Hunebed van de dag: D42 (Westenesch-Noord)

Hunebed D42 op de Westenesch

’s Neêrlands op acht na zuidelijkste hunebed ligt even ten westen van Emmen en heet D42. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat

dit het enige Nederlandse hunebed is waarvan de toegang werd gevormd door een gang met aan beide zijden liefst drie paar poortzijstenen. Maar daarvan valt helaas niet veel meer te zien; het hunebed is groot maar onvolledig.

Sterker, van die tweemaal drie poortstenen resteren alleen de kuilen. Maar groot is het zeker! Het is op een span na zeventien meter lang en is 4½ meter breed. De hunebedbouwers leverden geen half werk hier. Het ligt bovendien prachtig in de bosrand, aan het einde van de westelijke es van Emmen. Het gebied heet ook wel Stiencamp. In feite een van de mooiste plekken om verliefd te worden op het Drentse landschap.

Lees verder “Hunebed van de dag: D42 (Westenesch-Noord)”

Hunebed van de dag: D50 (Noord-Sleen)

Hunebed D50 bij Noord-Sleen

We beginnen het nieuwe jaar met goede wensen én een joekel van een hunebed, namelijk D50. Met een lengte van zeventien en een breedte van 4½ meter is ’s lands op negen na zuidelijkste trechterbekergrafmonument echt een kanjer. Archeologen duiden hunebedden met deze lengte wel aan als ganggraf.

D50

Hunebed D50 ligt even ten noordwesten van Noord-Sleen, een dorpje tussen de twee wegen die van Emmen naar het westen leiden. (Voor fietsers: de grote weg is niet ideaal. Neem de zuidelijke route over de Westenesscherstraat en Slenerweg, en sla na Noord-Sleen rechtsaf de Hunebedweg op.) Het is niet alleen een groot monument, het is ook nog voorzien van de kransstenen, dat wil zeggen de kring van stenen aan de voet van de dekheuvel. Albert van Giffen heeft die in 1965 weer hersteld en heeft met plombes de plaats van de verdwenen poortstenen aangegeven. Onderzoek heeft hij hier nooit gedaan en ook daarna is de kelder niet opgegraven.

Lees verder “Hunebed van de dag: D50 (Noord-Sleen)”

Hunebed van de dag: D41 (Emmen)

Hunebed D41 bij Emmen op een lentedag

Het op tien na zuidelijkste hunebed in Nederland ligt aan de noordwestelijke rand van Emmen. Eigenlijk ligt het prachtig: iedereen die de stad binnenrijdt, ziet het liggen en ook de bewoners van enkele flatgebouwen zien erover uit. Dit is echte een monument dat deel uitmaakt van de leefomgeving en ik vermoed dat dit, gelegen langs een drukke weg, het meest bekeken hunebed ter wereld moet zijn.

Groot is hunebed D41 ondertussen niet. Het is nog geen zes meter lang en maar 2¾ meter breed. De hunebedbouwers hebben weleens harder aan een graf gewerkt. Het is echter wel een van de best-bewaarde hunebedden van het land. Hunebed D41 is namelijk het laatste dat is ontdekt: tot 1809 lagen de grote stenen goed beschermd in de grafheuvel, waardoor weer en wind er eeuwenlang weinig vat op hebben gehad.

Lees verder “Hunebed van de dag: D41 (Emmen)”

Hunebedden van de dag: D38, D39 en D40 (Emmerveld)

Hunebed D40 op het Emmerveld

Met de drie hunebedden op het Emmerveld naderen we Emmen, wat de hunebeddenhoofdstad van Nederland mag heten. Het stikt daar namelijk van de trechterbekergraven. Het drietal ligt een halve kilometer ten noorden van de stadsrand, op een stuk heide in het bos, en vormt een enorme driehoek, puntend naar het zuidoosten. Groot zijn ze overigens niet. Het noordwestelijke hunebed D38 is met een lengte van acht en een breedte van drie het grootst; het vijfentwintig meter zuidelijker gelegen D39 meet 4½ bij 2½; het oostelijke hunebed D40 is met een lengte van bijna vijf meter en een breedte van nét 3½ meter ook al niet bepaald groot, al is het wel het opvallendst.

Het nooit wetenschappelijk onderzochte hunebed D38 is nog in bezit van iets dat lijkt op een dekheuvel, al is het nauwelijks te zien. Het tweede hunebed, D39 dus, had die ook, maar er is weinig meer van over. Je ziet het omdat de draagstenen grotendeels begraven zijn. Dat bleek voldoende om vast te stellen dat deze dekheuvel in twee fasen is opgeworpen: de eerste tijdens de trechterbekertijd, de tweede een half millennium later.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D38, D39 en D40 (Emmerveld)”

Hunebed van de dag: D49 (Schoonoord)

Hunebed D49 bij Schoonoord, de Papeloze Kerk
Hunebed D49 bij Schoonoord, de Papeloze Kerk

Over het op veertien na zuidelijkste hunebed in Nederland, D49 bij Schoonoord, heb ik al eens eerder geblogd. Ik was destijds, 30 april 2019, van Assen op weg naar Coevorden, de stad van de vroege hunebeddenvorser Johan Picard. Zo passeerde ik het Schoonoordse hunebed, dat ook bekendstaat als de Papeloze Kerk. Over die naam schreef ik:

Een papeloze kerk is een kerk zonder priesters, wat in de negentiende eeuw werd uitgelegd alsof dit de plaats is geweest van protestantse hagepreken in de jaren van de Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden. Enigszins problematisch is die verklaring wel, want deze plek is wel érg ver buiten de bewoonde wereld. Even goed kan de naam zijn ontstaan omdat mensen hebben gedacht dat dit een heidens heiligdom was.

