
Voor ik vandaag begin, eerst even een petitie: Cardiff, oude geschiedenis deze maand. De sloop van de oudheidkundige instituten gaat gewoon verder.
***
Hebt u getekend? Dan gaan we nu beginnen.
Gymnosofisten
Een gymnosofist is, letterlijk, een naakte wijze of een wijze naaktloper. Het Griekse woord duikt voor het eerst op in beschrijvingen van de Indische campagne van Alexander de Grote in 327-325 v.Chr. Volgens een door Ploutarchos overgeleverde anekdote ondervraagt hij tien gymnosofisten die allemaal slimme antwoorden geven.noot Het verhaal, dat wat folkloristisch aandoet, is ook bekend van een papyrus in Bern, die dateert uit de eerste eeuw v.Chr.
Het woord gymnosofist was ongebruikelijk. De andere Alexanderhistorici noemen de Indische wijze doorgaans “brahmanen”. Het is echter waarschijnlijk dat Alexanders tijdgenoten begrepen dat er in India verschillende soorten wijzen waren. Alexanders admiraal Nearchos, de auteur van een reisverslag, was zich er bijvoorbeeld van bewust dat de door hem beschreven Kalanos geen brahmaan was.
Saddhu’s, brahmanen en boeddhisten
Misschien moeten we de tien gymnosofisten wel typeren als saddhu’s. Het verschil is dat de brahmanen behoorden tot de hoofdstroom van de Indische religie en behoorden tot de invloedrijke priesterkaste. Saddhu’s daarentegen woonden buiten de grote politieke centra en hadden bezwaar tegen de brahmaanse orthodoxie. Sommige van hun ideeën zouden worden geïntegreerd in het uit het brahmanisme ontstane hindoeïsme, andere bleken onacceptabel maar vonden hun weg naar het jaïnisme en het boeddhisme, die uitkristalliseerden tijdens het bewind van de Maurya-dynastie.
Deze theologische verwikkelingen waren onbekend bij de Macedonische en Griekse bezoekers. Daarom konden in het Grieks “brahmanen” en “gymnosofisten” synoniem worden. Men meende ook dat Griekse filosofen als Pythagoras India hadden bezocht en bij de gymnosofisten hadden gestudeerd. Net als de pythagoreeërs waren het immers vrome mannen die geloofden in reïncarnatie en zich onthielden van vlees en wijn.
Egypte
In de eerste helft van de derde eeuw van onze jaartelling gebruikte de Griekse auteur Filostratos, de auteur van het Leven van Apollonios van Tyana, de uitdrukking voor een groep asceten die leefde in Nubië (dus in Zuid-Egypte en Noord-Soedan). Hij presenteert deze gymnosofisten als minder wijs dan de brahmanen van India. Dat is overigens alleen maar Filostratos’ vergelijking – ik mag dan weleens beweren dat migratie in de Oudheid grootschaliger was dan we wel denken, maar ik zou niet willen zeggen dat er een Indisch klooster was in Nubië.
Hoewel Filostratos beweert deze informatie te hebben gevonden in een reisverslag van een leerling van Apollonios, is het wat curieus dat deze ascetische gemeenschap nergens anders wordt vermeld. We hebben immers duizenden papyri uit Egypte. We zouden er graag meer over weten, want zo’n gemeenschap in de Egyptische woestijn zou best eens een inspiratiebron kunnen zijn geweest voor de christelijke woestijnvaders.
Zelfde tijdvak
De slag in het Teutoburgerwoud (5)maart 21, 2019
Opnieuw: de Ster van Betlehemjanuari 6, 2015
Pontius Pilatus (2) Het beginmaart 22, 2026

“Een gymnosofist is, letterlijk, een naakte wijze of een wijze naaktloper.”
Niet helemaal. Een gymnosofist is letterlijk een naakte sofist. En een sofist is, letterlijk, iemand die je leert om ‘sophós’ (σοφός) te worden. Sophós betekent zoveel als ‘bekwaam’, ‘expert’ en soms inderdaad ook ‘wijs’. In de Oudheid werd het woord sofist meestal gebruikt voor een docent retorica en/of filosofie. Een filosofieleraar was natuurlijk doorgaans zelf ook filosoof; daardoor kon ‘sofist’ ook gewoon filosoof betekenen.
Voor wat het waard is: in de late Oudheid bestond er een (gefingeerde) briefwisseling tussen Alexander de Grote en een zekere Dindimus, “koning” van de Brahmanen. Alcuin van York bood Karel de Grote een manuscript aan waarin, onder andere, deze tekst stond. Zijn gedicht waarin hij deze tekst noemt en de bijbehorende codex aanbiedt, is namelijk bekend. Een vroege kopie van die codex is overgeleverd en ligt nu in de KB van Brussel. Ook sommige kerkvaders noemen trouwens de Brahmanen “van India”. Er moet dus in ieder geval enig besef zijn geweest dat er gelijkenissen waren tussen Brahmanen en ascetische christenen.