Op de fiets naar Thessaloniki (8)

Monte Testaccio

Wat doet iemand die, zoals beschreven in de eerdere delen van dit zomerfeuilleton, 2100 kilometer heeft gefietst om in Rome aan te komen? Hij gaat nog een eind fietsen natuurlijk, want hij is weliswaar binnen de Grande Raccordo Anulare maar nog niet in Romes historische centrum. En dus peddelde ik langs de laatste kilometers van de Via Flaminia. Bij de Milvische Brug stak ik de Tiber voor de laatste keer over en over de verder kaarsrechte weg reed ik naar de Porta del Popolo, waar onderdoor ik de oude stad binnenkwam. Over de Via del Corso – nog steeds kaarsrecht, nog steeds eeuwenoud, nog steeds in gebruik – reed ik richting Capitool.

De fiets heb ik neergezet voor het Conservatorenpaleis en dat was dat. Het eerste deel van mijn reis zat erop.

Ik tikte bij het Theater van Marcellus een espressootje weg en ben naar de Monte Testaccio gereden, de enorme berg kapotgeslagen Spaanse olijfolieamforen achter de antieke rivierhaven. (Zie de foto uit de kartonnen camera hierboven.) Daarna ben ik verder gefietst naar Ostia. Of ik de opgravingen heb bezocht, kan ik me niet herinneren, maar ik ben wel wezen zwemmen. Ik wist in 1992 nog niet dat Ostia twaalf jaar later even mijn tweede huis zou zijn en dat ik er Stad in marmer zou schrijven.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (8)”

Op de fiets naar Thessaloniki (7)

De opgraving van het boerderij-gedeelte van Plinius’ landgoed.

Ik was – voor degenen die vandaag instappen in het zomerfeuilleton (eerste aflevering hier) – op weg naar Rome. Weliswaar was me verzekerd dat na de Alpen de Apennijnen reuze zouden meevallen, maar het was nog een flink eind naar de bovenloop van de Tiber en vooral: ik moest klimmen naar een pas op zo’n 800 meter hoogte. Minder dan de 1300 meter naar de Col du Lautaret maar meer dan de 700 naar de Col du Montgenèvre. En ik was geen held in klimmen.

Maar het lukte allemaal goed en in Sarsina wachtte me een verrassing, namelijk het standbeeld van Plautus, de Romeinse komediedichter, die daar blijkbaar was geboren. Ik herinner me een wat statig beeld van een man in een toga die vanaf een hoge sokkel over de grote weg uitkeek, maar ik heb het met Google Earth niet kunnen terugvinden. Wel staan er in Sarsina beelden van toneelspelers in Romeinse uitrusting. Met dat laatste toon je beter wat de man heeft betekend, maar vermoedelijk zou hij zelf het eerste soort beeld leuker hebben gevonden.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (7)”

Beeldenstrijd in Dordrecht

Willem van Oranje (Schuberstraat 1, Amsterdam)

Er gaan dagen, ja weken voorbij zonder dat ik denk aan Willem van Oranje. Er gaan weken, ja maanden voorbij zonder dat ik op bezoek ga in Dordrecht. Maar gisteren ging ik er bij iemand op de koffie en in de tuin kwam ter sprake dat de stad een monument zou oprichten voor Willem van Oranje. “Dat is gek,” zei ik, “Ik wist niet dat die iets met Dordrecht had te maken.”

Daarop liep mijn gastheer leeg. Dat zijn stad nou net géén Oranje-stad was. Dat Dordt niets méér met Willem de Zwijger had te maken dan met de meeste treinreizigers, voor wie de stad immers ook weinig meer is dan een tussenstop op weg van Rotterdam naar Brabant. Dat Willem van Oranje weleens op doorreis in Dordt was geweest maar er verder weinig te doen had gehad. Ik probeerde nog een grapje maar het zat mijn gastheer merkbaar dwars dat zijn stad zou worden ontsierd met een monumentale tang op een varken.

Lees verder “Beeldenstrijd in Dordrecht”

Op de fiets naar Thessaloniki (6)

Bisschop Maximianus van Ravenna vindt dat u zijn naam niet mag vergeten. De anonymus middenin is keizer Justinianus (San Vitale, Ravenna)

Ik had u, beste lezer van dit zomerfeuilleton, gisteren achtergelaten bij het graf van Augustinus in het mooie Noord-Italiaanse stadje Pavia. Ik pikte daar die ochtend mijn eerste Italiaanse espressootje en fietste verder naar Cremona, dat al net zo’n fijne stad bleek te zijn als Pavia. Toch was ik in mei-juni 1992 niet op reis van stad naar stad, zelfs al zal ik er nog tientallen noemen. Ik wilde gewoon het landschap ervaren. De zon voelen, de wind in de rug hebben, ergens rechts van me de Po zien glinsteren, de populieren langs de weg zien. De middeleeuwse dom hier, het museum daar en het kasteel verderop waren zeker geen obstakels maar waren niet waarvoor ik op reis was.

