De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Lees verder “De hoofddoek (2) het westen”

Katholiek

Ik kom uit een gezin dat we, met het jargon van nu, onveilig zouden noemen. Dat ik overeind ben gebleven, is mede te danken aan de kerk. Het jongerenkoor, het bezinningscentrum van de paters salesianen en Taizé waren veilige plaatsen. Ze hebben me zeker gevormd. Mijn omgang met geld is daarvan een voorbeeld: ik heb vroeg geleerd dat de Mammon de grootste bedreiging is van de cultuur, de wetenschap en de samenleving. (Of dit inzicht praktisch is, is een andere kwestie.)

Ander voorbeeld. Jarenlang had ik een vereenzaamde buurvrouw. Eens in de week haalde ik haar boodschappen en eens in de maand kwam de kapelaan op visite. Die man deed zinvol werk. Ik heb de sociale taak van de katholieke kerk daarom altijd gewaardeerd. Juist in een tijd waarin cultuur, wetenschap en samenleving zich aan de Mammon hebben verkocht, is het kerkelijk vangnet belangrijk.

Lees verder “Katholiek”

Het Jaar 1000 (2): Crisis?

Rond het jaar 1000 gemaakt reliëfje van Otto II, Christus en Theophanu (Musée de Cluny, Parijs)

Kort voor het jaar 1000, waarover ik gisteren een korte reeks begon, ontving Gerbert van Aurillac (de latere paus Sylvester II) een kort geschrift van de Brabantse edelman Adelbold. Die vertelde dat volgens hem het volume van een bol altijd verachtvoudigde als men de straal verdubbelde. Brugklasstof tegenwoordig, maar let wel: Adelbold was een geleerd man – hij noemt zichzelf scholasticus – en zou het mede daardoor nog brengen tot bisschop van Utrecht. Het is niet helemaal eerlijk dat de eerste bij naam bekende wiskundige uit de Lage Landen tegenwoordig wel eens wordt genoemd om te illustreren hoe laag het peil van het middeleeuws onderwijs was. Adelbold zocht tenminste naar antwoorden. Maar het is waar: de onderwijshervormingen van Karel de Grote hadden bitter weinig uitgehaald.

Autoriteitsgeloof

Ondertussen realiseerden de West-Europese politici zich, zoals we al zagen, dat het Romeinse Rijk werkelijk voorbij was. Geestelijken constateerden dat de ideeën van de kerkvaders inmiddels zo ver van hen afstonden, dat ze eigenlijk onbegrijpelijk waren. Bovendien was evident dat de mensheid er ook fysiek slechter aan toe was dan in het verleden: de Bijbel bewees zonneklaar dat mensen ooit zo oud werden als Metusalem, maar in de elfde eeuw lag de gemiddelde levensduur aanzienlijk lager. En aangezien wijsheid met de jaren pleegt te komen, vonden de elfde-eeuwers zichzelf intellectueel de minderen van de oude Joden, Grieken, Romeinen en kerkvaders.

Lees verder “Het Jaar 1000 (2): Crisis?”