De Joodse Opstand (1)

Nero (Glyptothek, Munchen)

Ik blogde al eens over de brand in Rome. Keizer Nero, die weliswaar liever muzikant was geweest maar als het erop aankwam een competent keizer kon zijn, nam meteen maatregelen. De pyromanen werden al snel geïdentificeerd: het zouden Joden zijn, allochtonen die woonden tegenover de plek waar de brand was uitgebroken. Preciezer nog: het waren Joden die de leer volgden van de charismaticus Jezus de Nazareeër.

De brandstichters werden levend verbrand en anderen werden voor de honden geworpen. Dat was een dramatische reconstructie van de bestraffing van Aktaion, een jager die zich in mythologische tijden had vergrepen aan de moeder van Dionysos, de god die destijds werd beschouwd als de Griekse tegenhanger van de god der Joden. Nero presenteerde zich dus als beschermer van het ware Jodendom tegen verkrachting door de christenen.

De herbouw van de stad was kostbaar, een verhoging van de belastingen onvermijdelijk. Dat leidde weer tot relletjes. In Jeruzalem gingen grappenmakers met de pet rond om aalmoezen op te halen voor hun arme gouverneur. Die kon om deze grap niet lachen en liet willekeurige voorbijgangers aan het kruis slaan  – tactloos en wreed, maar het zou niet tot erger hebben hoeven leiden als er niet méér had gespeeld.

De Judese samenleving was sterk verarmd. Ooit had koning Herodes hoge belastingen geheven en die geïnvesteerd in grote bouwprojecten, waar mensen konden bijverdienen. Sinds de Romeinen het gebied hadden geannexeerd, vloeide de opbrengst echter in de schatkist in Rome en waren de Joden nauwelijks in staat het geld te verdienen om hun belastingen te betalen. De vele verhalen over schuldenaren en schuldeisers in de evangeliën en de Talmoed getuigen ervan.

De voornaamste geschreven bron voor het conflict dat in 66 uitbrak is De Joodse oorlog van de Joodse aristocraat Josef ben Matityahu, ook wel bekend als Flavius Josephus. Hij stamde uit een priesterlijke familie en was bovendien buitengewoon rijk. Zijn dédain voor het gewone volk was huizenhoog en hij had geen goed woord over voor de arme mensen die de Romeinen van hun ellende de schuld gaven, meenden dat alles beter zou worden als de Joden God gaven wat God toekwam, en de opvatting huldigden dat geweld geenszins was uitgesloten.

De afkeer van Rome zat diep. Archeologen hebben erop gewezen dat in de Joodse plattelandshuishoudens Romeins aardewerk ontbreekt, wat veel zegt over de sentimenten. De tempelautoriteiten konden weinig doen om de boeren op andere ideeën te brengen. Ze werden op het platteland beschouwd als corrupt en misten het morele gezag. De boeren waren ook niet de enigen die er zo over dachten. De farizese geleerde Simeon ben Gamaliël protesteerde luidkeels toen tortelduiven, het traditionele reinigingsoffer, in Jeruzalem een goudstuk bleken te kosten, een maandloon.

Tegen deze achtergrond kon het tactloze optreden van de gouverneur niet anders zijn dan de vonk in het kruitvat. Ook de bevolking van Jeruzalem keerde zich nu tegen de Romeinen en op 3 september 66 vielen ze de hulptroepen in de burcht Antonia aan. Die waren totaal niet voorbereid en werden al na twee dagen overmeesterd. Vanaf dit moment was oorlog onvermijdelijk. Rome kon niet anders dan deze opstandigheid smoren in bloed.

[Wordt vervolgd]

12 gedachtes over “De Joodse Opstand (1)

  1. FrankB

    Je legt een opmerkelijk verband. Ging er ook rechtstreeks Judees belastinggeld naar Rome om de wederopbouw ervan te betalen?

