
[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.]
Tot zover hebben we gezien dat de mohisten vooral praktische doctrines hadden, die ze al even praktisch onderbouwden. Daarbij wezen ze op de effecten van handelen: Universele Liefde zorgt ervoor dat we geen oorlogen krijgen; bestuur gebaseerd op Uniformiteit in het Denken en de Verheffing van de Wijzen zorgt voor een geordende samenleving; wie verspilling tegengaat zorgt ervoor dat iedereen genoeg heeft om goed te leven. Vandaar dat van de mohisten wel gezegd wordt dat ze een consequentialistische moraalfilosofie hebben.
Echter, dat is niet zuiver het geval. Er zijn ook drie mohistische doctrines die een meer metafysische basis hebben:
- de wil van de Hemel,
- eerbied voor geesten,
- tegen het fatalisme.
De wil van de hemel (doctrine #8)
De Universele Liefde is volgens het mohisme geen menselijk verzinsel. Het is de ware aard van de Natuur, of, in hun woorden en aansluitend op de cultuur waar zij zelf vandaan komen: het is de Wil van de Hemel dat iedereen de ander lief heeft.
Hoe de mohisten dat weten? De Hemel laat iedereen gelijk geboren worden, dat wil zeggen naakt, behoeftig, en met allemaal evenveel (povere) capaciteiten. De Hemel kan alleen willen dat mensen elkaar als gelijken behandelen!
De Hemel houdt van leven: er blijven mensen geboren worden, en ook waar de dood om zich heen grijpt, blijft er toch telkens leven ontstaan. Het moet wel een natuurwet zijn dat het leven heilig is!
De Hemel houdt van welvaart: door welvaart, in de zin van genoeg grondstoffen, kunnen alle mensen en andere organismen tot bloei komen, en de Hemel zorgt er ook voor dat de aarde in principe genoeg levert om in potentie alle levende wezens in hun behoefte te voorzien. De Hemel kan alleen willen dat er welvaart heerst!
De Hemel wil ook dat vrede en orde heersen. Hoe weten de mohisten dat? Doordat ze weten dat waar vrede en orde heersen, ook welvaart is, de mensen zich vermenigvuldigen, en er Universele Liefde is.
Dat de eerder genoemde doctrines tot welvaart en stabiliteit leiden is dus volgens de mohisten geen kwestie van toeval, maar de aard van de Natuur zelf. Wie de wetten van de Hemel gehoorzaamt, zal daarom zien dat hij door de Hemel beloond wordt. En iemand die daartegen zondigt vooral zal zien dat hij bestraft wordt. Zijn medemensen komen tegen hem in opstand en de Hemel helpt een handje mee.
Eerbied voor geesten (doctrine #9)
In de toenmalige Chinese cultuur was er niet alleen een geloof in “de Hemel”, ook aanbad men de geesten van de voorvaderen en die van natuurkrachten zoals bergen en rivieren et cetera. Deze geesten helpen de Hemel een handje, zodat ze samen alziend en alwetend zijn.
Zij vormen zo in de Mozi een afspiegeling van de onderdanen van de heerser in de gewone mensenwereld, die de oren en de ogen van de heerser zijn, doordat ze (zoals we in een eerder blogje zagen) alle informatie over goed en kwaad gedrag van anderen met de mensen boven zich delen, en dit via hen dus uiteindelijk met de heerser zelf delen.
Maar waarom zouden we eigenlijk in die geesten geloven? Kennelijk liepen er in het oude China mensen rond die het bestaan van alziende geesten beschouwden als grote onzin. In elk geval waren er genoeg sceptici om Meester Mo te dwingen tot een krachtig weerwoord: de doctrine van de Eerbied voor de Geesten.
Ook nu gebruiken de mohisten hun drie klassieke bewijsmodellen. Ten eerste: de oude wijzen hebben de mensen geleerd dat er geesten waren. Ten tweede: er zijn veel mensen die zeggen dat ze geesten daadwerkelijk gezien hebben. En ten derde kunnen we maar beter het geloof in alziende geesten promoten, want als we dat niet doen, dan denken mensen wellicht dat ze met lage daden weg kunnen komen, en het gevolg daarvan is natuurlijk weer maatschappelijke onrust, verspilling, armoede, enzovoort.
Het laatste argument is natuurlijk een fundamenteel ander argument dan die eerste twee. Dat zien wij waarschijnlijk scherper dan een Chinees in de tijd van Meester Mo, omdat (zoals we eerder zagen) de Chinese taal geen onderscheid kende tussen wat moreel juist en wat feitelijk juist is. Toch krijgen we het idee dat de laatste reden voor Mo wel eens de werkelijke reden zou kunnen zijn geweest voor het fanatieke pleiten voor het geloof in geesten.