Lees verder “Hunebed van de dag: D49 (Schoonoord)”

Hunebed van de dag: D35 (Valthe)

Hunebed D35 bij Valthe

Het op vijftien na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D35 is zo’n acht-en-halve meter lang en 3¼ meter breed. Nu zeggen we: “Het is bij Valthe”. De hunebedbouwers zelf zullen wel hebben gezegd dat het was aan een weg die liep van het noorden naar het zuiden en die wij kunnen volgen vanaf hunebed D31 langs hunebed D34 (en het gesloopte D33) tot het hunebed van vandaag, D35 dus.

Niet het alleropvallendste grafmonument uit de Trechterbekertijd: het hunebed is wat ietwat klein uitgevallen en ligt gedeeltelijk ingegraven. “Aan dit hunebed is niet heel veel te zien,” merkt Hunebeddeninfo.nl droogjes op. Toch is het een omweg waard, want het meertje dat je vaak vindt bij zo’n megalithisch graf vindt, is hier werkelijk vlakbij en ook nog goed te herkennen als een open plek in het bos. Het is een pingoruïne, net als bij D2 bij Westervelde.

Lees verder “Hunebed van de dag: D35 (Valthe)”

Hunebedden van de dag: D36 en D37 (Valthe)

Hunebed D36 bij Valthe

Een paar bomen ten zuiden van het Drentse dorp Valthe op wat bekendstaat als de Oosteres, met daar onder twee hunebedden in elkaars verlengde: hunebed D36 en hunebed D37 staan samen ook bekend als de Valther Tweeling. Dat klinkt poëtisch maar de waarheid is dat het niet echt een indrukwekkend stel is. Ze zijn, zoals Herman Clerinx het in Een paleis voor de doden verwoordt, eigenlijk tamelijk vervallen. In de Gids voor de hunebedden heeft Wijnand van der Sanden er ook niet heel veel over te vertellen.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D36 en D37 (Valthe)”

Hunebed van de dag: D34 (Odoorn)

Hunebed D34 bij Odoorn

De hunebedbouwers, waarvan ik me voorstel dat ze met kuddes heen en weer trokken, schiepen een wegennetwerk. Of misschien moeten we het hebben over paden. En of het opzet was, dat zullen we ook maar in het midden laten. Hoe dan ook, in de Trechterbekertijd ontstonden routes door het Drentse landschap. Een daarvan liep van hunebed D31 bij het huidige Exloo, zuidwaarts. Via een recentere grafheuvel passeerde de weg hunebed D34. U vindt dit ten zuidoosten van het huidige Odoorn, in de richting van Valthe. De oude weg vervolgend zou een trechterbekerreiziger zijn aangekomen bij hunebed D35, halverwege Valthe en Klijndijk.

Nog niet zo heel lang geleden zou in het rijtje D31 – grafheuvel – D34 – D35 ook hunebed D33 opgenomen zijn geweest. Dat lag slechts honderdvijftig meter noordelijker dan D34, maar Albert van Giffen heeft het in 1955 gesloopt. De oeroude zwerfkeien zijn gebruikt om hunebed D49 te restaureren, de “Papeloze kerk” bij Schoonoord. Dat klinkt als vandalisme en ik weet niet of dit tegenwoordig nog zou mogen, maar D33 verkeerde destijds in een nog slechtere staat dan hunebed D34, dat ook niet moeders mooiste is.

Lees verder “Hunebed van de dag: D34 (Odoorn)”

Hunebed van de dag: D32 (Odoorn)

Hunebed D32 bij Odoorn

Het op negentien na zuidelijkste hunebed in Nederland is hunebed D32. U vindt het naast de weg naar Borger, even ten noordwesten van het Drentse dorp Odoorn. Het is niet heel erg groot. (Ik bedoel het hunebed.) Het graf is 7½ meter lang en drie meter breed. Het ligt nog voor een deel in de grond, zodat het wat laag oogt. Er zijn er hier ooit meer megalithische graven geweest: de hunebedden D32a, D32b, D32c en D32d zijn echter verdwenen.

Ik lees in Een paleis voor de doden, het boek van Herman Clerinx dat ik als allereerste gids had toen ik me in de cultuur van de hunebedbouwers verdiepte, dat archeologen in 1958 voor de ingang van hunebed D32 een kuil vonden met twee complete trechterbekers die ouder zouden zijn geweest dan het graf zelf. Was D32, dat op een heel laag heuveltje staat, een graf of offerplaats? Is het hunebed er pas later geplaatst? Mijn andere gids door trechterbekerland, Wijnand van der Sandens Gids voor de hunebedden, weet het antwoord ook niet.

Lees verder “Hunebed van de dag: D32 (Odoorn)”

Hunebed van de dag: D52 (Diever)

Hunebed D52 bij Diever

Het op twintig na zuidelijkste hunebed in Nederland is ook een van de mooiste. Ik heb het over hunebed D52, even ten noordoosten van Diever. Met een breedte van 4¾ meter en een lengte van 14½ meter was is het best wel groot. Het aardewerk is te dateren tussen 3250 en 2975 v.Chr. en tegenwoordig in het Hunebedcentrum in Borger.

Archeoloog Albert van Giffen, die het naast dit hunebed gelegen landgoed Heezeberg bezat, heeft het graf in 1953/1954 laten restaureren, zodat de bezoeker een redelijk beeld heeft van het geheel. Toen ik er was, bleek dat iemand er bloemen had neergelegd.

Lees verder “Hunebed van de dag: D52 (Diever)”