Ten oosten van Cremona was een slagveld uit het Vierkeizerjaar 69: het is waar de Rijnlegioenen van de Romeinse keizer Vitellius de troepen van keizer Otho versloegen. Het verslag in TacitusHistoriën is adembenemend en was de reden waarom ik de omweg over Cremona had gemaakt. Niet dat er iets was te zien, maar ik wilde er zijn geweest. Ik denk dat de Bataven in Vitellius’ leger zich op die dag in april 69 wel op hun gemak zullen hebben gevoeld want het vlakke rivierenland doet wat denken aan de Betuwe.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (6)”

Op de fiets naar Thessaloniki (5)

De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan).

Ik had u, beste lezer van het zomerfeuilleton waarvan de eerste aflevering hier was, achtergelaten op maandag 11 mei 1992 aan de Frans-Italiaanse grens. Het was de twaalfde dag van mijn reis en ik was in acht-en-een-halve dag door heel Frankrijk getrokken. Ik wil niet zeggen dat ik haast had, maar de Maastrichtse vriend bij wie ik had gelogeerd vóór ik aan deze reis begon, zou over een week aankomen in Rome en we hadden daar schertsend afgesproken. Ik had een ruime week om de stad te bereiken die Hannibal alleen maar vanaf een afstandje had zien liggen.

Aan de afdaling naar de Povlakte zou het niet liggen. Ik suisde naar beneden en was al snel op de schaduwrijke helling naar het noorden waar Hannibals mannen sneeuw hadden gevonden die nog uit het voorafgaande jaar was. Niet veel verderop moest ik in de remmen omdat daar ineens recht voor me de abdij lag die u kent uit De naam van de roos.

Nu zegt u: “dat was fictie, Jona”, en dan heeft u gelijk. Maar!

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (5)”

Op de fiets naar Thessaloniki (4)

Mijn fiets, met volle tassen.

Ik heb u al eens verteld over Peter Connolly, de Britse tekenaar die zoveel heeft gedaan voor de bestudering van de antieke krijgskunst. Je kunt de redacteuren die beeldmateriaal gebruiken om de oude wereld te tonen, rustig indelen in twee groepen: degenen die menen dat een rechtenvrij Renaissance-schilderij of een negentiende-eeuwse gravure goed genoeg zijn en degenen die de kwaliteit willen halen die Connolly haalde. Hij kon echter ook goed schrijven en het was zijn verhaal over Hannibal dat me ertoe bracht de Alpen over te gaan. [[Vul hier zelf uw grap over olifanten en fietsen in.]]

Over de vraag welke pas Hannibal heeft genomen, was vorig jaar nog het een en ander te doen, maar voor zover ik kan zien heeft Connolly het probleem al in de jaren ’70 nuchter tot normale proporties teruggebracht en opgelost. U leest hier mijn samenvatting. Het ging om de Col du Montgenèvre tussen Briançon en Turijn. En daarover wilde ook ik Italië binnenrijden.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (4)”

Op de fiets naar Thessaloniki (3)

Reconstructie van Caesars belegeringswerken bij Alesia (Archéodrome, Beaune)

Was er in Sombernon, waar ik had overnacht, een echte camping of heb ik in het wild gekampeerd? Ik weet het niet meer. Ik heb geen aantekeningen gemaakt; ik schrijf dit allemaal uit mijn hoofd. Ik ontdekte pas toen ik dit begon te schrijven dat dit verhaal zich afspeelt in 1992 en niet, zoals ik altijd had gedacht, in 1991. Er zal nog een moment komen waarop u zult merken dat ik de chronologie niet precies meer weet. Maar voor het moment: ik werd in elk geval op dinsdagmorgen 5 mei wakker met uitzicht op het Kanaal van Bourgondië, waar een prachtige ochtendmist overheen hing. Het was sereen stil en ik voelde me bijna schuldig dat ik de idylle doorbrak door Sombernon binnen te rijden.

Maar er moest toch ontbijt worden gekocht. Ik trof het: er was markt. Eén herinnering is dat ik, met een bepakte fiets tussen de kramen door gaand, tegen een dame aanstootte. Ik verontschuldigde me, maar ze antwoordde alleen maar “vous êtes tout excusé”, een uitdrukking die ik nog nooit eerder had gehoord maar die me meteen trof als beleefd en elegant.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (3)”