De slag bij de Hondenkoppen (3)

Mogelijk Romeins kamp bij Kynoskefalai

[Derde deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

Polybios zou meer over de slag hebben kunnen vertellen. Onvermeld blijft het ruitergevecht dat er moet zijn geweest en ook over de olifanten zegt hij weinig. Hij is dan ook vooral geïnteresseerd in de botsing van de Romeinse legioenen, die Afrika hadden veroverd, en de Macedonische falanx, waarmee ooit de Perzen waren verslagen. Wat volgt is een van de beroemdste militaire analyses uit de Griekse letteren: Polybios, Wereldgeschiedenis 18.25-32. De vertaling is van Wolter Kassies.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (3)”

De slag bij de Hondenkoppen (2)

Kynoskefalai

[Tweede deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

De afwijzing van de voorwaarden was voldoende om de Volksvergadering alsnog te laten instemmen met de oorlogsverklaring en eind 200 staken de legioenen de Adriatische Zee over. De eerste Romeinse generaal bracht Filippos voldoende kleine nederlagen toe om te bewerkstelligen dat de Aitolische steden in het westen, waarmee Rome na 215 al had samengewerkt, zich opnieuw aansloten bij Rome.

In het volgende jaar opende Filippos onderhandelingen. Hij bleek bereid tot flinke concessies. Maar de nieuwe Romeinse generaal, Titus Quinctius Flamininus rook bloed en stelde hogere eisen: Filippos moest maar beginnen met de evacuatie van Thessalië, een Grieks gebied dat al anderhalve eeuw door de Macedoniërs werd bestuurd. Hij moet hebben geweten dat dit onaanvaardbaar was. De oorlog werd hervat.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (2)”

Nog eens Regulus

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een tijdje blogde ik over de expeditie van Regulus, een Romeinse consul in 256/255 v.Chr., naar wat nu Tunesië heet. Hij won eigenlijk alles tot de Karthagers een capabele Spartaanse huurlingenleider, Xanthippos, in dienst namen en hem versloegen. De veldtocht, die deel uitmaakt van de Eerste Punische Oorlog, is me bezig blijven houden omdat er iets raars mee aan de hand is. Een consulair leger bestond uit zo’n 18.000 man en Regulus commandeerde er maar 15.000. Het leger is te klein voor een zo belangrijke operatie, zeker als we erbij bedenken dat de Romeinen een kolossale vloot– 330 oorlogsbodems! – bouwden om het expeditieleger over te zetten.

Ik vermoed nu dat Regulus niet alleen was. De Numidiërs speelden een belangrijke rol. Daarvoor zijn enkele aanwijzingen.

Lees verder “Nog eens Regulus”

Het Eiland in de Rhône

Treinstation Dermech (Karthago)

Nog even over Hannibal, waar ik het gisteren al over had.

Als Hannibal de Rhône is overgestoken, marcheert zijn leger stroomopwaarts tot een punt dat het Eiland wordt genoemd. Probleem één: er is geen echt eiland in de rivier. Gelukkig kunnen het Griekse woord nesos en het Latijnse woord insula ook worden gebruikt voor de gebieden die tussen twee rivierarmen liggen in een delta, ook als wij dat niet echt als een eiland beschouwen.  Zo’n gebied is in elk geval aan alle kanten door water omspoeld. Het gebied tussen Waal en Rijn stond bijvoorbeeld bekend als het Eiland van de Bataven. Geleerden zijn er daarom eigenlijk altijd van uit gegaan dat het Eiland van de Rhône in feite de landtong is geweest tussen twee rivieren.

Een gezochte verklaring

Daarin volgen ze Polybios, die ook wat verbaasd was over een eiland in de Rhône en als verklaring voor die naam gaf dat deze stroom en een andere rivier langs twee van de drie zijden stromen en op het punt waar ze samenvloeien de top vormen van het Eiland. Vervolgens komt Polybios op de proppen met een gezochte vergelijking met de Nijldelta, waar de rivier zich echter splitst en geen rivieren samenkomen. Kortom, een rommelige passage.

