Gravin Judith in Gent

Judith, geschilderd door Albrecht de Vriendt (1889)

Oké, het is nét geen tien. Het is een tien min. Maar de Judith-expositie in de Sint-Pietersabdij in Gent is de beste archeologische tentoonstelling in jaren. Het aanbod is precies groot genoeg om tot je te kunnen nemen zonder moe te worden, de voorwerpen zijn perfect gekozen, de uitleg is voorbeeldig, de inrichting deugt en het onderwerp is belangrijk. En dat onderwerp is niet de Karolingische prinses Judith.

Het onderwerp is het graf dat bekendstaat als S127. Het is in 2006 aangetroffen bij de aanleg van een onderaardse parkeergarage, ruwweg voor de ingang van de huidige abdijkerk. Een koolstofdatering maakte duidelijk dat het gebeente dateerde uit de negende eeuw; fysisch antropologisch onderzoek identificeerde het als het graf van een vrouw van een jaar of zestig. Omdat het graf lag binnen de grenzen van de Karolingische kerk, moest het gaan om iemand uit de absolute elite van de toenmalige samenleving.

Lees verder “Gravin Judith in Gent”

Fysisch antropologisch onderzoek

Een skelet uit Cádiz waarnaar fysisch antropologisch onderzoek is gedaan

Er zijn, kort door de bocht, twee manieren om naar de mens te kijken: als cultureel wezen en als biologisch wezen. De eerste invalshoek is die van de culturele antropologie, de tweede is die van het fysisch antropologisch onderzoek. Daarover blog ik eigenlijk niet zo vaak, al heb ik weleens geschreven over de informatie die analisten ontlenen aan het menselijk gebit.

Wat ik daaraan nu kan toevoegen, is dat onze tanden bepaalde karakteristieken hebben die helpen om vast te stellen bij welke bevolkingsgroep iemand hoorde: denk aan de grootte van de hoektanden, de vorm van de snijtanden en het patroon van groeven op het oppervlak van de tanden. Zo zijn alle precolumbiaanse bewoners van de Amerika’s te verdelen in drie groepen, waarvan is geclaimd dat ze overeenkomen met drie taalfamilies en drie migraties. Ik wist dit allemaal nog niet en ik kan de claim ook niet beoordelen, maar blijkbaar kunnen wetenschappers tanden gebruiken om bevolkingsgroepen aan te wijzen.

Lees verder “Fysisch antropologisch onderzoek”

Bodi in Bonn

Bodi’s gouden ring (foto: L. Kornblum. © LVR-LandesMuseum, Bonn)

Ik ging naar Bonn om daar Bodi te zien. Ik zag Bodi. Een laatantieke krijger uit het Rijnland, begraven in Bislich, recht tegenover Xanten aan de Rijn. Een tijdgenoot van de geschiedschrijver Gregorius van Tours, die hem zou hebben aangeduid als een Frank. De grafheuvel van Bodi is in 1972 gevonden op een begraafplaats waar nog 900 mensen lagen. Aan de locatie te zien was zijn graf, dat al was geplunderd in de Middeleeuwen, erg belangrijk; de meeste andere graven waren simpeler. We kennen de naam van Bodi omdat die te lezen stond op een gouden zegelring die de plunderaars hadden laten liggen. Deze krijger was geletterd.

Of presenteerde zich als geletterd. Wat zou het zijn? Daar kun je een redenering over opzetten. Dan veranderen depotvoorwerpen in wetenschappelijke aanwijzingen, dan zie je een puzzel ontstaan en dan wordt het interessant. Het Rheinisches Landesmuseum heeft aan zulke puzzels een expositie gewijd. Het gaat daarbij niet, zoals de naam van de tentoonstelling suggereert, om Das Leben des Bodi, maar in de eerste plaats om de reconstructie van dat leven en in de tweede plaats om de betekenis van dat leven. En het gaat om vragen, niet om antwoorden.

Lees verder “Bodi in Bonn”