Roepen in de woestijn

Rechte weg in de woestijn

Zo nu en dan schuif ik aan bij mijn goede vriend Richard, die van alles weet over van alles, zodat een gesprek altijd ergens over gáát, en die verder ook nog een van de aardigste mensen is die ik ken, zodat een gesprek ook altijd gezellig is. En onlangs attendeerde hij me op iets grappigs in het Evangelie van Marcus. Dat begint als volgt.

Er staat geschreven bij de profeet Jesaja: “‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal je een weg banen. Een stem roept in de woestijn: ‘Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!’”

En zo is het gebeurd toen Johannes ging dopen in de woestijn en de mensen opriep tot inkeer te komen en zich te laten dopen.noot Marcus 1.2-4; NBV21.

De woorden die de evangelist toeschrijft aan Jesaja, kloppen niet, vertelde Richard me. Om te beginnen is “Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal je een weg banen” een citaat uit een heel ander Bijbelboek, namelijk Maleachi.noot Maleachi 3.1. Maar dat is niet het enige. Hier is het tweede deel, eerst Marcus en dan in de Hebreeuwse tekst van Jesaja:

Marcus: Een stem roept in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed.”

Jesaja: Een stem roept: “Maak in de woestijn de weg gereed voor de Heer.”noot Jesaja 40.3.

Anders gezegd, en in onze termen verwoord, Marcus heeft iets dat in de Hebreeuwse tekst tussen aanhalingstekens stond, geciteerd alsof het vóór de aanhalingstekens stond. Zoiets is op zich niet zo heel erg vreemd, want men had in de Oudheid nog geen aanhalingstekens en ook al geen dubbele punten. Je kunt dit een fout noemen, al is het citaat in de huidige vorm gepaster om te verwijzen naar Johannes de Doper, die zijn werkzaamheden immers niet al te ver van de woestijn verrichtte. Je kunt dus zeggen dat Marcus een geëigender versie heeft, want de persoonlijkheidscultus rond de Originele Auteur bestond destijds nog niet, en antieke auteurs voelden zich vrij andermans woorden aan te scherpen.

De feitelijke vraag is of Marcus verantwoordelijk is of zijn bron. En het antwoord is: zijn bron. Net als alle andere auteurs van het Nieuwe Testament citeert Marcus niet de Hebreeuwse tekst, maar de destijds gangbare Griekse Bijbelvertaling, de Septuaginta. De makers daarvan leverden Marcus een tekst die weliswaar niet per se Jesaja was, maar wel heel bruikbaar.

Bij wijze van afronding attendeer ik erop dat ook Hubert Lampo’s beroemdste roman De komst van Joachim Stiller begint met wegwerkzaamheden in de Antwerpse Kloosterstraat.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deel dit:

7 gedachtes over “Roepen in de woestijn”

  1. FrankB

    “de persoonlijkheidscultus rond de Originele Auteur bestond destijds nog niet”
    Oa darom vind ik geschiedkunde zo leuk. Mensen van vroeger tijden zouden beurtelings stomverbaasd zijn en flink moeten lachen als ze kennis hadden genomen van onze moderne obsessies.

  2. Remco

    “In elk geval: net als alle andere auteurs van het Nieuwe Testament citeert Marcus niet de Hebreeuwse tekst, maar de destijds gangbare Griekse Bijbelvertaling, de Septuaginta.”

    Als Marcus de Septuaginta citeert, waar de tekst van Jesaja gelijk is aan de tekst die Marcus heeft (de enige variant is dat Marcus eindigt met αὐτοῦ, waar bij Jesaja τοῦ θεοῦ ἡμῶν staat), kun je dan nog zeggen dat hij “iets dat tussen aanhalingstekens stond, geciteerd [heeft] alsof het vóór de aanhalingstekens stond.” ?

  3. Gert M. Knepper

    De Hebreeuwse tekst is eenduidig en probleemloos: het gaat niet om een ‘stem in de woestijn’, maar om ‘een stem die roept: Bereid voor de Heer een weg in de woestijn, maak in de wildernis een pad voor onze God.’ Dat is niet alleen een typisch Semitisch parallelisme (waardoor deze regels in feite poëzie zijn), het is ook logisch qua context, want die gaat over het cultiveren van woeste grond. De LXX maakt ons moeilijk, want daar staat:
    ‘een stem die roept in de woestijn bereid de weg van de Heer, maak recht de paden voor onze God uit’.
    De vertaler heeft, om welke reden dan ook, het parallelisme verstoord door ‘in de wildernis’ te “vertalen” met ‘recht’. Daardoor is het niet meer zo duidelijk dat ‘in de woestijn’ niet hoort bij ‘een stem’ maar bij ‘bereid een weg’; grammaticaal is beide mogelijk. Op basis van de betekenis zou ik toch ook de LXX-versie liever vertalen met ‘bereid de weg van de Heer in de woestijn’, want wat zou de betekenis moeten zijn van ‘een stem die roept in de woestijn?’ Maar nogmaals, grammaticaal kan dat ook – en het is een mogelijkheid die Mk. heel goed uitkwam. In het algemeen laten NT-auteurs zich bij hun OT-citaten niet zelden weinig gelegen liggen aan de oorspronkelijke betekenis van een OT-tekst. Niet de door de auteur bedoelde, oorspronkelijke, betekenis is doorslaggevend; het gaat erom die tekst van een zodanige betekenis te voorzien dat hij ook in een nieuwe situatie relevant is. Het ontbreken van interpunctie scheelt een stuk bij het verzinnen van een dergelijke “interpretatie”.

