Het oosterse wereldrijk

Akkadisch overwinningsreliëf (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag de vraag: kan het niet simpeler met al die rijken uit de Brons- en IJzertijd? De Egyptische geschiedenis is vrij overzichtelijk verdeeld in drie “rijken”, wat tussentijden en nog een Late Periode, maar het Nabije Oosten is een vrij complexe afwisseling van Sumeriërs, Akkadiërs, Babyloniërs (oud-, midden-, nieuw-), Assyriërs (oud-, midden-, nieuw-), Elamieten, Meden, Achaimenidische Perzen, Seleukiden, Parthen en Sasanidische Perzen. En daarna dus de Kalifaten van Damascus en Bagdad. Nogal complex.

Het oosters wereldrijk

Bij inleidend onderwijs zeg ik altijd “het oosters wereldrijk” en dat lijkt me een toegestane vereenvoudiging, vergelijkbaar met de “vier vegen” om de geschiedenis van alle volken van Centraal-Azië samen te vatten. Het idee dat er één koning voor de hele wereld moest zijn, heeft eerbiedwaardig oude wortels; de stedelijke infrastructuur bleef eeuwenlang bestaan; literatuur en talen waren al even duurzaam. Het is niet verkeerd al die “rijken” op te vatten als dynastieën in hetzelfde grote koninkrijk. (Eigenlijk zijn het etnoklassen die toevallig niet aan de onderkant maar aan de bovenkant van de samenleving zitten; ik laat dit even wat het is.) Tot de enorme etnische veranderingen ten tijde van de Mongolenstorm was er nogal wat continuïteit.

Lees verder “Het oosterse wereldrijk”

Terug naar Iran

De werkkamer van de Shah

Ik heb een leuke muzikale associatie bij vliegvelden, maar ik heb een hekel aan internationaal vliegen. Vooral het gedoe bij de douane stoort me. Vervolgens zit je dicht opeengepakt in een vliegtuig, waar je dan zit te luisteren naar de tekortschietende veiligheidsinstructies en ongevraagd een smakeloze maaltijd krijgt voorgeschoteld.

Maar vanavond land ik wel mooi in Teheran. Het is een grote stad die, eerlijk is eerlijk, niet heel mooi is. Ik zal naar het archeologisch museum gaan, dat weer wél heel mooi is. Ik zal een vriend ontmoeten die ik al te lang niet heb gezien, en traditiegetrouw bezoeken we een van de paleizen in de stad, waar ik traditiegetrouw niet echt van kan genieten omdat ik traditiegetrouw worstel met mijn jetlag.

Lees verder “Terug naar Iran”

De weg naar Uch (1)

De toegang tot de Perzische Poort

Daar staan we. Aan het begin van een bergpas, ver van de bewoonde wereld, in het lentezonnetje.  Om ons heen de kale toppen van het Zagrosgebergte, aan onze voeten een miezerig beekje, boven ons een strakblauwe lucht en vóór ons het pad waarover eeuwen geleden de manschappen van Alexander hebben gelopen. Alleen marcheerden zij hier bij maanlicht door de sneeuw en hadden zij niet het comfort van een taxi die ze een eind bergop bracht. Onze chauffeur, een vriendelijke Iraniër die ons al de hele dag vervoert naar plaatsen waar al een kwart eeuw geen westerling is geweest, is beneden achtergebleven om een passerende herder uit te leggen wat die Hollanders hier in vredesnaam komen zoeken.

Dat is een lang verhaal. In het najaar van 331 v.Chr. had Alexander het huidige Irak veroverd en vervolgens zijn troepen bevel gegeven op te rukken naar het oosten, naar Persepolis, de hoofdstad van het toenmalige Perzische rijk. De tocht verliep zonder al te grote moeilijkheden, maar in de bergpas die bekendstond als Perzische Poort werden de Macedoniërs opgewacht door een Perzisch leger. Omdat Alexander de Perzen in deze omgeving al tweemaal had verslagen, hield hij geen rekening meer met weerstand en zijn tegenstanders wisten hem zozeer in de problemen te brengen dat hij rechtsomkeert moest maken. Die avond legde een herder Alexander uit hoe hij om de vijandelijke stellingen heen kon trekken en namen de Macedoniërs het aangewezen bergpad. Bij zonsopgang vielen ze de Perzen in de rug aan. De verrassing was compleet, de zege totaal, en eind januari kon een begin worden gemaakt met de plundering van Persepolis.

Lees verder “De weg naar Uch (1)”