De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog

Peter III van Aragón

[Dit is het laatste van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

De Siciliaanse Vespers, gevolgd door de troonsbestijging van Peter III van Aragón, vormden het begin van een oorlog die twintig jaar zou duren. Karel van Anjou probeerde op het opstandige eiland de orde te herstellen, maar zijn mannen werden verdreven door Aragonese troepen, die vervolgens vanuit Messina konden oversteken naar Calabrië, van waaruit ze naar Napels konden marcheren.

Omdat Karel tijdens de Siciliaanse Vespers veel van zijn schepen had verloren, kon hij weinig doen om de invasie te voorkomen, en daarom deed hij een voorstel dat zijn wanhoop verraadt: hij stelde een duel voor met Peter. Het zou in Bordeaux moeten worden gehouden, maar vond nooit plaats en stelde zelfs de gevechten in zuidelijk Italië niet uit, want Peters vloot brandschatte de kusten van Calabrië, veroverde Malta en versloeg in de Golf van Napels de rest van Karels vloot. Karels zoon, de toekomstige Karel II, behoorde tot de krijgsgevangenen.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog”

De Tiber

De Tiber bij het eiland in Rome

Amsterdam ligt aan de Amstel, Antwerpen aan de Schelde en Rome aan de Tiber. Dat was destijds, vóór de kanalisering van 1870, een wispelturige rivier die vaak buiten haar oevers trad. Helaas stonden de Romeinse graanpakhuizen stroomafwaarts, tussen de heuvel Aventijn en de rivier. Als ze onder water kwamen staan, was de ellende niet te overzien. De Historia Augusta geeft een beschrijving:

[Keizer] Marcus Aurelius gaf zich geheel en al over aan de filosofie en won de genegenheid van de burgerij. Maar de overstroming van de Tiber, de ergste in zijn tijd, verstoorde dat geluk. Ze trof veel gebouwen in de stad, doodde talloze dieren en veroorzaakte een zeer ernstige hongersnood. Maar Marcus en [zijn medekeizer] Lucius Verus verlichtten de nood door hun zorgzaamheid en aanwezigheid.noot Historia Augusta, Marcus Aurelius 8.2-5.

Lees verder “De Tiber”

Arm en straatarm in Rome (5)

Slavenboeien (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het slot van een reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Slavernij en sociale mobiliteit

Dwars door de bevolking van Rome liep een onderscheid tussen vrije en onvrije mensen. Onder meer vanuit de juridische geschriften hebben we een vrij scherp beeld van de positie van de servi. Hun onvrijheid had als voordeel dat er iemand naar hen omkeek. Hoog­opgeleide slaven leidden vermoedelijk een redelijk comfortabel leven, bijvoorbeeld als arts of onderwijzer. Sommigen van hen hielden er zélf slaven op na; getrapte slavernij dus. Het gros zal uitgebuit zijn en als voetveeg behandeld. Veelzeggend is dat deurwachten soms vastgeketend werden. Er zijn daarentegen ook voorbeelden van slaven die liefdevol bijgezet werden in het familiegraf.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (5)”

De brug over de Kwai (11)

De auteur in 1945
De auteur in 1945

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

Huisvesting

Als gevangenen waren wij op Java en in Singapore steeds gehuisvest in kazernes, in stenen gebouwen dus. We werden wel nauw gelegerd. In een kazerne waar normaal tweehonderd militairen (met hun vrouwen en kinderen) in gelegerd waren, dus zeg achthonderd mensen, stopten de Japanners 3600 krijgsgevangenen. Ieder kreeg een plaatsje van 2 bij 1 meter, soms 2 meter bij 75 centimeter. Deze afmetingen hebben de hele oorlog door gegolden.

Je lag op de grond op een deken of op een matje,  matrassen waren er niet. Ik had een kussensloop waar een deel van mijn kleding in zat als kussen.

In Thailand lagen we in bamboehutten, honderd meter lang, vijf meter breed. In het midden een pad van 1 meter breed, links en rechts een verhoging van 75 cm hoog, waar wij op lagen. Ieder weer 2 bij 1 meter. Aan het hoofdeinde een schot van bilik (gevlochten bamboe) van 50 cm, daarboven 50 cm open ruimte, daarboven het atapdak dat schuin omhoog iets overstak, zodat we droog bleven. We lagen op dunne (1 tot 2 cm) bamboes. In Martonna lagen we in Japanse legertenten, twintig man in een tent van 7 bij 5 meter grondvlak. Op de grond wat dwarsbalken, daarop weer dunne bamboes.

