
Op de geschiedenis van Algerije in de Romeinse tijd bestaan ruwweg drie visies. Eén: de Romeinen kwamen de beschaving brengen aan de inheemse bevolking. Twee: de Romeinen waren onderdrukkers en hadden voortdurend te maken met inheemse protesten. Je zou dit de koloniale perspectieven kunnen noemen, want in beide visies is het beeld van de Romeinen beïnvloed door de praktijk van de Fransen, en in beide visies is een dichotomie verondersteld tussen Romeinen en niet-Romeinen.
Het derde perspectief benadrukt de relaties tussen de elites. De Romeinse bestuurlijke elite – een gouverneur, zijn officieren, de stedelijke bestuurders – werkten samen met de Maghrebijnse leiders: Numidische en Mauretanische dorpsoudsten en burgemeesters, de aanvoerders van groepen seizoensmigranten op de Hautes Plaines, de stamhoofden van de nomaden verder naar het zuiden. En dan waren er nog de vazallen: koning Juba II van Mauritanië en de magistraten van de Confederatio Cirtense, die bestond uit de vier steden Cirta, Rusicade, Chullu en Mileu. Ik noemde dit gebied, niet onvergelijkbaar met de Dekapolis, al eens in een eerder blogje.
De eerste twee perspectieven gelden als achterhaald. Een boek als L’Algérie des origines van Gilbert Meynier (2010) besteedt er nauwelijks aandacht meer aan. Het verhaal van de (soms niet) samenwerkende elites is weliswaar complexer dan de koloniale dichotomie, maar juist daardoor doet het recht aan de historische realiteit. Ik was dus verbaasd dat de Britse archeologe Joanne Ball terugkeert naar de visies van weleer in haar boek Tacfarinas. An African Rebel Against Rome (2025). De ondertitel vat het goed samen.
Een grote oorlog?
In de eerste jaren van Tiberius (zeg maar 17-24 na Chr.) was het onrustig in de Maghreb. Op diverse plekken werd gevochten en de Romeinen meenden dat er één leider was, een zekere Tacfarinas, over wie ik eerder schreef. Ik ga dat niet herhalen. Over deze oorlog hebben we één bron: de Annalen van Publius Cornelius Tacitus, die ongeveer een eeuw na de gebeurtenissen schreef. Ball wijst erop dat het mogelijk is dat de Romeinse geschiedschrijver het belang van het conflict heeft overdreven, en attendeert erop dat ook het omgekeerde waar kan zijn, dus dat Tacitus de betekenis heeft onderschat. Ball denkt dat het een serieus conflict is geweest, aangezien Rome III Augusta versterkte met VIIII Hispana en omdat de keizer drie generaals onderscheidingen toekende.
Ze draagt verschillende andere argumenten aan dat het een grote oorlog was. Zo attendeert ze erop dat een gevecht dat volgens de meeste geleerden plaatsvond bij Khemissa, ook veel verder naar het westen kan hebben plaatsgevonden, zodat het front veel wijder was. Ook noemt ze bij herhaling dat een generaal, om een triomftocht te mogen houden, minimaal 5000 doden op z’n geweten moest hebben, wat ze gebruikt om de minimale omvang van de campagne in te schatten. Dit is echter problematisch, omdat de generaals uit de Maghrebijnse oorlogen geen triomftocht kregen maar de eretekenen van een triomftocht, wat iets anders is, terwijl de enige bron die dit criterium noemt,noot al impliceert dat fraude voorkwam. Ik ben vooralsnog niet overtuigd dat dit een grote oorlog was, wat niet wil zeggen dat ik denk dat het onwaar is. Ik denk dat meer argumenten nodig zijn.
