
Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.
Modernisering
Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.
Tegelijk is Polybios’ claim dat Numidiës modernisering – om die term even te gebruiken – begon ten tijde van Massinissa, wel wat overdreven. Je kunt alleen wijn exporteren als je al weet hoe je wijnstokken moet behandelen. Dat hadden de Numidiërs al geleerd van de Fenicische kolonisten op de noordkust. Er waren al grote nederzettingen, die nog steeds herkenbaar zijn aan het feit dat de namen beginnen met een /t/, zoals Tipasa, Tazoult, Thagaste, Tiddis, Tebessa, Thubursicum Numidarum en Thamugadi.
Vermeldenswaard is ook de militaire kracht van Numidië. Na de Eerste Punische Oorlog, die voor Karthago was geëindigd in een catastrofe, kwamen de Karthaagse huurlingen in opstand en het zag er heel slecht uit voor de net door de Romeinen verslagen mogendheid. Het was alleen maar de interventie van de Numidische vorst Naravas die Karthago behoedde voor de ondergang.
Médracen (Madghacen)
Gaan we nog iets verder terug, dan is er het mausoleum waarvan u plaatjes ziet bij dit blogje. De plek heet in de Franse literatuur Madghacen en in andere talen Médracen.noot Het is eigenlijk een enorme bazina, zoals de traditionele, ronde graven heten die we kennen uit heel Noord-Afrika en het noorden van het Arabische Schiereiland (bijv. Al-‘Ula). In zo’n rond graf ligt de overledene middenin en Médracen is geen uitzondering: er is een grafkamer.

Een traditionele bouwvorm dus, maar wel van royale proporties: de doorsnede is negenenvijftig meter en de hoogte bedraagt bijna negentien meter. Het mausoleum is omringd door zestig pilasters met Dorische kapitelen. Die steunen een opvallend ver naar voren uitstekende kroonlijst.

Omdat die kapitelen Griekse inspiratie veronderstellen, en omdat Polybios zich had geconcentreerd op Massinissa, werd het mausoleum aanvankelijk gedateerd in de tweede eeuw. Misschien was het wel het graf van koning Massinissa zelf, of anders toch van een van zijn opvolgers. Doordat het hout in de gang naar de grafkamer zich leende voor een koolstofdatering, weten we inmiddels dat het mausoleum dateert uit de late vierde eeuw v.Chr. De bouwheer is echter onbekend.
Koningsgraf
Het is echt heel indrukwekkend om te zien. Helemaal compleet is het echter niet. Bovenop heeft vermoedelijk een standbeeld gestaan, maar dat is weg. De loden klampen die ooit de enorme blokken natuursteen hebben verbonden, zijn in recenter tijden verwijderd, maar we weten dus dat de bouwers aan dit metaal konden komen en het konden bewerken. Ook het koper en tin, gebruikt bij de vervaardiging van hun bronzen werktuigen, moeten zijn geïmporteerd.

Honderden mensen moeten hebben meegewerkt aan dit project en de conclusie is simpel: wie toegang heeft tot deze metalen en zulke grote groepen mensen voor zich kan laten werken, mag met recht een koning heten. Koning Ptolemaios in Egypte zou zich niet hebben geschaamd als hij een soortgelijk mausoleum had kunnen bouwen. Dit werpt toch wel een ander licht op het Numidië vóór Massinissa.
Tot slot: in de lokale Berbertaal heet de plek Médracen, wat zoiets betekent als “de graven”. Er zijn inderdaad enkele bazina’s in de omgeving. Voor wie er heen wil: neem een taxi vanuit Constantine naar Batna, wat vermoedelijk uw bestemming is als u Lambaesis en Timgad wil bezoeken.
Zelfde tijdvak
De vroege Stoa (1): Zenon versus Kratesapril 26, 2023
Een geschiedenis van Syracuse (4)augustus 14, 2022
De tien invloedrijkste antieke teksten (3)augustus 15, 2017

Een opmerking over die koolstofdatering (en evengoed over dendrochronologie). Hiermee is het dus mogelijk om ruwweg het moment vast te stellen waarop een boom werd omgehakt. Uit Egypte kennen we echter gevallen waarin hout nog lange tijd is hergebruikt in andere bouwwerken, vanwege de relatieve zeldzaamheid van goed hout. Ik kan mij voorstellen dat zoiets wellicht ook gebeurde in een droog gebied als Numidië. Als dat zo is, is er dus de mogelijkheid dat deze tombe te vroeg is gedateerd.
Dacht ik ook
Zeker omdat het hout in dat droge gebied langer meegaat.
“koolstofdatering (en evengoed over dendrochronologie)
In de eerste plaats zijn dit twee onafhankelijke methoden, die gebruikt kunnen worden om te ijken.
In de tweede plaats gaat koolstofdatering over de periode ná het overlijden van de boom.
https://umu.nl/koolstofdatering
“Wanneer iets overlijdt, wordt er geen radioactieve koolstof meer opgenomen, maar de C14 die in het lichaam aanwezig was, blijft zich vervormen tot stikstof. ”
Hergebruik heeft hier niet per se invloed op. Er zijn nog allerlei andere invloeden. Maar radiologen, zoals de meeste natuurkundigen, zijn creatieve mensen. Richard Kroes van Apoftegma heeft er een uitstekende serie over geschreven.
Bedankt voor de reactie. Mijn punt was dat met beide methodes slechts het moment van sterven van de boom/kappen van het hout kan worden vastgesteld, al dan niet relatief aan het heden. Stel dat het hout dat in deze tombe is gebruikt rond 300 v. Chr. is gekapt, vervolgens voor (tijdelijke) bouwwerken is gebruikt, en vervolgens rond, ik zeg maar wat, 200 v. Chr. definitief in de tombe is gebruikt. Dan komen we met beide dateringsmethoden voor het hout nog niet per se uit op een datering voor de tombe waarin het gebruikt is. Als uit andere gevallen bekend is dat men in Numidië, net als in Egypte, hout op grote schaal werd hergebruikt, moeten we dus voorzichtig zijn om bouwwerken aan de hand van hun hout te dateren.
Hier is aflevering 1 van RichardK’s serie.
https://apoftegma.wordpress.com/2014/12/05/koolstof-14
Ja, hout kan worden hergebruikt (in Nederland is er een mooi voorbeeld van een Romeinse boerderij uit Ellewoudsdijk die is gebouwd met hout dat blijkbaar eeuwenlang bewaard was gebleven in een moeras), zodat iets ten onrechte te oud wordt gedateerd; en omgekeerd kan het gebeuren dat het naar het laboratorium gebrachte monster net uit een reparatie is gehaald (Kanne-Caestert is een mooi voorbeeld), en dan dateer je iets ten onrechte te jong.
Gelukkig waren er beboste berghellingen in Algerije; de Feniciërs die zich er op de kust vestigden, herkenden hun moederland. Dus er is niet meteen aanleiding voor de gedachte aan gerecycled hout.
Zeker op die laatste foto doet het graf heel erg denken aan zo’n Yurt uit Mongolië (in het volle bewustzijn dat het daar niets mee maken heeft).