Lees verder “De brug over de Kwai (11)”

De brug over de Kwai (10)

De auteur in 1945
De auteur in 1945

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

De bevrijding

In Tamoeang was niet veel te doen. We moesten een diepe droge gracht om het kamp heen graven van vier meter diep en breed, en viermaal 500 meter lang. Op de hoeken kwamen pillboxen met schietopeningen naar buiten en ook naar binnen. Het zag ernaar uit dat de Jappen ons hierin bij elkaar zouden drijven als de geallieerden dichtbij zouden komen. De Jappen konden ons dan makkelijk in bedwang houden en eventueel allemaal dood schieten. De geallieerden zaten echter nog ver, bij Rangoon, bijna 1000 km van ons kamp. Wel hoorden we regelmatig geallieerde bommenwerpers overvliegen.

Als er geen achterstand op het werk was kregen we ongeveer eens per maand een amateurcabaretvoorstelling. Op een augustusavond in 1945, terwijl wij net zo’n cabaretvoorstelling hadden, kwam plotseling een Engelse sergeant-majoor het toneel ophollen om te vertellen dat de Japanse kampcommandant liet mededelen dat de oorlog afgelopen was. Hierop werd spontaan het God Save the King en het Wilhelmus gezongen. We hebben die nacht niet meer geslapen.

Lees verder “De brug over de Kwai (10)”

De brug over de Kwai (7)

De moeder en broer van de auteur op een foto die midden 1942 is gemaakt in hun eerste kamp voor burgergeinterneerden. Deze is later als ansicht verstuurd en bereikte de auteur na een jaar in Thailand.
De moeder en broer van de auteur op een foto die midden 1942 is gemaakt in hun eerste kamp voor burgergeïnterneerden. Deze is later als ansicht verstuurd en bereikte de auteur na een jaar in Thailand.

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

Martonna (zomer 1943)

Na drie maanden Tamarkan was het werk klaar en werden de gevangenen elders ingezet. Met vijfhonderd man gingen we op stap, eerst 60 km met het werktreintje, een soort vrachtwagen op treinwielen, daarna 60 km lopen. We kwamen langs het grote houten viaduct van Wangpo (bestaat nu nog). We liepen 12 tot 15 km per dag met in je rugzak alles wat je bezat. Veel was dat niet. Een half versleten uniform, een slaapzak, een klamboe, een slaapmatje, een paar schoenen, een kussensloop, twee pannetjes, een veldfles, een paar puttee’s (beenwindselen) en een boek. Veel meer zal het niet geweest zijn. Op het werk liep je meestal alleen in afgeknipte uniformbroek met riem, verder niets, meestal ook geen schoenen.

Lees verder “De brug over de Kwai (7)”

De brug over de Kwai (4)

De brug over de Kwai
De brug over de Kwai

[Een tijdje geleden kreeg ik van de familie van de heer Dick van Zoonen het verhaal toegestuurd van zijn wederwaardigheden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik plaats het deze weken op mijn blog. Een overzichtspagina groeit daar.]

Brug over de rivier de Kwai

In Banpong werden we in open vrachtauto’s geladen. Staande werden we 60 km verderop gebracht in een kamp met Engelsen die een brug aan het bouwen waren over de rivier de Kwai. Officiële naam Mènam Kwee Hjai. In het kamp zaten al 900 Engelsen en daar kwamen nu 600 Hollanders bij.

De Engelsen zaten er al drie maanden en  hadden een houten noodbrug al klaar. Het verdere werk was: een betonnen/ijzeren brug parallel aan de houten brug bouwen en de spoordijk van en naar de brug maken. Alle vaklieden waren Japanse soldaten, gevangenen deden alleen de ongeschoolde arbeid.

Lees verder “De brug over de Kwai (4)”

Gevaarlijk water

Maquette van de Baden van Caracalla

[Dit is het vierde van een reeks artikelen over het dagelijks leven in het antieke Rome. Het eerste is hier.]

Ruwweg een miljoen mensen dus – maar wat betekent zo’n getal? Om te beginnen moesten ze drinken, en met een kubieke meter water per persoon zat dat op zich wel goed. Helaas was de waterkwaliteit abominabel. Het water, dat in het vulkanische Lazio toch al rijk was aan sulfaat- en fosforverbindingen en andere zware mineralen, stroomde door kilometers lange stenen aquaducten, zodat het buitengewoon kalkrijk was tegen de tijd dat het Rome bereikte. De centimeters dikke kalkafzettingen op de bodem van de aquaductkanalen (‘travertijn’) maken wel duidelijk dat het Romeinse water niet bepaald geweldig was, en inderdaad: uit de schedels die zijn gevonden in bijvoorbeeld Herculaneum blijkt dat de bevolking van Midden-Italië zonder uitzondering leed aan tandsteen en cariës.

Lees verder “Gevaarlijk water”