Algiers 1830

Ik heb eerder geschreven over de Barbarijse Staten en verteld dat hun reputatie als piraten eigenlijk onverdiend was. Ze deden wél aan kaapvaart, dus het in oorlogstijd beroven van vijandelijke koopvaardijschepen. Dat was lange tijd volkomen normaal; in een ander blogje schreef ik over de joodse kapers die tijdens de Spaanse Successieoorlog namens de Staten-Generaal de Caraïbische wateren onveilig maakten voor Spaanse schepen. Kaapvaart begon als er oorlog uitbrak, was gereguleerd met kapersbrieven en hield op zo gauw er een vredesverdrag was – en zo simpel was het.

Voor de Barbarijse leiders – de Ottomaanse pasja van Tripoli, de Ottomaanse bey van Tunis en de Ottomaanse dey van Algiers – was kaapvaart een verdienmodel, mogelijk doordat er altijd wel ergens een Europese oorlog was waarin men partij kon kiezen. Men beroofde schepen en zette de bemanning in als slaven, net zo lang tot die werden vrijgekocht. Een en ander paste bij het islamitische ideaal dat het geloof moest worden verspreid, maar deze religieuze motivatie was allang ondergeschikt aan de commerciële. Kaapvaart was voor de Barbarijse Staten overigens niet de belangrijkste economische activiteit. Soms leed men er zelfs verlies op, want goedkoop waren de kaapschepen niet, en handel was altijd profijtelijker. Algiers, met de agrarische rijkdom van de Hautes Plaines, leverde bijvoorbeeld graan aan Frankrijk, zodat de twee landen elkaar al in de achttiende eeuw goed kenden.

Lees verder “Algiers 1830”

Faits divers (6): Boeken

In de reeks faits divers deze keer een signalement van drie boeken.

Ik weet het, de Amerikaanse staten Texas en Florida leveren momenteel, zoals mijn goede vriend Richard constateerde, sneller aanbevelingen voor goede boeken dan we kunnen lezen, maar ik voeg desondanks wat titels toe.

Carl Stellweg, De handlangers

Van sommige boeken herken je de kwaliteiten onmiddellijk. Ze zijn spannend, je wil weten hoe de vork in de steel zit, je bewondert de wijze waarop de auteur de stof naar zijn hand zet en je geniet van de stijl, die aansluit bij wat je zelf graag leest. Zo’n boek is De handlangers van Carl Stellweg, die ooit schreef voor het Algemeen Dagblad en die ik leerde kennen in zijn geboortestad Beiroet. Op elke bladzijde proef je dat Stellweg het ambacht beheerst.

Lees verder “Faits divers (6): Boeken”

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Lees verder “Roofkunst”

Een bezoek aan Karthago

Karthago, tofet

Pas op de Byrsa zag ik toeristen. De hele dag hadden we moederziel alleen kunnen zwerven langs de ruïnes van Karthago. De enige mensen die we waren tegengekomen waren Tunesiërs geweest, die niet zelden ongevraagd goede raad gaven aan de vreemdelingen in hun stad: “weet u dat de metro momenteel niet stopt op halte Hannibal?”, “wees niet nodeloos bang maar er is hier vorige maand een zakkenroller gezien”, “aan de andere kassa hebben ze meer wisselgeld”.

Niet dat we op halte Hannibal hoefden zijn, niet dat we last hadden van zakkenrollers, niet dat we problemen ondervonden bij de kassa. Alles liep vandaag op rolletjes. Nou ja, er ging één ding mis en dat vertel ik straks nog wel. Maar het was eigenlijk een perfecte dag, die begon met een leuk, tjokvol boemeltreintje dat ons vanaf de haven van Tunis bracht naar Dermech, een wijk in Karthago. Voor het goede begrip: Karthago is een gewone, moderne stad vol met witte villa’s en winkels, hier en daar een ruïne, en ook diverse stationnetjes voor een light-rail-systeem.

Lees verder “Een bezoek aan Karthago”

Karthago in het RMO

Glazen hanger uit Karthago (Musée national de Carthage)

“De beschaving van Karthago heeft de wereldgeschiedenis niet werkelijk beïnvloed,” schreef de Britse oudhistoricus Howard Hayes Scullard in 1980, in een boek dat nog steeds leverbaar is. Zeker, Karthago was een trotse handelsnatie geweest met contacten van de rivier de Senegal tot de Britse Tin-eilanden, maar cultureel was de stad eerder een doorgeefluik dan origineel. De nijverheid, legde Scullard uit, richtte zich op goedkope massaproductie en niet op schoonheid. De stedelijke elite had wel enige goede smaak, maar volstond ermee Griekse kunst te importeren.

We horen van Karthaagse boeken en bibliotheken, maar hebben geen bewijs dat de stad was begiftigd met werkelijke, literaire inspiratie.

Aldus nog steeds Scullard, die er ook op wees dat de religie “wreed, duister en decadent” was. De gelovigen schrokken niet terug voor zelfverminking en mensenoffers. Kortom, “Karthago gaf de wereld weinig van waarde.”

Lees verder “Karthago in het RMO”