Jood: een beladen begrip

Van de hand van Ewoud Sanders verscheen vorige week een interessant boek met de niet mis te verstane titel Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het onderliggende probleem – anders gezegd, waarom is het woord “jood” zo beladen? – is misschien wel het beste geïllustreerd door de spellingswet, die vindt dat het woord met een kleine letter geschreven moet worden als het om religie gaat, en met een hoofdletter als het om een volk gaat. Bij Joden/joden valt het een echter niet los van het ander te zien, want ze zijn eeuwenlang een volk geweest dat (althans volgens velen) door religie was gedefinieerd. Daarmee paste de Jood niet in de bekende hokjes. We verdelen de mensheid in volken waar je affiniteit mee hebt en volken waarbij je dat niet voelt, en in godsdiensten die je begrijpt en die je niet begrijpt, en het bestaan van Joden problematiseert dat soort handige verdelingen. Dat maakt jodendom lastig, althans voor niet-joden/niet-Joden.

Stereotypen

Sanders’ boek blijft lichtvoetig. Beginnend met het Bijbelverhaal over Juda, de naamgever van de stam Juda, die in de Vroege IJzertijd leefde rond Jeruzalem, en met een korte stop bij de (valse) beschuldiging dat “de” Joden Christus hadden vermoord, komt Sanders al snel uit bij het soort informatie waar hij goed in is: de geschiedenis van Nederlandse woorden in de afgelopen twee, drie eeuwen.

Lees verder “Jood: een beladen begrip”

Wie zei dat?

Leonidas

Ik ken de Vlaamse classicus Paul Claes niet maar het lijkt me een aardige man. Hij heeft me weleens gemaild met commentaar en suggesties, waaraan ik altijd iets heb gehad. Hij is bovendien de auteur van De sleutel, een van de leukste mij bekende boeken over poëzie. En nu is hij de auteur van Wie zei dat? 500 historische oneliners, waarin hij allerlei gevleugelde gezegden, van de Oudheid tot heden, chronologisch bij elkaar plaatst, vertaalt en uitlegt.

Dat levert een leuk boek op. Ewoud Sanders prees het al in het Handelsblad en van Marc van Oostendorp is de observatie dat oneliners taaldaden zijn waarmee feiten worden geschapen. Een voorbeeld: de Amerikaanse Burgeroorlog brak uit toen Lincoln eiste dat het federale gezag ging vóór het gezag van de individuele staten, maar dankzij de Gettysburg Address werd het conflict geherdefinieerd alsof het was gegaan over government of the people, by the people, for the people.

Lees verder “Wie zei dat?”

Het boek van de toekomst

[Vandaag verschijnt Topstukken uit de collectie van het Privaat Leesmuseum, waarin vijftig mensen uitleggen waarom lezen zo leuk en belangrijk voor ze is. De opbrengst van deze door Ewoud Sanders samengestelde catalogus van het kleine Haarlemse museum met leesbeeldjes is voor Biblionef, een stichting die als doel heeft kinderen wereldwijd leesplezier bij te brengen. Hieronder vindt u mijn bijdrage. Voor die van Frits Abrahams, Maarten ’t Hart, Marita Mathijsen, Erik van Muiswinkel, Marc van Oostendorp, René van Stipriaan en nog drieënveertig anderen zult u naar de boekhandel moeten.]

Ik lees niet meer zoals ik las. Ooit had ik altijd een boek bij me. Vooral die kleine Reclam-boekjes waren handig. Ze pasten precies in je broekzak en je had dus altijd wat te lezen, ook als je bij de kassa in de rij stond, als je in een wachtkamer zat of als je een treinreis maakte. Een mens wacht wat af in zijn leven, maar lezen helpt de zinloosheid van het bestaan binnen redelijke perken te houden.

Lees verder “Het boek van de toekomst”

Jodenbekering

sanders_levis_eerste_kerstfeest

Gisteren is in Nijmegen Ewoud Sanders gepromoveerd, die u wellicht kent als de journalist die elke week op de achterpagina van het NRC Handelsblad een leuk stukje schrijft over de geschiedenis van deze of gene uitdrukking. Hij kan daar zoveel over vertellen omdat hij beschikt over een enorme database van gedigitaliseerde boeken, waaronder titels die nog niet aanwezig zijn in de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren. Ik ken niemand – full disclosure: ik ken hem dus – die beter begrijpt hoe digitalisering de zoektocht naar informatie van karakter heeft doen veranderen. Sanders zijnde Sanders heeft hij ook dáár leuk over geschreven: Slimmer zoeken op het internet.

Zijn zoekvaardigheid moet de nieuwe doctor in de neerlandistiek van pas zijn gekomen bij het schrijven van zijn proefschrift, dat is gewijd aan christelijke jeugdliteratuur over “jodenbekering”: verhalen dus over joodse kinderen die het christendom als religie aanvaarden. Wie mocht denken dat zulke boekjes zeldzaam zijn of behoren tot een ver verleden, vergist zich: Sanders brengt niet minder dan zevenenzestig protestantse en dertien katholieke verhalen in beeld, en de jongste (Izaks zoektocht naar de Vredevorst door C. van Rijswijk) dateert uit 2014. Het jaar erna verscheen de zesde druk van M.H. Karels-Meeuses De zoektocht van Lea, dat gewoon leverbaar is. Het genre is springlevend.

Lees verder “Jodenbekering”

Boekenjood

Elke maandag verzorgt Ewoud Sanders – full disclosure: ik ken hem persoonlijk – op de achterpagina van het NRC Handelsblad de ‘woordhoek’, waarin hij vertelt over de geschiedenis van Nederlandse woorden en uitdrukkingen. Hij kan die geschiedenis reconstrueren dankzij een digitale databank waarin tienduizenden boeken zijn opgenomen. Als Sanders dus zegt dat het woord ‘speleoloog’ voor het eerst in gedrukte vorm verscheen in de Opregte Haarlemsche Courant van 16 juni 1896, dan is dat een snoeihard feit.

Vorige maand publiceerde Sanders een leuk boek over één enkel woord: ‘boekenjood’. Achter dit vergeten begrip gaan negentiende-eeuwse handelaren in tweedehandsboeken schuil, en achter hen schuilt een wereld die voor mij volkomen nieuw was.

Lees verder “Boekenjood”