Eigentijdse kunst

Lukas schildert Maria

De kunst van de Grieks-Orthodoxe kerk heeft enkele opvallende kenmerken. Eén daarvan is dat vrijwel alle afbeeldingen tweedimensioneel zijn; een ander is de keuze voor bepaalde technieken (nooit gebrandschilderd glas); en tot slot worden de dingen vaak al eeuwenlang op precies dezelfde manier afgebeeld. Een portret van Sint-Nikolaas hoort er op een bepaalde manier uit te zien, omdat het anders gewoon de heilige niet goed weergeeft. Originaliteit is hier niet de ambitie.

Ik begrijp dat professionele schilders van ikonen teruggrijpen op een boek waarin precies staat aangegeven hoe het moet, maar ik heb het boek nooit gezien en om de waarheid te zeggen herken ik toch ook weleens verschillen. Ik heb de laatste dagen nogal wat afbeeldingen gezien van de opstanding van Lazarus (die, voor de tweede keer gestorven, ligt begraven in Larnaca), en steeds zie je dezelfde elementen terugkeren: de in zwachtels gewikkelde dode, Christus, enkele leden van de Twaalf achter hem, Maria en Martha aan zijn voeten, en een man in de buurt die zijn neus dichtknijpt bij het graf van Lazarus. Daarbinnen is echter behoorlijk wat variatie mogelijk. Soms komen er mensen uit de stad aanlopen, soms zijn er maar zes leden van de Twaalf en soms zie je ze allemaal, de plaatsing van Maria en Martha varieert, enz.

Lees verder “Eigentijdse kunst”

MoM | Joodse retoriek (2)

Lukas (gevelsteen, Bethaniënstraat 16, Amsterdam)

In mijn vorige stukje legde ik uit dat in het jodendom, dat aanneemt God zich heeft geopenbaard door middel van een geschreven tekst, het citeren van heilige literatuur een manier was om overtuigend te klinken. Ik illustreerde dat aan de hand van het geboorteverhaal volgens Mattheüs, die diverse passages aanhaalt om duidelijk te maken dat Jezus de messias is en dat het heil op het punt staat aan te breken. In dit vervolgstukje het andere kerstverhaal: dat van Lukas.

Dat wordt voorafgegaan door een proloog waarin de geboorte van Johannes de Doper wordt beschreven. Als Maria op bezoek gaat bij Johannes’ moeder Elisabet, begroet deze Jezus’ moeder, die daarop haar eigen zwangerschap beschrijft met niet minder dan elf citaten in tien regels (Lukas 1.46-55). Als Johannes is geboren, barst diens vader Zacharia uit met zeven citaten in koud twaalf verzen (Lukas 1.68-79). Beide hymnes – want dat is wat deze toespraakjes in feite zijn – gaan over het aanbreken van het heil.

Lees verder “MoM | Joodse retoriek (2)”

Jezus’ geboortejaar

ster_betlehem_gevelsteen_prinsengracht_162
De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Die had ik moeten zien aankomen, de vraag onder mijn blogstukje over Quirinius: wanneer vond die volkstelling plaats?

Antwoord: Herodes Archelaus is in 6 n.Chr. verbannen, dus dat is ook de tijd van de annexatie van Judea en de bijbehorende volkstelling. Misschien 7. Zoiets.

En daarmee komen we op een van die vele kwesties uit de oude geschiedenis waarover meer is geschreven dan het belang van het onderwerp rechtvaardigt: Jezus’ geboortejaar. (Andere voorbeelden uit deze categorie: de plek waar Hannibal de Alpen overstak en de doodsoorzaak van Alexander de Grote.)

Ter zake. Als we alleen het volkstellingsverhaal in Lukas 2 lezen, zouden we concluderen dat Jezus is geboren in 6 n.Chr., misschien 7. Dat is echter in tegenspraak met wat Matteüs schrijft: de wijzen uit het oosten – over wie ik al eens blogde – kwamen in Jeruzalem toen koning Herodes de Grote nog aan de macht was (Mt 3.1) en enige tijd voor de troonsbestijging van Herodes Archelaus (Mt 3.22). Herodes overleed in 5/4 v.Chr. en dus is Jezus op z’n laatst in die winter geboren.

Lees verder “Jezus’ geboortejaar”

De volkstelling van Quirinius

Ostracon met registratie van een Romeinse volkstelling (Nationalbibliothek, Wenen)

De scherf hierboven maakt deel uit van de collectie van de Oostenrijkse nationale bibliotheek in Wenen. Hij is gevonden in het zuiden van Egypte en is beschreven door iemand met een geoefende hand, gewend aan het schrijven van veel teksten. Deze klerk heette Amonios, zoon van Amonios, en was belastinginner. In de tekst verklaart hij dat een zekere Soros, zoon van Pachompos, in het vijfde jaar van keizer Claudius (45 n.Chr.) de hoofdelijke belasting had betaald, een bedrag van zestien drachmen voor een gezin van acht personen.

Niemand betaalt zijn belastingen voor zijn plezier en twee drachmen per persoon was veel geld. (Een drachme gold als het dagloon van een geschoold arbeider.) De Romeinen deden hun best – hoewel niet al te hard – om het enigszins rechtvaardig te doen, en daarom waren er volkstellingen. Toen keizer Augustus in 6 n.Chr. besloot de Judese vorst Archelaus af te zetten en zijn land toe te voegen aan de provincie Syrië, moest gouverneur Publius Sulpicius Quirinius de Judeeërs tellen. Velen verzetten zich.

Lees verder “De volkstelling van Quirinius”

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament

 

De vier evangelisten (Lukas links)

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament is te vinden in het evangelie van Lukas: de geslachtslijst van Jezus (Lukas 3.23-38). Het is een opsomming van zesenzeventig persoonsnamen, alle voorouders van de messias. Ik neem aan dat de gemiddelde lezer de tekst overslaat.

Dat is jammer, want er is veel interessants aan te ontdekken.

Lees verder “Het saaiste deel van het Nieuwe Testament”