De sji’ieten van Irak (4)

Abbas haalt water: afgebeeld op een fontein in Basra. Dit is een standaardmodel-fontein dat je overal in Irak ziet.

[Dit is het vierde stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

Irak is momenteel een overwegend sji’itisch land. De imams die ik in het vorige stukje noemde, liggen begraven in grote heiligdommen in Najaf, Kerbala, Bagdad en Samarra en meer dan de helft van de bevolking rekent zich tot de sji’a. Na de verdrijving van Saddam Hussein wonnen de sji’ieten aan politieke invloed. Toen het leger op de vlucht sloeg voor de zogenaamd Islamitische Staat, speelden sji’itische milities een belangrijke rol bij het herstel van het centrale gezag. De laatste verkiezingen gingen vooral over de vraag welke sji’itische groep de meeste stemmen zou krijgen, degenen die vooral naar Iran keken of degenen die een meer nationale koers wilden varen.

Soennitisch Irak

Omdat de heiligdommen hier zijn en het sji’itische bevolkingsdeel zo groot is, zou je verwachten dat deze vorm van islam altijd de meeste aanhang heeft gehad. Toegegeven, de Abbasidische kaliefen en de Ottomaanse sultans waren soennieten, maar een soennitische overheid sluit een sji’itische bevolking niet uit. Het wonderlijke is dat de bevolking van het Tweestromenland pas na pakweg 1830 is gesji’itiseerd. Voordien beperkte de sji’a zich tot de steden met de heiligdommen – en die waren klein. In Najaf woonden op een gegeven moment maar dertig families.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (4)”

Maliki’s gok

Een beroemd schilderij van Mahmood Farshchian, toont het paard van imam Huseyn, dat na de slag bij Kerbala zonder zijn meester terugkeert bij de totaal verslagen vrouwen.

Het verhaal is in de islamitische wereld overbekend. De profeet Mohammed had gezegd dat als hij moest worden opgevolgd, zijn opvolger vooral een goede moslim moest zijn en presenteerde tijdens zijn afscheidsbedevaart zijn schoonzoon Ali als opvolger. Hierover zijn, als ik het wel heb, alle moslims het eens. Na de dood van de profeet (in 632) werd echter Abu Bakr aangewezen als eerste kalief, “plaatsbekleder”. Hij werd opgevolgd door Omar en die werd weer opgevolgd door Othman, tot uiteindelijk Ali kalief werd.

Zijn regering werd geteisterd door interne problemen en Ali stemde ermee in dat een daarvan werd opgelost door arbitrage. Sommige moslims vonden het echter schandalig dat hij een Godgegeven ambt ondergeschikt maakte aan een menselijk oordeel. Ali werd tijdens het gebed vermoord en sindsdien zijn er, om het simpel samen te vatten, twee soorten moslims.

Lees verder “Maliki’s gok”

De Libanese burgeroorlogen (12)

Commentaar op de Taif-akkoorden
Commentaar op de Taif-akkoorden

[Dit is het twaalfde deel van een serie van dertien artikelen. In het vorige artikel beschreef ik hoe Libanon steeds verder weggleed in talloze kleine oorlogen, en van 1988 zelfs twee regeringen had. Het eerste deel is hier.]

De partijen begonnen echter uitgeput te raken en kwamen in september 1989, dankzij bemiddeling van onder andere Saoedi-Arabië, een staakt-het-vuren overeen. Een van de redenen waarom dit een succes kon zijn, was de dood van Khomeini, die nogal wat onzekerheid veroorzaakte. Onzekerheid kwam ook voort uit de instorting van het Sovjet-imperium in oostelijke Europa. Syrië stond tijdelijk vrij zwak en wilde rust in Libanon, terwijl de andere strijdende partijen begrepen dat Israël en de Verenigde Staten wel eens de nieuwe zetbaas konden worden.

Lees verder “De Libanese burgeroorlogen (12)”

Driemaal de Iraanse Revolutie: David Danish

Militair ereveld, Qazvin
Militair ereveld, Qazvin

Zelden nam een auteur zijn personages harder te pakken dan David Danish de hoofdfiguur van De zelfmoordacademie, Ali. In de psychiatrische inrichting waar hij wordt verpleegd ontmoet hij de labiele Leyla, met wie hij een relatie begint; ze blijkt zwanger en wil een abortus, maar er is geen geld – reden voor Ali om toe te treden tot de zelfmoordeenheden die Iran inzette tijdens de oorlog tegen Irak (1980-1988), want als hij sneuvelt, zal Leyla een uitkering krijgen die voldoende is voor de ingreep. Dat is nog maar het begin van een reeks verwikkelingen die Ali uiteindelijk brengen naar het ‘Kamp der Martelaren’ waar zelfmoordstrijders worden opgeleid die zullen worden ingezet in de strijd tegen het Westen.

Waanzin, abortus, oorlog en terrorisme: elk van deze onderwerpen alleen al zou voldoende zijn geweest voor een zelfstandige roman, maar Danish is ambitieuzer en heeft nog meer ellende verwerkt in De zelfmoordacademie. Zo worden we ook geconfronteerd met antisemitisme, chantage, dakloosheid, diefstal, dierenmishandeling, druggebruik, gebroken gezinnen, gifgas, honger, incest, marteling, mishandeling, moord, oorlogsmisdrijven, overspel, politieke manipulatie, prostitutie, racisme, religieuze vervolging, sadisme, steniging, verkrachting en – inderdaad – zelfmoord.

Lees verder “Driemaal de Iraanse Revolutie: David Danish”