Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Lees verder “Het Hemels Mandaat in Mesopotamië”

Nog één keer: de wijzen uit het oosten

4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

Magiërs

Het door Matteüs voor de wijzen gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

Lees verder “Nog één keer: de wijzen uit het oosten”

De nachtreis van Mohammed

De hemelreis van Mohammed

Hemelvaarten hoorden erbij in de Oudheid. Henoch, Mozes, Elia, Jesaja, Jezus, Paulus en nog anderen, ook in Perzië, zijn ten hemel gevaren. Mohammed kon natuurlijk niet achterblijven. De kern van het verhaal over zijn hemelvaart wordt door hemzelf verteld, dus betrouwbaarder kan niet. De gelovigen verwerven daardoor aanvullende kennis van het paradijs en de hel; de Koran gaf daarover slechts beperkt informatie. Mohammeds hemelvaart staat in een lange traditie, maar zou later het uitgangspunt voor een nieuwe reeks hemel- en hellevaarten worden, de mi‘rādj-litteratuur (Ma‘arrī, Libro della Scala, Dante e.a.).

Hieronder volgt het verhaal van Ibn Ishāq (704–767) in vertaling:

Lees verder “De nachtreis van Mohammed”

De tempel in Jeruzalem

Maquette van de tempel in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik heb het in mijn reeks over het Nieuwe Testament regelmatig over de joodse tempel in Jeruzalem. De vaste lezers hebben het plaatje hierboven al eerder gezien: de maquette die staat bij het Israel Museum. Middenin ziet u de eigenlijke tempel, links is de basiliek waar het Sanhedrin vergaderde en rechts is de Burcht Antonia, waar het Romeinse garnizoen was gestationeerd. Een wat systematische behandeling van de functie van de tempel, die heb ik echter nooit gegeven. Hier wat kanttekeningen.

Offerplaats

Om te beginnen: elke tempel was in de Oudheid de plek waar mensen kwamen om te offeren. De tempel in Jeruzalem was in zoverre bijzonder dat de priesters erin waren geslaagd de offerdienst te monopoliseren: oude offerhoogtes waren opgegeven en andere tempels voor Jahweh waren – althans voor de samenstellers van de Bijbel – niet de ware cultusplaatsen. Ze waren er overigens wel degelijk: er werd aan Jahweh geofferd op altaren op de berg Gerizim, in Elefantine, in Babylonië, in Leontopolis, mogelijk ook in Beiroet en Rome. Maar een voor een werden die tempels gesloten. Jeruzalem zelf werd in 70 na Chr. verwoest.

Lees verder “De tempel in Jeruzalem”

De wederopstanding

Lazarus (Catacombe van Callixtus, Rome)

De geschiedenis van Lazarus veronderstel ik bekend: Jezus wekte de broer van Maria en Marta op uit de dood. Afgaande op de vele vroegchristelijke afbeeldingen en op het feit dat men op Cyprus al vroeg het (tweede) graf van Lazarus vereerde, was het een populair verhaal. Logisch ook: Lazarus kon gelden als bewijs voor het christelijke geloof dat de dood niet het einde was.

Het Lazarusverhaal illustreert ook hoe in de oude wereld de hiernamaalsverwachting in ontwikkeling was. Zoals gastauteur Alexander Smarius op deze blog al eens vertelde, geloofden de meeste mensen dat je na je overlijden

  • óf er helemaal niet meer was
  • óf op een of andere manier voortleefde, bijvoorbeeld als schim in de onderwereld of in een of andere vorm.

In beide scenario’s vormde de dood het definitieve einde van dit leven. Het verhaal van Lazarus toont nu dat de toenmalige mensen een derde mogelijkheid waren gaan overwegen: de dood als intermezzo. Anders gezegd: je leeft, sterft en komt opnieuw tot leven.

Lees verder “De wederopstanding”

Een eunuch in Jeruzalem

Romeinse reiskoets (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Als ik vertel dat (a) iemand in een rolstoel naar het station is gegaan om de trein te halen (b) weer terug naar huis is, dan begrijpt u wat er aan de hand is. De roltrap en de lift naar het perron waren weer eens gelijktijdig defect. U bezit culturele voorkennis die het mogelijk maakt het verband tussen (a) en (b) te leggen. Iets dergelijks maken we mee in het verhaal van de Ethiopische eunuch in de Handelingen van de apostelen. (“Ethiopië” verwijst mogelijk naar het koninkrijk Meroë in Soedan, maar kan ook zoiets betekenen als Afgelegië of Verwegistan.)

