Ziryab

Monumentje voor Ziryab, Córdoba

Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

Lees verder “Ziryab”

Médracen (Madghacen)

Het Numidische koningsgraf van Médracen

Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

Modernisering

Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

Lees verder “Médracen (Madghacen)”

Anakreon

Anakreon (Neues Museum, Berlijn)

De Griekse dichter Anakreon leefde in de zesde eeuw v.Chr. en gold in de hellenistische tijd als een van de negen grootste lyrische dichters. Hij kwam uit Teos in Klein-Azië en lijkt rond het midden van de zesde eeuw, toen de Perzen de regio onderwierpen, naar Abdera aan de Thracische kust te zijn gevlucht. Later schijnt hij aan het hof van Polykrates, de alleenheerser van Samos, te hebben geleefd. De dichter zou vijfentachtig zijn geworden en als oude man het jeugdwerk van de toneeldichter Aischylos nog te hebben gekend. Men zegt dat Anakreon stikte in een druivenpit, wat niet alleen onmogelijk is maar ook behoort tot de standaardverhaaltjes die men vertelt over levensgenieters. Vergelijk het met De la Mettrie, nog zo’n materialistische levensgenieter, die zou zijn gestikt in de leverpastei.

Anakreon genoot van een goed glas wijn en schreef daar leuke gedichtjes over. Anders dan Omar Khayyam, die soortgelijke korte poëzie schreef over de wijnroes, lijken er geen dubbele bodems te zijn. Terwijl Omar Khayyam de wijn gebruikt om de mystieke extase en de vreugde van een Aha-erlebnis te beschrijven, lijkt Anakreon alleen maar geïnteresseerd in wijn om de wijn.

Lees verder “Anakreon”

Het wijnschip van Neumagen of zoiets

Het wijnschip van Neumagen (Landesmuseum, Trier)

Het bovenstaande reliëf van een wijnschip, te zien in het Rheinisches Landesmuseum in Trier, is gevonden in Neumagen aan de Moezel. Het stadje heette in de Romeinse tijd Noviomagus, net als Neoux, Nijmegen, Nijon, Nogent, Nouvion en Novion. Allemaal nederzettingen langs de routes waar men vroeger kuddes over een rivier zette en novio magos betekent in het Gallisch “het nieuwe veld”. De andere weide heette dan seno magos, zoals we herkennen in Senan. Misschien zijn “deze kant” en “overkant” de handigste vertalingen.

Blijkbaar heeft men het in Neumagen niet zo op zijn herderlijke oorsprong en prefereert men de Romeinen. Men heeft althans rond 2007 het wijnschip herbouwd. Het heet Stella Noviomagi, “de ster van Neumagen”. Zoiets kan leuk zijn, maar zoals u op de foto hieronder ziet, ligt de boot nogal hoog in het water. De roeiriemen staan op de foto omhoog, maar zelfs als ze neergelaten zouden zijn, zouden ze het water nauwelijks raken.

Lees verder “Het wijnschip van Neumagen of zoiets”

Cola uit Armenië (of zo)

Verkoop van, eh, cola

Hilarisch verhaaltje op de website van de NOS. In Noorwegen zijn de accijnzen op snoep en frisdrank zó hoog dat de Noren naar Zweden uitwijken. “Ze rijden graag een paar uur om in het Zweedse luilekkerland los te gaan,” zo lezen we. “Snoep, chocola en frisdrank zijn in Zweden de helft goedkoper.”

Het deed me denken aan de Cola-flessen die in Armenië langs de grote weg te koop worden aangeboden. Er is daar overigens maar één echt grote weg. Die begint in Georgië en gaat dan over Yerevan naar het zuidoosten, richting Iran. Op dat laatste stuk staan dus kraampjes waar flessen met het zwarte drankje worden verkocht.

Lees verder “Cola uit Armenië (of zo)”

De triomf van Bacchus

De triomf van Bacchus (Archeologisch museum, Sétif)

Deze blog gaat, tenzij de actualiteit ertussen springt, het jaar uit met vooral wat museumstukken. Mijn boek over de laboratoriumtechnieken waarmee oudheidkundigen papyri te lijf gaan, Bedrieglijk echt, moet af en ik ben de stad uitgegaan om rustig te kunnen werken. Vandaag dus een stukje over het mooiste dat ik zag in Algerije: het mozaïek van de triomf van Bacchus, in het museum van Sétif.

