Confucius 3: Rectificatie van de namen

Een bijl uit het China van Confucius (Wereldmuseum, Leiden)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is derde van tien blogjes over Confucius. De introductie las u hier.] 

Als Confucius nou eens het landsbestuur zou krijgen, waarmee zou hij dan beginnen?

Hij zou “de definities van namen” weer scherpstellen, antwoordt hij.

“Mijn hemel wat een omweg!” roept zijn leerling Zilu uit. Maar Confucius is dan ook niet zomaar een politicus, hij is filosoof, en we noemen hem zo, juist door deze fundamentele aanpak.

Het gaat Confucius voornamelijk om namen van concepten die te maken hebben met de samenleving. Volgens Confucius hadden deze namen oorspronkelijk een bepaalde belangrijke betekenis, maar waren die naar verloop van tijd verwaterd.

Lees verder “Confucius 3: Rectificatie van de namen”

Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Lees verder “Het Hemels Mandaat in Mesopotamië”

Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur

Bijl (Wereldmuseum, Leiden)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het derde deel, dat gaat over drie belangrijke geschriften uit de Zhou-tijd, en over de problemen tegen het einde van die periode.]

Waar we de Shang-tijd vooral kennen door hun inscripties van offerbotten, waren de Zhou echte schrijvers en verhalenvertellers. Veel geschriften uit de vroege Zhou-tijd, de zogeheten Westelijke Zhou, kwamen later terecht in de Chinese canonieke literatuur. Ik behandel de belangrijkste drie.noot Ik geef daarbij eerst de naam van het werk in het Nederlands, daarna de pinyin-schrijfwijze (de officiële door China gehanteerde methode om Chinees in westers schrift om te zetten), en vervolgens een paar verouderde schrijfwijzen die de lezer in oudere of minder wetenschappelijke stukken zou kunnen lezen, zodat duidelijk is dat het hier om hetzelfde gaat.

Lees verder “Chinese filosofie (3) De Zhou-cultuur”

Chinese filosofie (2) Het “hemels mandaat”

Zhou-borstplaat (Musée Guimet, Parijs)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier; het eerste deel over China was daar, en hieronder staat het tweede deel.]

In de traditionele geschiedschrijving van het vroegste China viel de Shang-dynastie na een opstand van de Zhou rond 1046 v.Chr. De Zhou waren oorspronkelijk een vazalstaat van de Shang. Hun hoofdstad was Haojing, bij het huidige Xi’an in Shaanxi. Dit is westelijker en meer landinwaarts, en meer bergachtig dan Henan, en was daarom dunner bevolkt. Maar de grond is vruchtbaar, en het ligt strategischer dan de vlakten van Henan.

Lees verder “Chinese filosofie (2) Het “hemels mandaat””

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

Lees verder “Prehistorisch China”

Hoe bestuur je een wereldrijk? (2)

Borduurwerk uit China, herkenbaar aan het gebruik van de kettingsteek, maar gevonden in het Romeinse Rijk (Palmyra)

[Tweede deel van een bespreking van de door Walter Scheidel geredigeerde bundel State Power in Ancient China and Rome (2015). Het eerste deel was hier.]

De steden

Terug naar de verschillen. En dan springen de verschillen tussen de steden in het oog, zowel in het stadsbestuur als in het uiterlijk voorkomen van de steden. In het Middellandse Zee-gebied was er een lange traditie van autonoom stadsbestuur, in China was die traditie veel minder sterk en hadden de Qin doelbewust de stedelijke elites uitgeschakeld, onder andere door grootschalige deportaties.

Dat was ook zichtbaar in het uiterlijk van de steden. Romeinse steden kenden pleinen, fora, theaters, badhuizen en andere publieke gelegenheden waar de stadsbewoners konden samenkomen. De Chinese keizers en hun bestuurders moesten niets hebben van massale samenkomsten van hun onderdanen, ze waren er eerder bang voor. De enige plek aan samenkomst was de markt, er waren nauwelijks pleinen, geen grote theaters of publieke badhuizen. En er werd er afstand gecreëerd tussen bevolking en de bestuurders.

Lees verder “Hoe bestuur je een wereldrijk? (2)”