Lees verder “Het Eiland in de Rhône”

Skaras of Arar? (2)

Scaliger (Museum Martena, Franeker)

Ik schreef gisteren dat Polybios en Livius zo nu en dan woordelijk overeenstemmen en dat in zulke passages de afwijkingen interessant zijn. Mijn voorbeeld was Polybios Wereldgeschiedenis 3.49.6, waar sprake is van een rivier Skaras of misschien Skarôs, terwijl Livius het in Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4 heeft over de Arar.

Op het eerste gezicht heeft die laatste rivier goede papieren. Het is namelijk de naam van de Saône, die bij de samenvloeiing met de Rhône een lang schiereiland vormt. Op die plaats lag de Keltische nederzetting Lugdunum, het huidige Lyon. Het is dus niet zo vreemd dat de eerste die zich over deze kwestie boog, de Italiaanse humanist Niccolò Perotti (1429-1480), de tekst van Polybios gewoon aanpaste: hij vertaalde Skaras met Arar.

Een eeuw later opperde de Zwitserse geleerde Josias Simmler (1530-1576) dat Polybios Araros moest hebben geschreven. Zo’n hypothese, waarbij een geleerde een anders onbegrijpelijke tekst een beetje aanpast om er iets begrijpelijks van te maken, staat bekend als een “emendatie”.

Lees verder “Skaras of Arar? (2)”

Skaras of Arar? (1)

De Romeinse historicus Livius en zijn Griekse voorganger Polybios stemmen soms woordelijk overeen. Ik heb het voor Hannibals tocht over de Alpen weleens bij elkaar gezet: hier kunt u zien dat ze precies hetzelfde vertellen. Des te leuker zijn natuurlijk de punten waar ze verschillen en concreet denk ik aan een zinnetje uit Polybios (Wereldgeschiedenis 3.49.6) dat overeenkomt met Livius’ Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4. Het gaat om de beschrijving van een landtong tussen de Rhône en de… ja, daar zit dus het probleem. Als u de links naar Polybios en Livius gebruikt, zult u in het Grieks en Latijn Isara lezen, maar dat staat er niet.

De meeste middeleeuwse Polybioshandschriften noemen de tweede rivier Skaras, met als uitzondering een in München bewaarde Byzantijns manuscript dat bekendstaat als de Bavaricus of Monacensis graecus 157. Daar staat Skarôs en dat kan alleen een kopiistenfout zijn. Dit handschrift is namelijk een kopie van een verloren voorbeeld dat ook is gebruikt door de klerk die de Vaticanus graecus 1005 vervaardigde, en die noteerde Skaras. Een van de twee kopiisten maakte een overschrijffout en dat zal niet degene zijn geweest die hetzelfde schreef als alle andere handschriften. We mogen aannemen dat het Skaras en niet Skarôs was wat Polybios schreef.

Lees verder “Skaras of Arar? (1)”

MoM | Bronkritiek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Oudheidkundigen, en dan vooral de wat meer op teksten gerichten onder hen, maken onderscheid tussen bronkritiek en tekstkritiek. Over het laatste heb ik al vaker geschreven: het is de bepaling van wat eeuwen geleden iemand op papyrus of perkament heeft gezet. De kritiek betreft de overlevering in de meestal middeleeuwse handschriften, meervoud, waarvan we de tekst niet zomaar kunnen aanvaarden maar eerst moeten toetsen. Daarbij passen filologen de Lachmannmethode toe. In de praktijk betreft het vooral Griekse en Romeinse teksten. Egyptische en spijkerschriftteksten zijn namelijk meestal op slechts een kleitablet of één papyrus zijn overgeleverd, zodat er weinig valt te vergelijken.

