Libanese identiteiten (1)

De Sykes-Picot-overeenkomst
De Sykes-Picot-overeenkomst (Wikimedia Commons)

Wie de film Lawrence of Arabia heeft gezien, kent het verhaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog rukte de Britse generaal Allenby van Egypte op naar Palestina en Syrië. In zijn strijd tegen de Ottomaanse Turken kreeg hij de hulp van het leger van Arabische opstandelingen, gecommandeerd door de latere koning Faisal. Hem was toegezegd dat in de gebieden die op de Turken zouden worden veroverd, een Arabisch koninkrijk zou komen.

De Britten hadden echter meer afspraken gemaakt: met de Fransen was overeengekomen dat zij de veroverde zouden verdelen. Het kaartje toont deze zogenaamde Sykes-Picot-overeenkomst. Deze strijdige toezeggingen vormen de oorzaak van de huidge problemen in het Midden-Oosten.

Lees verder “Libanese identiteiten (1)” →

De Libanese burgeroorlogen (2)

Het eerste ontwerp van de Libanese vlag (Privémuseum Robert Mouawad).
Het ontwerp van de Libanese vlag (Privémuseum Robert Mouawad).

[Dit is het tweede deel van een serie van dertien artikelen. Het eerste  deel, over de situatie in de negentiende eeuw, is hier.]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog namen de Turkse leiders bikkelharde maatregelen tegen de Armeniërs: de beruchte genocide. Velen werden gedeporteerd naar oostelijk Syrië, waar ze in Deir ez-Zor werden gedood. Zo’n honderdduizend mensen bereikten echter Libanon, waar sindsdien een Armeense minderheid is.

Lees verder “De Libanese burgeroorlogen (2)” →

Belgrado

Koning Mihajlo Obrenovic in Belgrado

Ik ben momenteel in Belgrado. Achter mijn hotel ligt een straat die is genoemd naar Gavrilo Princip, de man die in 1914 de Oostenrijkse kroonprins neerschoot en daarmee bereikte dat Oostenrijk intervenieerde op de Balkan, waar het al sinds 1912 onrustig was. Dat conflict bleef nu niet langer gelokaliseerd en zo begon de Eerste Wereldoorlog. Ik zag vandaag een monument “Voor de gevallenen van de Grote Oorlog. 1912-1918”: voor de Serviërs begon de wereldbrand niet in 1914. De Turken zouden zelfs nog een jaar eerder kunnen beginnen.

Ik ben in het legermuseum geweest in het Kalemegdan-fort. De drie vitrines Romeinse archeologie waren de moeite niet waard, maar de zaal over de slag op het Merelveld was dat wel. (Ik weet wel dat iedereen het tegenwoordig heeft over “de slag bij Kosovo”, maar ik vind “Merelveld” zo mooi klinken.) In hetzelfde gebouw bekeek ik de uitputtende documentatie van de Servische opstand tegen de Turken. Er was aandacht voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, voor maarschalk Tito, en ook voor het uiteenvallen van Joegoslavië. In de laatste zaal hingen onder meer het uniform van een krijgsgevangen genomen Amerikaanse soldaat (“Carpenter”) en geweren van wat werd omschreven als “Albanese terroristen”.

Lees verder “Belgrado” →

Wereldbrand

Een bevriende twitteraar wees me gisteren op de bovenstaande tekening van de Britse cartoonist Martin Rowson. Ik vond hem geweldig. Iets later herinnerde ik me dat ik deze tekening eerder had gezien. Sterker nog, ik zie hem bijna dagelijks, want hij hangt bij mij aan de muur. Alleen dateert deze van 28 oktober 1912, is hij gepubliceerd in het Duitse satirische tijdschrift Simplicissimus en is het een commentaar op het uitbreken van de Eerste Balkanoorlog. “Het lukte de verenigde Europese brandweer helaas niet om de brand te blussen”, luidt het onderschrift.

Wereldbrand

Dat twee cartoonisten precies dezelfde vergelijking maakten, illustreert de kracht van de metafoor dat de wereld in brand staat. Die metafoor gaat – als ik het goed zie – via de christelijke apocalyptiek in laatste instantie terug op het eeuwenoude zoroastrische idee dat de aarde zal vergaan in een grote wereldbrand. De stoïcijnen namen het idee over en noemden het de ekpyrosis.

Lees verder “Wereldbrand” →

Ronde cirkels, zwangere rivierdelta’s en de syntaxis van de honger

Een van de leukste trekken van het taalgebruik van Olivier B. Bommel is de grandioze wijze waarop hij zinnen maakt als ‘we worden onder de voet worden gelopen waar we bij staan’. Niet veel beter is het als de heer van stand opmerkt te worden ‘omringd door onbegrip en een teer gestel’. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat deze fouten zo door Marten Toonder zijn bedoeld om zijn personage te typeren als parvenu. Niemand zal denken dat de tekenaar-schrijver zelf het Nederlands zo slecht beheerst.

Dit is een nuttig uitgangspunt voor de recensent: het taalgebruik en de meningen van de personages vallen niet samen met het taalgebruik en de meningen van de schrijver. Taal- en stijlfouten in een roman komen voor rekening van de hoofdrolspelers. Deze spelregel wordt echter problematisch bij de bespreking van Godenslaap.

Lees verder “Ronde cirkels, zwangere rivierdelta’s en de syntaxis van de honger” →