Topografie
En dan is het probleem dat één bron geen bron is. We zouden meer bronnen willen hebben en meer archeologische vondsten, maar die ontbreken. Ball moet speculeren. Zo meent ze dat de oorlog – ik noem het toch maar een oorlog, al is banditisme ook mogelijk – enkele jaren eerder begon dan Tacitus suggereert. De bestrijding zou in eerste instantie in handen zijn geweest van Juba II van Mauritanië. Dat kan zijn, en ondersteunt Balls hypothese dat het ging om een grootschalig conflict met een breed front. Dat is echter niet zomaar te bewijzen en bovendien minder waarschijnlijk dan dat de Confederatio Cirtense Romes agent ter plekke was. Die lag namelijk recht tegenover het gebied waar Tacfarinas verbleef: dat van de groep die de Romeinen aanduidden als de “Musulamii”. Weliswaar zijn inscripties met Latijnse namen van lokale groepen zeldzaam, maar ze bestaan, en dankzij bijvoorbeeld de hierboven afgebeelde stèle kunnen we op de landkaart aanwijzen waar althans sommige Musulamii verbleven: bij Sila, niet ver van het antieke Cirta. Ik kan iets over het hoofd hebben gezien, maar volgens mij noemt Ball de Confederatio Cirtense nergens, hoewel het Tacfarinas’ buurman was.
Ik heb überhaupt het idee dat Ball de topografie niet helemaal scherp heeft. Een landkaart ontbreekt. Steeds opnieuw noemt ze de woestijn waarin Tacfarinas zich zou hebben teruggetrokken. Halfwoestijn was er zeker ten zuiden van Lepcis Magna, Oea en Sabratha, waar inderdaad is gevochten. Maar de Musulamii woonden op de Algerijnse Hautes Plaines, een groen en vruchtbaar gebied, dat graan, wijn en olijven produceerde (en produceert). De woestijn begint zuidelijker, voorbij de bergketen die bekendstaat als de Sahara-Atlas. Ik had bij het lezen van Tacfarinas regelmatig het gevoel dat Ball niet in Algerije is geweest.

De terugkeer van de dichotomie
Ball doet haar best om van Tacitus’ verhaal moderne geschiedschrijving te maken, maar ontkomt er niet aan dat het verhaal Romeins blijft. Haar bron presenteert het nu eenmaal als een conflict tussen Rome en een tegenstander, en ze neemt die dichotomie over. Zoals ik al zei keert ze daarmee terug naar de koloniale perspectieven. Ik denk dat het hedendaagse perspectief, waarbij de nadruk ligt op de interactie tussen elites, beter is, want de Romeinse zijde was geen monoliet en de Maghrebijnse zijde was dat evenmin. Er waren altijd lokale leiders die met Rome samenwerkten tegen Tacfarinas. En Tacfarinas was een soldaat van Rome vóórdat hij voor zichzelf begon, wat duidt op spanningen binnen het Romeinse “blok”. Dat de opstand is begonnen als een interne aangelegenheid binnen het Romeinse netwerk, is een scenario dat meer overweging verdient.
Ik zeg met dit alles niet dat Balls boek slecht is. Ze weet van Tacitus’ korte en gekleurde verslag een boeiend verhaal te maken. Ze geeft bij de diverse problemen waar ze op stuit, duidelijk aan welke keuzes mogelijk zijn en waarom zij de hare maakt. Als je wil weten hoe de Romeinse generaals handelden in wat zij (en Tacitus) beschouwden als een oorlog van Rome tegen niet-Romeinen, zit je helemaal niet slecht. En het is heel goed dat de Maghreb wat meer aandacht krijgt, want dat is een vergeten deel van de oude wereld. De terugkeer naar de dichotomie vind ik dan weer wat ouderwets. Ik denk dat Ball beter even had kunnen wachten tot deel 44 van de Encyclopédie Berbère beschikbaar was. Dat verscheen, net als Balls boek, vorig jaar, en bevatte het lemma Tacfarinas. Het is echter in elk geval goed dat de Maghrebijnse bandiet/rebel nu op twee manieren meer onder de aandacht wordt gebracht.
- Joanne Ball, Tacfarinas. An African Rebel Against Rome (2025; €38,99).
Zelfde tijdvak
Jezus in de Tempelseptember 28, 2025
Dikke gladiatoren (3): Discussieapril 10, 2024
Apollonios van Tyana (5)november 1, 2013

“Ik had bij het lezen van Tacfarinas regelmatig het gevoel dat Ball niet in Algerije is geweest.”
Misschien heeft ze Wikipedia gelezen.
https://en.wikipedia.org/wiki/Hautes_Plaines
“The climate is characterized by very dry summers and cold winters. Generally the climate is so dry that these plains are sometimes thought of as part of the Sahara.”