Bronkritiek

Bronkritiek is de vooral voor oudhistorici belangrijke volgende stap: is de informatie in een bron te herleiden tot een eerdere auteur? Dit is belangrijk, want die eerdere auteur stond dichter bij de beschreven gebeurtenissen en heeft vermoedelijk scherper zicht. Als de evangeliën van Marcus en Lukas elkaar tegenspreken, gaat de voorkeur uit naar Marcus, omdat hij de bron is van Lukas; Lukas geldt dan als “elimineerbaar”.

Lees verder “MoM | Bronkritiek”

Xanthippos versus Regulus

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

En nu hadden de Romeinen een probleem. Geconfronteerd met een Karthaagse olifantenaanval moesten ze hun linies verdiepen, om zoveel mogelijk soldaten met speren te plaatsen tegenover elk dier. De verdiepte Romeinse linie was echter minder wijd, wat een uitnodiging was aan de Karthaagse ruiterij om de Romeinen te overvleugelen. Polybios schrijft:

Lees verder “Xanthippos versus Regulus”

Regulus in Afrika

Clupea

De grootste oorlog uit de Oudheid was de Eerste Punische Oorlog, waarin de Romeinen het opnamen tegen de Karthagers. De gevechtshandelingen strekten zich uit over een periode van bijna vierentwintig jaar, van 264 tot en met 241, en de troepeninzet was ongekend. Omdat de Romeinen een landmacht waren en de Karthagers een zeemacht, was dit een asymmetrisch conflict, waarin de tegenstanders niet dezelfde strategie hebben. De Romeinen konden het uiteindelijk naar hun hand zetten door een vloot te gaan bouwen, terwijl hun tegenstanders zich bedienden van huurlingen, die slecht controleerbaar waren.

In 256 stuurde Rome niet minder dan 330 schepen richting Sicilië, met de bedoeling de Karthagers ter zee te verslaan en dan over te steken naar Afrika om de strijd op het land voort te zetten. Het eerste lukte: in de zeeslag bij Eknomos, niet ver van het huidige Licata aan de Siciliaanse zuidkust, versloegen ze een Karthaagse vloot van 350 schepen. Aan beide zijden waren niet minder dan 140.000 mensen bij de strijd betrokken, meest roeiers (meer). Na deze overwinning staken de consuls over naar Afrika en landden op Kaap Bon, het Tunesische schiereiland dat zich als een lange vinger uitstrekt naar Sicilië. Hier bezetten de Romeinen het Karthaagse heuvelfort dat in het Latijn Clupea en in het Grieks Aspis heette, “het schild”. Het huidige Kélibia lijkt inderdaad op een schild dat op de grond is neergelegd, zie de foto hierboven.

Lees verder “Regulus in Afrika”

Eutropius (5): De feiten verantwoorden

Kleio, de muze van de historische wetenschappen.

Terwijl u dit op leest, breng ik een bezoek aan het nieuwe Nabu-museum in Batrun. Daar ga ik zeker over bloggen, maar het zal wel volgende week worden. Om u toch te vervelen met de Oudheid, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen Polybius zijn negenendertig boekrollen over de opkomst van Rome had voltooid, voegde hij een veertigste toe, waarin hij zijn werkzaamheden verantwoordde. Dat lijkt het eerste deel te zijn geweest dat kopiisten niet langer overschreven, zodat het verloren is gegaan. In de Oudheid bekreunde men zich niet erg om de controleerbaarheid van een geschiedverhaal. Lucianus, die in Hoe schrijf je geschiedenis? vertelt wat de Romeinen van een historicus verwachtten, heeft over het tweede punt op ons lijstje van vijf weinig te melden. Eutropius kan het maar weinig schelen: hij geeft op precies één plaats aan waar zijn informatie vandaan komt en vrijwel zeker heeft hij dat overgeschreven uit een uittreksel van Livius’ verloren twintigste boek.

Lees verder “Eutropius (5): De feiten verantwoorden”