  2. “Aktaion, een jager die zich in mythologische tijden had vergrepen aan de moeder van Dionysos…” Ik herinner mij van Ovidius toch een heel ander verhaal, waarin noch sprake is van een moeder (want dat was Diana niet), noch van vergrijpen, maar van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

    1. jacob krekel

      Het is in het verhaal van de Joodse opstand geen belangrijk detail, maar enig zoekwerk levert een hele reeks varianten van de Aktaion mythe op. Pseudo-Apollodorus meldt inderdaad dat hij een rivaal van Zeus was naar Semele, en dat Zeus degene was die Aktaion in een hert veranderde, maar de grote meerderheid der varianten ziet toch Artemis als actor. Omdat hij haar bij het baden betrapten, omdat hij haar metgezel was bij de jacht en meer dan dat wilde zijn, omdat hij gepocht had dat hij de betere jager was…
      Maar ik snap de gedachtesprong niet dat Nero “zich dus presenteerde als beschermer van het ware Jodendom tegen verkrachting door de christenen”.

    2. Rob Krabbendam

      “Rome kon niet anders dan deze opstandigheid smoren in bloed.”
      Is het niet eerder zo dat Rome ervoor kóós de opstand te smoren in bloed? Vanuit Romeins perspectief klopt het, de Romeinen moesten erop reageren, maar moet een historicus dat perspectief ook innemen? Misschien een nodeloos theoretisch/semantisch/perspectivisch punt…

      1. FrankB

        Of het nodeloos is kunnen we ons afvragen, maar een perspectivisch punt is het inderdaad. Ik heb het ongeveer uitgelegd als “de Romeinen voelden zich genoodzaakt om te reageren”.

      2. Manfred

        Ik vermoed dat deze zin een beetje sarcastisch bedoeld is. De Romeinen kozen er immers al snel voor te reageren met geweld.

        1. Rob Krabbendam

          Niet zozeer sarcastisch, vermoed ik, maar eerder een ‘constructie’ die je algauw vanuit een zekere vertrouwdheid gebruikt. Ik wil het woord cliché niet gebruiken, want dat is het niet, maar een stadium daarvoor? We hebben allemaal een ‘standaardrepertoire’ aan woorden, zinnen, uitdrukkingen, maar historici moeten daarmee oppassen. De zin viel me opeens op, ik weet niet waarom; verder ga ik er niet over struikelen…

  3. A.Minis

    Jacob Krekel: de gedachtensprong is met enige moeite toch wel te maken: Aktaion wilde zich als minnaar van Semele op één lijn stellen met Zeus.
    Een als Aktaion vermomde Christen beledigt Zeus op dezelfde manier. een Christen is lid van een sekte die afwijkt van het ware Jodendom. Een afvallige van het ware Jodendom wordt gestraft (door Zeus, nam het even waar voor Jahwe).
    (misschien toch een beetje ver gezocht?)
    Deze versie van het verhaal van Aktaion was bekend door Stesichorus. Nero kende die tekst , toen nog volledig, nu een fragment, weliicht. Misschien heeft hij hem gezongen bij zijn snaarinstrument.
    Wat mij opviel: Euripides kiest in de Bacchanten voor de versie: Aktaion schepte op dat hij beter kon jagen dan Artemis. De versie Aktaion als minnaar van Semele zou anders mooi in de tragedie hebben gepast. Pentheus, koning van Thebe, erkent een Vreemdeling (==Dionysos) niet als god. Kadmos waarschuwt hem: pas op dat je geen god schoffeert,
    het kan je vergaan als Aktaion, die zei beter te jagen dan Artemis.
    Semele was de moeder van Dionysos, en Agaue , de moeder van Pentheus, was een zuster van Agaue. Het zou dus een mooi passend voorbeeld zijn geweest.

    En dan is er nog de opvatting van Max Müller uit de 19e eeuw: allemaal onzin, die mythologie. Verkeerd begrepen feiten uit het verleden. Ene Aktaion kon zijn honden niet meer betalen: hij werd opgegeten door zijn honden.

Reacties zijn gesloten.