Alexander de Grote en de Ouxiërs

Shushtar

Zoals ik in een eerder blogje in deze reeks al aangaf, was Alexander de Grote op weg gegaan naar Persis, het kernland van het Perzische Rijk, het huidige Fars. Niet al zijn manschappen namen deel aan deze operatie. Persis mocht dan het politieke centrum zijn van een wereldrijk, het was agrarisch arm en kon onmogelijk de 60.000 soldaten, de 30.000 non-combattanten, de 8500 paarden en de 1800 lastdieren voeden waaruit het Macedonische leger op dit moment lijkt hebben bestaan. Een groot aantal soldaten overwinterde in het vruchtbare Elam, deels als garnizoen voor de stad Sousa.

De weg naar het Zagrosgebergte, dat Persis als een muur begrenst, maakte deel uit van het stelsel van koninklijke wegen en de Macedoniërs konden zonder problemen oprukken. Kleitabletten uit Persepolis vermelden dat de heerbaan tussen deze paleisstad en Sousa was voorzien van twee dozijn pleisterplaatsen. De eerste etappes van Alexanders route zijn daardoor goed te reconstrueren. Na twee dagen overbrugden de Macedoniërs  de rivier de Dez in de schaduw van de vervallen, duizend jaar oude tempeltoren van Choga Zanbil, en na een tussenstop in een dorp dat in de kleitabletten wordt aangeduid als Ithema, bereikte het leger Šurkutir, het huidige Shushtar. Daar stak het leger de Karun over, die, zoals Curtius Rufus schrijft, “diep temidden van rotsachtige, met wouden begroeide oevers stroomt”.

Lees verder “Alexander de Grote en de Ouxiërs” →

Sisygambis, Barsine, Antigone

Portret van een koningin of prinses uit Persepolis. Omdat dit de enige Achaimenidische afbeelding is van een vrouw, is ook wel aangenomen dat het een baardloze prins voorstelt (Nationaal Museum, Teheran).

[Laatste deel van een achttiendelige reeks over de slag bij Issos (6 november 333 v.Chr.), waarin de Macedonische koning Alexander de Grote zijn Perzische collega Darius III versloeg. Dat was het begin van het einde van het Achaimenidische Rijk. Het eerste deel was hier.]

Koningin Stateira was niet de enige vrouw die na de slag bij Issos in Alexanders handen viel. In haar gezelschap bevond zich Darius’ moeder Sisygambis, met wie Alexander het opvallend goed kon vinden. Culturele misverstanden waren echter onvermijdelijk, zoals Curtius Rufus aangeeft:

Het gebeurde eens dat Alexander uit Macedonië als geschenk Macedonische gewaden en veel purper kreeg toegezonden, met de vrouwen die het vervaardigd hadden. Hij beval die aan Sisygambis te geven – want hij vereerde haar met het plichtsgevoel van een zoon – en liet haar zeggen dat als de kleding naar haar zin was, ze haar kleindochters moest leren ze te maken, en dat hij vrouwen meegaf die het hun konden leren. Bij het horen van deze boodschap sprongen Sisygambis de tranen in de ogen, want ze was woedend om dit geschenk. (Geschiedenis van Alexander 5.2.18-19; vert. Daan Stoffelsen)

Lees verder “Sisygambis, Barsine, Antigone” →