
In 492 v.Chr. besloot koning Darius de Grote dat het tijd werd het Perzische Rijk te beschermen tegen aanvallen van de Yauna. Sommige groepen van deze piraten waren al onderworpen maar anderen hadden de voorafgaande jaren lelijk zitten stoken en hoewel ze geen bedreiging vormden voor de Perzische orde, was het verstandig een cordon sanitaire te scheppen tussen de al onderworpen “Yauna aan deze kant van de zee” en de onafhankelijke “Yauna aan de andere kant van de zee”. De eerste operatie was echter gericht tegen de “Zonnehoed-Yauna”, die zich in 492 onderwierpen aan generaal Mardonius. Wij noemen dit volk de Macedoniërs. De Yauna noemen wij Grieken: de Ioniërs in het Perzische Rijk en de onafhankelijke stadstaten daarbuiten.
Twee jaar later lanceerden de Perzische generaals Datis en Artafernes een scheepsexpeditie naar de Egeïsche eilanden. Als deze waren onderworpen en er een cordon sanitaire was geschapen, en als het vaarseizoen nog tijd overliet, zouden ze proberen het piratennest in Eretria in te nemen en in Athene een pro-Perzische alleenheerser aan de macht te brengen, Hippias.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.