  • (a) De eunuch was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden en
  • (b) zat nu op de terugweg in zijn reiswagen. (8.27b-28a; NBV21)

Het onuitgesproken verband tussen (a) en (b) is dat een onbesneden eunuch geen toegang tot de tempelrituelen krijgen kón. Althans, zo kun je de voorschriften lezen in Leviticus. Ook Deuteronomium laat aan duidelijkheid weinig te wensen over:

Lees verder “Een eunuch in Jeruzalem”

De lijdende dienstknecht

Petrus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Zoals er discussie is over het auteurschap van de Brief van Jakobus, zo is er onenigheid over de Eerste brief van Petrus. De argumenten zijn grotendeels dezelfde. Vroege christelijke schrijvers meenden dat Simon Petrus de tekst had geschreven; moderne geleerden vinden het Grieks te goed voor een visser, waarbij de onuitgesproken hypothese is dat Galilese vissers alleen maar Aramees zouden spreken en geen talen zouden kunnen leren; andere moderne geleerden introduceren de hypothese dat de Silvanus die in 5.12 staat vermeld, de vertaler is geweest. Ik zal de kwestie laten rusten.

Plaatsvervangend lijden

Er is zoveel interessanters te vertellen, al zal het citaat u misschien treffen als wat zalverig. De auteur, die we maar Petrus zullen noemen, troost vervolgde christenen en schrijft:

Ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. Hij heeft onze zonden gedragen met zijn lichaam aan het kruishout, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. Eens dwaalde u als schapen, nu bent u naar uw herder teruggekeerd, naar Hem die uw ziel behoedt. (1 Petrus 2.22-25; NBV21)

Lees verder “De lijdende dienstknecht”

Joodse literatuur (5): wat te lezen?

Byzantijns kistje met bijbelse scènes

Ik heb u in vier blogjes, te beginnen hier, een chronologisch overzicht van de joodse literatuur geboden. Ik vermoed dat de meeste lezers van deze blog daaraan genoeg hebben, maar wie weet is er iemand die nu besluit zich er eens in te verdiepen.

Dat kan. Sterker, deze reeks was bedoeld als handreiking aan mensen die meenden dat ze toch die Bijbel eens moesten lezen. Ik weet dat er veel mensen zijn die vinden dat ze toch eigenlijk eens zouden moeten doen. Het is immers belangrijk erfgoed. En die mensen beginnen dan voorin de Bijbel, bij Genesis, en haken allemaal af halverwege Exodus, want die wet- en regelgeving is nu eenmaal onverdraaglijk saai. Dat is jammer, voor de lezer én voor de joodse literatuur, die allebei beter verdienen. Een betere aanpak is

Lees verder “Joodse literatuur (5): wat te lezen?”

Joodse literatuur (2): Na de ballingschap

Dit kleitablet in het Pergamonmuseum (Berlijn) documenteert hoe de Judese koning Jojachin in Babylonië in ballingschap was.

Dit is het tweede deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. In de nu beschreven periode, die begint in 587 v.Chr., vinden we de joodse schrijvers in Babylonië, waar een belangrijke redactie van de Wet van Mozes heeft plaatsgevonden. Die heb ik, wegens de enorme complexiteit, buiten deze tabel gehouden. In 539 onderwierp koning Cyrus van Perzië de Babyloniërs en keerden de joden terug uit hun Babylonische Ballingschap.

Deze terugkeer wordt meestal geplaatst in de jaren na 539, maar er is wel enige twijfel. Het nederzettingenpatroon in het land van Israël veranderde pas in het tweede kwart van de vijfde eeuw v.Chr. en de geslachtslijsten in Kronieken suggereren ook een latere terugkeer. (Als de joden meteen zijn teruggekeerd, zijn de generaties tussen 587 en 539 namelijk wel erg kort en die na 539 wel erg lang.) Deze kwestie is belangrijk, omdat een langer verblijf in het oosten meer gelegenheid laat voor de beïnvloeding die er evident is. Teksten als Kronieken documenteren een van oorsprong Perzisch dualisme. Satan maakt zijn opwachting.

Lees verder “Joodse literatuur (2): Na de ballingschap”

Joodse literatuur (1): het begin

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Salmanasser van Assyrië (British Museum, Londen)

Een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, ik heb het daar wel vaker over gehad, en u vindt hier al een beredeneerd verhaal. Het kan echter ook in meer detail en met verwijzingen naar andere teksten. Hieronder is zo’n overzicht, en later vandaag heb ik een heus leesrooster. Maar eerst enkele aantekeningen.

Eén, ik heb de Wet van Mozes (de Tora, de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Bijbel…) buiten beschouwing gelaten. Daarover bestaat eindeloos veel discussie. Er zijn geleerden die de eindredactie pas in de derde eeuw v.Chr. plaatsen. De kern van Deuteronomium (de hoofdstukken 12-22 en 26) is echter rond 620 v.Chr. geschreven.

Twee, sowieso zijn alle pogingen omstreden om de joodse literatuur te dateren.

Lees verder “Joodse literatuur (1): het begin”