappelijk vastgesteld dat op termijn kinderen profiteren van meertaligheid.
De helft van de leerplichtigen heeft een migratieachtergrond maar lang niet iedereen die een migratieachtergrond heeft spreekt geen Nederlands thuis! De tweede generatie heeft heel vaak Nederlands als hoofdtaal, en bij de eerste generatie is vaak ook maar één van ouders migrant.
Uit de monitors van Amsterdam kan je leren dat het aantal leerlingen dat thuis geen Nederlands als eerste taal heeft tussen de 20 en 30 procent ligt. En van die groep wordt 80 a 90 procent dan weer meertalig opgevoed. (En de tweede taal is ook lang niet altijd Turks of Arabisch maar ook Engels, Duits, Spaans of Pools.)
Leerlingen die uitsluitend een andere taal dan Nederlands spreken thuis vormen dus een kleine minderheid. Dat gaat om 3 tot 5 procent.
We moeten oppassen dat we het karikatuur niet als maatgevend gaan zien voor de hele groep, want dat staat nogal ver van de realiteit.
Dank voor je antwoord – leuk te lezen wat je vindt dat er wél moet gebeuren. Ik had al zo’n vermoeden, maar de insteek op MB in vele stukjes die aan de politiek raken is natuurlijk vooral dat je je vinger legt op hoe het niet moet. De andere kant belichten is lastiger, maar ook wel eens goed.
En natuurlijk gaat je antwoord vooral over het hoger onderwijs en niet over het hoger onderwijs: dat is je expertise en daarom ben je ook staatssecretaris, geen minister ;).
Het feit dat je jezelf onkundig acht (en wellicht ook niet zo’n zin zou hebben?) maakt je mijns inziens de ideale kandidaat: macht hoort idealiter bij personen te liggen die er niet van houden en weten dat ze het niet alleen kunnen.
Maar je programma voor het hoger onderwijs is schitterend! Het zou toch al heel veel helpen als dat zo doorgevoerd zou worden? Ik zie dit als meer dan lapwerk: met deze veranderingen kan je echt een cultuurverandering stimuleren.
Zelf zou ik als het gaat om de duur van de opleiding nog een stap verder willen gaan: een HBO- of WO-opleiding zou mijns inziens minimaal tien jaar moeten duren, en op het curriculum zou dan moeten staan dan iedere student gemiddeld 1 dag per week laaggeschoold werk doet. Dit om in de eigen kosten te voorzien, maar ook dit werk zo ongelooflijk nodig is, en om de kloof in de samenleving te dichten. De andere zes dagen dienen dan ter verbreding en verdieping. (Het lijkt me zo een stuk nuttiger dan de dienstplicht.)
Dan nog een andere overweging: de VS en de UK zijn de koplopers in de wereld in de wetenschap. Als je ziet hoeveel die zogenaamd kapitalistische landen in vergelijking met EU-landen aan publiek geld in wetenschappelijk onderzoek pompen, dan snap je waarom (nee, niet door het kapitalisme dus).
Enfin, doe Rob de groeten!
Men is in Vlaanderen al langer paniekvoetbal aan het spelen omwille van de tegenvallende PISA-resultaten. Ja, we plukken de bittere vruchten van een verkeerde pedagogie. Onze bestuurders willen graag terug naar orde (“sterk klasmanagement”) en duidelijk instructie (“effectieve didactiek”) en dat juichen we toe. Ook de terugkeer naar kennis en de opsplitsing van het onzalige vak WO (wereldoriëntatie) in wetenschap en techniek – aardrijkskunde – geschiedenis kan mijn goedkeuring wegdragen. Uiteraard had ik liever “natuurkunde” gezien, omdat geschiedenis ook een wetenschap is, maar hierin schemert een voorkeur van het beleid door: we hebben ingenieurs en ondernemers nodig met innovatieve en lucratieve ideeën in de industrie, geen vervelende menswetenschappers met een visie op de samenleving. In het beste geval is zoiets een nutteloze hobby, maar voor je het weet komen die lastigaards met kritische nuances en ethische vragen af, en dat remt de economie of het repressieve beleid alleen maar af.
Onze regering is economisch erg liberaal (ondanks socialisten en christen-democraten in de coalitie) en dat is duidelijk in de visie op onderwijs. Als het niet direct inzetbaar is in een kantoor, een fabriek of op de beurs, dan is het niet waardevol. Waarde kan bovendien enkel in valuta uitgedrukt worden. Leerkrachten worden geframed als lui (veel te veel vakantie), overbetaald (kunnen gerust enkele honderden euro’s pensioen inleveren) en incompetent (waar komt die dalende onderwijskwaliteit anders vandaan?).
Anekdotisch: de dochter van iemand die net hoogleraar geworden is, bijna achttien, zegt constant ‘die’ waar ‘dat’ of zelfs ‘hij’ gezegd zou moeten worden…
De prijs van massaal hoger onderwijs is dat je echt geen vijftien jaar kan ‘vormen’.
Het gaat niet om geld….😳 beetje wereldvreemd….?