Hanno de Zeevaarder (1): Kolonisatie

We weten niet hoe de schepen van Hanno de Zeevaarder eruit zagen. Dit Karthaagse scheepsmodel  is niet heel informatief. (Archeologisch museum, Sousse)

Een van de “vragen rond de jaarwisseling” die u me voorlegde betrof ontdekkingsreizen en ik bedacht toen dat ik nog nooit had geblogd over Hanno de Zeevaarder. En dat is maf, want (a) Karthago heeft mijn belangstelling, (b) er is een leuke vertaling door Floris Overduin en Vincent Hunink (gepubliceerd in Hermeneus 87/1 [2015]) en (c) er is fascinerend Nederlands onderzoek over de topografie gedaan.

Dat fascinerende onderzoek is W.F.G. Lacroix, Africa in Antiquity. A Linguistic and Toponymic Analysis of Ptolemy’s Map of Africa (1998). De auteur toont dat Ptolemaios’ kennis van Afrika groter is dan veelal wordt aangenomen. Daardoor heeft hij redelijk wat van de door Hanno genoemde plaatsen kunnen identificeren. En passant heeft hij ook een opvallend vroege datering geopperd.

Wat betreft de tekst: het is de korte, Griekse weergave van het rapport dat een Karthaagse koning Hanno uitbracht over een driedelige reis langs de westelijke kust van Afrika. Eerst stichtte Hanno zes steden in wat nu Marokko is; daarop volgde een handelsmissie naar de goudrivier de Senegal; en tot slot was er een verkenningsexpeditie. Dat laatste was dus een echte ontdekkingsreis, al schijn je dat tegenwoordig te moeten aanduiden als begin van de Europese Exploitatie. Ik geef hieronder de vertaling van Overduin en Hunink, met commentaar dat ik ontleen aan Lacroix.

De titel

Zeereis van de Karthaagse koning Hanno rond de contreien van Afrika achter de Zuilen van Herakles. Verslag, door hem tevens aangebracht bij het Altaar van Kronos, met inhoud als volgt.

  • Wij hebben een Griekse tekst, maar wat is het origineel? Lange tijd zou men hebben geantwoord dat dat Punisch was, maar Karthago was opvallend kosmopolitisch. Misschien schreef Hanno wel Grieks.
  • Kronos is meestal de aanduiding voor Ba’al Hammon.
  • De Zuilen van Herakles – letterlijk de beroemde Melqarttempel in Cádiz, waarvan de locatie onlangs is gevonden, maar vrijwel zeker de straat van Gibraltar
  • Dat Hanno koning was, duidt op een vroege datering.

Kolonisatie

De tekst begint met stadstichtingen. De hierna genoemde Libyfeniciërs zijn niets anders dan bewoners van Fenicische steden in Afrika, dus plaatsen als Lepcis Magna, Tripoli, Sabratha, Sousse, Kerkouane, Utica, Bizerte, Annaba, Algiers, Tipasa of Cherchell. Merk op dat dertigduizend mensen aan boord van zestig schepen behoorlijk druk is, maar vijfduizend bewoners voor elk van de nieuwe steden is niet onaannemelijk.

1. De Karthagers besloten dat Hanno zou uitvaren buiten de Zuilen van Herakles en steden zou stichten met Libyfeniciërs als bewoners. Hij vertrok met zestig vijftigroeiers, een massa mensen (dertigduizend mannen en vrouwen), voedsel en overige benodigdheden.

2. Toen we na vertrek de Zuilen waren gepasseerd en twee dagen daarachter hadden gevaren, hebben we een eerste stad gesticht. We gaven die de naam Wierookaltaar. Onder de stad lag een grote vlakte.

3. Daarna voeren we verder westwaarts en kwamen we bijeen in Soloeis, een bosrijke Afrikaanse kaap.

4. Daar richtten we een altaar voor Poseidon op en voeren we verder in oostelijke richting, een halve dag, totdat we aankwamen bij een meer. Het lag niet ver van de zee en stond vol met hoog riet.

5. Er waren daar ook olifanten en andere beesten die daar weidden, in enorme aantallen. We lieten het meer achter ons en voeren ongeveer een dag verder. Daarna stichtten we steden aan zee, met de namen Karische Muur, Gytte, Kaap, Bij en Arambys.

De naam Kaap Soloeis is een verbastering van het Fenicische Selaim, “rotsen”. Het gaat vermoedelijk om Kaap Mazagan, waarvandaan je oostwaarts kunt varen, de rivier de Oum er Rbia op.

Poseidon is de naam van een Karthaagse zeegod, maar welke dat is weten we niet.

Bijna alle stadstichtingen zijn te identificeren. Wierookaltaar (Thymiaterion) is het huidige Mehidya, De naam Gytte is afgeleid van Geth, “runderen”, en leeft voort in El-Jadida, waar een Karthaagse necropool is gevonden. Dit is vlak bij Kaap Mazagan. Kaap is de weergave van Akra, maar de Grieken noteerden de H niet en het kan dus ook Hakra zijn, een Fenicisch woord voor versterking. Een locatie kennen we niet. De naam Bij, Melitta, leeft voort in het huidige Oualidia, waar een lagune de perfecte haven is.

Mogador

Arambys is het eiland Mogador tegenover Essaouira. Er is bewijs voor Karthaagse purpervisserij. De Karthaagse aanwezigheid dateert vanaf ongeveer 575-550 v.Chr., wat een opvallend vroege datering oplevert voor de tocht van Hanno de Zeevaarder. Die komt echter goed overeen met zijn koninklijke titel.

Tot slot: de aardigste naam is Karikon Teichos, hier vertaald als Karische Muur. Het kan gaan om een stad die eigenlijk Kir Chares heette, Zonnekasteel. Het gaat om Azemmour, waar Karthaagse graven zijn gevonden. Ook dit is niet ver van Kaap Mazagan.

Na gedane kolonisatiearbeid richtte Hanno de Zeevaarder zich op handelscontacten. Het tweede deel van de reis begon.

[Wordt vervolgd]

Het Numidisch en het Proto-Berber

Punische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Lees verder “Het Numidisch en het Proto-Berber”