Dit mozaïek is negen meter breed en ruim zes meter hoog en heeft ooit gelegen in de eetkamer van een stadsvilla. Rechts herkent u de plek waar twee pilaren stonden aan weerszijden van de ingang tot het vertrek. Alles klopt aan dit mozaïek. Zelfs de randen zijn schitterend: let eens, als u de plaatjes groter ziet na de break, op die koppen in de hoek en de kentauren die vechten met de leeuwen. Het gaat me echter om de twee eigenlijke afbeeldingen: rechts de Calydonische Jacht en middenin de triomf van Bacchus ofwel Liber Pater ofwel Bakchos ofwel Dionysos.

Lees verder “De triomf van Bacchus”

Zout en wijn

Zout, zoals het wordt gewonnen uit zeewater

Ik gebruik mijn blog even om een aan mij voorgelegd vraagje met u te bespreken. Die vraag gaat over een passage uit Cato’s De agricultura, een traktaat over de exploitatie van een boerderij. Het gaat om deze passage.

(24.1) Vinum Graecum hoc modo fieri oportet. Uvas Apicias percoctas bene legito. Ubi delegeris, in eius musti culleum aquae marinae veteris Q. II indito vel salis puri modium; eum in fiscella suspedito sinitoque cum musto distabescat.

Griekse wijn moet op de volgende manier gemaakt worden. Pluk met zorg volrijpe Apicische druiven. Wanneer je ze geplukt hebt, doe dan bij de most daarvan twee quadrantal oud zeewater of een schepel puur zout. Hang dat in een zakje erin en laat het oplossen in de most. (Vincent Hunink)

Lees verder “Zout en wijn”

Fietsen naar Thessaloniki: Noord-Frankrijk

Voor Frankrijk is Alesia een lieu de mémoire: het beeld van Vercingetorix

Ik had u achtergelaten in Reims, waar ik mijn tent had opgeslagen op de plaatselijke camping na een verregende maar mooi geëindigde tweede reisdag.

Zaterdag 2 mei 1992

De derde dag van mijn tocht naar Griekenland begon ik met een bezoek aan het plaatselijke archeologische museum, waarvoor ik even terug moest rijden, om daarna verder te fietsen naar het zuidoosten. Ik passeerde een in de Eerste Wereldoorlog aan flarden geschoten fort, waar ik even een kijkje nam alvorens door te gaan. Ik was nu in Champagne en waar ik heden ten dage misschien een bezoek zou brengen aan een van de wijnboerderijen, liet ik ze die zomer links liggen.

Via Châlons-en-Champagne reed ik verder, nu pal zuid over een kaarsrechte weg naar Troyes. Dit waren ooit de Catalaunische Velden: hier versloegen de Visigoten en Franken, gecommandeerd door de Romeinse generaal Aetius, in 451 de Hunnen van koning Attila. Ik wilde al jaren naar dit gebied en het trof me hoe open en groen het landschap was. Ik herinner me ook dat ik voor de eerste keer de TGV zag rijden, snel als de bliksem. In Arcis kocht ik mijn eerste ansichtkaarten, want ik had toegezegd een bevriende familie elke dag te laten weten waar ik was. We moesten van thuisblijvers geen spoorzoekers maken.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Noord-Frankrijk”

Culturele eerstes

gobekli_tepe_05_er
Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Lees verder “Culturele eerstes”

Omar Khayyam (2)

Het (moderne) graf van Omar Khayyam in Nishapur

In mijn vorige blogpost introduceerde ik de Perzische dichter Omar Khayyam (1048-1131), wiens kwatrijnen door J.T.P. de Bruijn zijn vertaald onder de titel De ware zin heeft niemand nog verstaan (2009 Bulaaq). Ik wees op Omar Khayyams vele verwijzingen naar het drinken van wijn. Die kunnen letterlijk worden genomen maar ook figuurlijk, als een mystieke verwijzing naar de gelukzaligheid van een islamitische mysticus die zich in God geborgen weet. Maar was de dichter een mysticus?

Dat valt nog niet zo makkelijk uit te maken. Hij heeft veel geschreven, maar het meeste is wetenschappelijk van aard. Omar Khayyam was namelijk vooral wiskundige en astronoom. In die laatste hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor een kalenderhervorming en het is mogelijk dat hij begreep dat de aarde om zijn as draaide; als wiskundige wist hij oplossingen te vinden voor veel tot dan toe onbegrijpelijke derdegraadsvergelijkingen. Daarover is veel meer te vertellen, en ik zal nog een stukje schrijven over een heel bijzondere toepassing, maar de wetenschappelijke teksten leveren ons, zo lijkt het op het eerste gezicht, weinig op als we ’s mans religieuze opvattingen willen kennen en zijn kwatrijnen begrijpen.

Lees verder “Omar Khayyam (2)”