Dat wordt versterkt doordat aan de eerste twee argumenten wel wat valt af te doen. Want ondanks alle oude wijsheid zullen de mensen destijds toch ook weleens een mispunt hebben gezien die het voor de wind ging, of erger nog, een heel aardig mens dat geen vlieg kwaad doet, die getroffen wordt door ernstige ziekte, armoede en ongeluk.
Hoe kan het toch dat deugdzame mensen pech hebben terwijl misdadigers dom geluk kunnen hebben? Meester Mo erkent dat dit voorkomt. Hij formuleert ook een antwoord: dat komt omdat niet alleen de geesten de loop der dingen bepalen. Dus om het plat te zeggen: iemand die ziek wordt, die kan dat moeten ondergaan omdat hij de straf van een geest ervaart, maar hij kan ook domme pech hebben.
Tegen fatalisme (doctrine #10)
De laatste doctrine die we hier behandelen is de ferme stelling die de Mozi neemt tegen fatalisme, oftewel het geloof in lotsbestemming.
Ook hier biedt Meester Mo weer drie soorten bewijs. Ten eerste: in de oude literatuur is niets te lezen over lotsbestemmingen. Iedere handeling heeft consequenties. Ten tweede: probeer eens een boer aan zijn verstand te brengen dat het niet zou uitmaken of hij zijn gewassen plant of niet, omdat niet zijn inspanningen maar het noodlot zou bepalen of zijn oogst lukt of mislukt! Zowel de literatuur als de ervaring maken dus gehakt van die theorie van lotsbestemming.
Gelukkig maar, want ten derde zijn er ook nog de consequenties van zo’n geloof: als iedereen in het lot zou geloven, dan is er geen reden meer om ergens je best voor te doen. Iedereen zou op zijn handen blijven zitten en zijn plichten tegenover andere mensen verwaarlozen. En als iemand die in een voorbeschikking gelooft al iets doet, dat doet hij dat voor zichzelf en voor de korte termijn, want het maakt allemaal niets uit: het lot bepaalt uiteindelijk wat gebeurt, dus kan je vóór het lot toeslaat maar beter een beetje genieten. Dit geldt ook voor de taken die mensen hebben ten aanzien van de Hemel en de geesten: die worden verwaarloosd, en we hadden gezien dat de geesten en de Hemel dit bepaald niet leuk vinden en doorgaans niet onbestraft laten.
Het is dus duidelijk: het geloof in het noodlot leidt tot apathie en erger, namelijk maatschappelijke onrust, een niet functionerende samenleving, en daarmee uiteindelijk tot armoede en hongersnood. Zulk geloof is dus niet nuttig, en wat niet nuttig is, dat kan in de mohistische denkwereld ook niet waar zijn.
Mohistische metafysica
In deze drie doctrines presenteren de mohisten een metafysica die antwoorden geeft op wat er speelt tussen Hemel en aarde. Het is een optimistische visie op de werking van de natuur, waarin de goeden worden beloond en de kwaden worden bestraft. Die beloning of bestraffing gebeurt in dit leven: na hun dood treden de mensen als voorvader toe tot het domein der geesten, maar ze verhuizen niet naar een andere wereld of een ander lichaam, en zij bekommeren zich verder slechts om wat er gebeurt op aarde.
Wat opvalt is dat de mohisten hier de Hemel en de geesten laten werken in het verlengde van het menselijke bestuur – hoewel zij zelf het omgekeerde beweren, namelijk dat hun bestuursvorm in het verlengde ligt van wat de Hemel wil. Voor de mohisten is het belonen van gedrag dat ten goede komt aan alle mensen (en het bestraffen van gedrag dat indruist tegen de universele liefde) een natuurwet, die een regering wel moet volgen om succesvol te kunnen zijn. Of, om het in Chinese termen te zeggen: het Hemels Mandaat te verdienen.
Maar wat er in de Hemel en op aarde ook gebeurt, in beide gevallen is het praktisch resultaat voor de mohisten het enige dat telt. Het resultaat bepaalt zelfs wat waar is en wat niet, zodat we ondanks het metafysische aspect nog steeds zeggen dat de mohisten een consequentialistische moraalfilosofie hebben.
Zelfde tijdvak
Misverstand: Gaugamelaapril 15, 2020
Kidinnumaart 22, 2023
Irak kort (6): Koninklijke Wegoktober 17, 2021

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.