
Zo nu en dan schuif ik aan bij mijn goede vriend Richard, die van alles weet over van alles, zodat een gesprek altijd ergens over gáát, en die verder ook nog een van de aardigste mensen is die ik ken, zodat een gesprek ook altijd gezellig is. En onlangs attendeerde hij me op iets grappigs in het Evangelie van Marcus. Dat begint als volgt.
Er staat geschreven bij de profeet Jesaja: “‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal je een weg banen. Een stem roept in de woestijn: ‘Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!’”
En zo is het gebeurd toen Johannes ging dopen in de woestijn en de mensen opriep tot inkeer te komen en zich te laten dopen.noot
De woorden die de evangelist toeschrijft aan Jesaja, kloppen niet, vertelde Richard me. Om te beginnen is “Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal je een weg banen” een citaat uit een heel ander Bijbelboek, namelijk Maleachi.noot Maar dat is niet het enige. Hier is het tweede deel, eerst Marcus en dan in de Hebreeuwse tekst van Jesaja:
Marcus: Een stem roept in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed.”
Jesaja: Een stem roept: “Maak in de woestijn de weg gereed voor de Heer.”noot
Anders gezegd, en in onze termen verwoord, Marcus heeft iets dat in de Hebreeuwse tekst tussen aanhalingstekens stond, geciteerd alsof het vóór de aanhalingstekens stond. Zoiets is op zich niet zo heel erg vreemd, want men had in de Oudheid nog geen aanhalingstekens en ook al geen dubbele punten. Je kunt dit een fout noemen, al is het citaat in de huidige vorm gepaster om te verwijzen naar Johannes de Doper, die zijn werkzaamheden immers niet al te ver van de woestijn verrichtte. Je kunt dus zeggen dat Marcus een geëigender versie heeft, want de persoonlijkheidscultus rond de Originele Auteur bestond destijds nog niet, en antieke auteurs voelden zich vrij andermans woorden aan te scherpen.
De feitelijke vraag is of Marcus verantwoordelijk is of zijn bron. En het antwoord is: zijn bron. Net als alle andere auteurs van het Nieuwe Testament citeert Marcus niet de Hebreeuwse tekst, maar de destijds gangbare Griekse Bijbelvertaling, de Septuaginta. De makers daarvan leverden Marcus een tekst die weliswaar niet per se Jesaja was, maar wel heel bruikbaar.
Bij wijze van afronding attendeer ik erop dat ook Hubert Lampo’s beroemdste roman De komst van Joachim Stiller begint met wegwerkzaamheden in de Antwerpse Kloosterstraat.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Celtic Fields
Een fonteinleeuw uit Wallonië
Masada
“de persoonlijkheidscultus rond de Originele Auteur bestond destijds nog niet”
Oa darom vind ik geschiedkunde zo leuk. Mensen van vroeger tijden zouden beurtelings stomverbaasd zijn en flink moeten lachen als ze kennis hadden genomen van onze moderne obsessies.
“In elk geval: net als alle andere auteurs van het Nieuwe Testament citeert Marcus niet de Hebreeuwse tekst, maar de destijds gangbare Griekse Bijbelvertaling, de Septuaginta.”
Als Marcus de Septuaginta citeert, waar de tekst van Jesaja gelijk is aan de tekst die Marcus heeft (de enige variant is dat Marcus eindigt met αὐτοῦ, waar bij Jesaja τοῦ θεοῦ ἡμῶν staat), kun je dan nog zeggen dat hij “iets dat tussen aanhalingstekens stond, geciteerd [heeft] alsof het vóór de aanhalingstekens stond.” ?
Goed punt. Ik loop het tekstje nog even na.
De Hebreeuwse tekst is eenduidig en probleemloos: het gaat niet om een ‘stem in de woestijn’, maar om ‘een stem die roept: Bereid voor de Heer een weg in de woestijn, maak in de wildernis een pad voor onze God.’ Dat is niet alleen een typisch Semitisch parallelisme (waardoor deze regels in feite poëzie zijn), het is ook logisch qua context, want die gaat over het cultiveren van woeste grond. De LXX maakt ons moeilijk, want daar staat:
‘een stem die roept in de woestijn bereid de weg van de Heer, maak recht de paden voor onze God uit’.
De vertaler heeft, om welke reden dan ook, het parallelisme verstoord door ‘in de wildernis’ te “vertalen” met ‘recht’. Daardoor is het niet meer zo duidelijk dat ‘in de woestijn’ niet hoort bij ‘een stem’ maar bij ‘bereid een weg’; grammaticaal is beide mogelijk. Op basis van de betekenis zou ik toch ook de LXX-versie liever vertalen met ‘bereid de weg van de Heer in de woestijn’, want wat zou de betekenis moeten zijn van ‘een stem die roept in de woestijn?’ Maar nogmaals, grammaticaal kan dat ook – en het is een mogelijkheid die Mk. heel goed uitkwam. In het algemeen laten NT-auteurs zich bij hun OT-citaten niet zelden weinig gelegen liggen aan de oorspronkelijke betekenis van een OT-tekst. Niet de door de auteur bedoelde, oorspronkelijke, betekenis is doorslaggevend; het gaat erom die tekst van een zodanige betekenis te voorzien dat hij ook in een nieuwe situatie relevant is. Het ontbreken van interpunctie scheelt een stuk bij het verzinnen van een dergelijke “interpretatie”.
Het heeft in ieder geval een sprekende uitdrukking opgeleverd. De kans bestaat dat die hedendaagse uitdrukking onze interpretatie van de oude tekst gaat kleuren. Zo past Johannes als roepende in de woestijn in het schema “rechtvaardige wordt niet gehoord”, dat in de evangeliën vaak opduikt. De vraag is dan of die interpretatie gebaseerd is op een vertaalfout of dat Marcus bewust voor een grammaticale dubbelzinnigheid koos.