Stedelijke twisten

Inscriptie uit Efese; de donkere delen zijn aanvullingen (British Museum, Londen)

De Historiën van Tacitus behoren tot het indrukwekkendste dat in de Latijnse letteren is geschreven. De auteur vertelt hoe het jaar 69 na Chr. de heerschappij en ondergang zag van de keizers Galba, Vitellius, Otho, Vespasianus en Julius Sabinus. Ook beschrijft Tacitus in detail de bijbehorende militaire conflicten, zoals de Joodse Oorlog en de Bataafse Opstand. Tacitus, die voor alles senator was, focust bij dit alles op de weinig heldhaftige rol van de Senaat en daardoor is des te schokkende wat hij volkomen terloops vertelt: hoe gemakkelijk steden profiteerden van het wegvallen van het centraal gezag om onderlinge vetes uit te vechten. In Gallië heeft Vienne ruzie met Lyon, in Africa trekken Oea en Lepcis tegen elkaar op en vragen daarbij de hulp van de nomadische Garamanten. Tacitus besteedt er weinig woorden aan. Stedelijke oorlogen waren voor hem volkomen vanzelfsprekend.

In vredestijd was dat natuurlijk minder, maar evengoed rivaliseerden de diverse steden. Plinius de Jongere beschrijft in zijn brieven hoe in Bithynië de concurrentie zich had vertaald in te ambitieuze bouwprojecten, waardoor de ene stad na de andere in financiële moeilijkheden kwam.

Lees verder “Stedelijke twisten”

De Oudheid en de sociale wetenschappen

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Een punt dat in Het visioen van Constantijn enige keren aan de orde komt, is het bestaan van niet-exclusivistische christenen als keizer Severus Alexander, generaal Bacurius en de aristocraat Synesios, die Christus vereerden als een van de vele goden. In onze bronnen wordt veelal wat neergekeken op deze demi-chrétiens (om de Franse term te gebruiken): dit is geen echt christendom, vinden de auteurs van die bronnen, die zichzelf natuurlijk wél beschouwden als recht in de leer.

Het is echter denkbaar dat die niet-exclusivisten lange tijd de meerderheid vormden, dat de mogelijkheid Christus toe te voegen aan de verzameling door jou vereerde goden er altijd was en dat degenen die onze bronnen schreven niet-representatief waren. We hebben domweg de statistieken niet om er veel zinnigs over te zeggen. Wat mijns inziens wel zeker is, is dat de vervolgingen door Decius en Valerianus zich richtten op de exclusivisten, op degenen dus die meenden dat Christus exclusief diende te worden vereerd. Voor de demi-chrétiens was de eis een offer te brengen aan andere goden immers geen probleem. Het was wat je als Romein nu eenmaal behoorde te doen op de feestdagen van je stad.

Lees verder “De Oudheid en de sociale wetenschappen”

Apollonios van Tyana (2)

Het theater van Efese

[Dit is het tweede van twaalf stukjes over de antieke charismatische wijze Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van FilostratosLeven van Apollonios. Het eerste stukje is hier.]

In het Leven van Apollonios vertelt Filostratos over een bezoek dat de titelheld en zijn leerling Damis in de winter van 68/69 brachten aan het eiland Rhodos. In de vertaling van Simone Mooij:

Hij stak over met een gunstige wind en dit is wat hij op Rhodos deed. Toen hij het beeld van de Kolossos naderde, vroeg Damis hem wat hij als groter beschouwde dan dat beeld. Hij zei: “Een man die eerlijk en op de juiste wijze naar wijsheid streeft.” (Leven van Apollonios 5.21)

Dit verhaal kan onmogelijk waar zijn. Het enorme standbeeld van de zonnegod, een van de zeven wereldwonderen, was ingestort in 227/226 v.Chr., een kleine drie eeuwen voordat de twee wijsgeren het eilandje bezochten. De verklaring van deze fout is wellicht dat Filostratos twee Apollonii heeft verwisseld: toen hij het eiland bezocht, hoorde hij een bon mot van een Apollonios en identificeerde de spreker met de wijze van Tyana. De “echte” Apollonios zou wel eens de dichter van De Argonauten kunnen zijn geweest, die op het eiland was toen het standbeeld instortte.

Lees verder “Apollonios van Tyana (2)”