  4. Dirk Zwysen

    Het heeft in ieder geval een sprekende uitdrukking opgeleverd. De kans bestaat dat die hedendaagse uitdrukking onze interpretatie van de oude tekst gaat kleuren. Zo past Johannes als roepende in de woestijn in het schema “rechtvaardige wordt niet gehoord”, dat in de evangeliën vaak opduikt. De vraag is dan of die interpretatie gebaseerd is op een vertaalfout of dat Marcus bewust voor een grammaticale dubbelzinnigheid koos.

  5. Rik Gheysens

    Marcus wilde in de eerste verzen van zijn evangelie wijzen op het keerpunt in de geschiedenis waarbij de boodschap van Jesaja werkelijkheid geworden was. Door Jezus Christus vond de hernieuwde nabijheid tot het goddelijke plaats. Zoals na het einde van de ballingschap in Babylonië het volk uitzicht had op herstel in zijn vroegere glorie, luidt de komst van Christus een nieuw begin in voor Israël als volk van Sion. Het is het uitgelezen moment om zich te bekeren nu het oordeel uiterst nabij is. De glorie van de Heer zal terugkeren naar Sion en zichtbaar worden voor alle naties.
    De term euaggelion werd gebruikt om deze belangrijke gebeurtenis van deze vernieuwde nabijheid van het goddelijke aan iedereen aan te kondigen.

    De evangelist verwoordde het als volgt :
    (vers 1.2) :
    ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit’ Er zijn twee LXX-teksten die hiermee nauw overeenstemmen: Exodus 23.20 en Maleachi 3.1.
    Marcus voegde hieraan toe: ὃς κατασκευάσει τὴν ὁδόν σου. (hij zal een weg voor je banen.) Het werkwoord kataskeuadzein komt echter niet voor in de LXX-versie van de vermelde verzen, noch in Exodus noch in Maleachi. Marcus heeft dus doelbewust een geschikte term gekozen om het voorbereidend werk van de Doper te beschrijven. Het betekent ‘klaarmaken, voorbereiden, bouwen…’. Hiermee wil Marcus de uiterst belangrijke rol van Johannes de Doper benadrukken als degene die alles in gereedheid brengt voor hetgeen te gebeuren staat: de komst van de ‘Sterkere’.

    (vers 1.3) :
    Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”, waarbij Marcus Jesaja LXX 40.3 citeert.
    N.B.: Het is bekend dat Qumran-leden steunen op de Hebreeuwse versie. In die tekst is duidelijk een parallellisme (dezelfde gedachte wordt twee keer herhaald) en een chiasme (zie plaats hoofdletters en cursivering) aanwezig:
    Baan voor de HEER een weg door de woestijn,
    effen in de wildernis een pad voor onze GOD. (Jes 40.3 Hebreeuwse versie).

    Dit was ook de oorspronkelijke betekenis van de tekst uit Deutero-Jesaja, met name, het voorbereiden van de weg die Israël moet volgen, komend uit de ballingschap, doorheen de woestijn en terugleidend naar hun thuisland Israël.
    Hoewel de Griekse vertaling eigenlijk niet klopt met de grondtekst – en het parallellisme verstoord is – , komt de nieuwe betekenis bijzonder goed uit om de activiteit van de Doper aan te duiden. Hij is inderdaad een roepende in de woestijn, in tegenstelling tot de Qumran-sekte, die oproept om een weg te banen in de woestijn voor JHWH’s komst.

    Ook hier brengt Marcus wijzigingen aan aan de tekst. Waar het vers Jes 40.3 eindigt met de woorden: τὰς τρίβους τοῦ Θεοῦ ἡμῶν (de paden van onze God) vervangt Marcus dit door τὰς τρίβους αὐτοῦ (zijn paden).
    Het is niet verwonderlijk dat er onder de exegeten wordt gediscussieerd over de vraag of autou verwijst naar God of naar Jezus. Beide zijn mogelijk. Bemerk dat in vers 1 Marcus spreekt over het euaggelion” van Jezus Christus en in vers 14 over het *euaggelion van God.

    Meer informatie is te vinden in Morton Hørning Jensen, The ‘Gospel’ between Emperor and Temple in the Gospel of Mark. A Story of Epoch-Making Proximity to the Divine through Victory and Cult, Mohr Siebeck Tübingen, 2023.

    1. Rik Gheysens

      Hierbij voeg ik nog volgende correctie toe.

      Zowel σου in vers 2 als αὐτοῦ in vers 3 zijn door Marcus toegevoegd om de essentiële rol van Jezus in de blijde boodschap aan te duiden. Beide termen verwijzen volgens de evangelist bijgevolg naar Jezus. (Jensen, p. 446)

Reacties zijn gesloten.