Archaïsch Lycië

Een Lycisch portret van Omfale; achter de Griekse mythe gaat een Anatolisch verhaal schuil (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

[Dit is het tweede van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De inwoners van Lycië (landkaart) noemden zichzelf Trmmili, maar buiten Lycië gebruikte niemand die naam. Alleen de Griekse onderzoeker Herodotos, afkomstig uit het nabijgelegen Halikarnassos, noteert dat ze zich Termilen noemden. Minder plausibel voegt hij daaraan toe dat de Termilen zich Lyciërs waren gaan noemen toen een Athener genaamd Lykos bij hen was komen wonen.noot Herodotos, Historiën 7.92.

Archeologisch worden de Lyciërs “zichtbaar” in de achtste eeuw v.Chr., als de acropolis van de stad Xanthos wordt bebouwd. Niet veel later stichtten Grieken van het eiland Rhodos de havenstad Faselis en verschillende andere steden. De bewoners moeten het alfabet hebben doorgegeven aan de Lyciërs en hun economie hebben gestimuleerd door landbouwproducten af te nemen. Toch bleven de meeste Lyciërs herders die met hun kuddes zwierven door het kustgebergte. Omdat het gebied zo lastig begaanbaar was, konden de koningen van Lydië, die in de vroege zesde eeuw grote delen van Anatolië onderwierpen, Lycië nooit onderwerpen. Of ze veel behoefte hadden aan de betrekkelijk arme regio, is ook maar de vraag.

Lees verder “Archaïsch Lycië”

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Lees verder “Perzisch Lydië”

Cyrus, Harpagos en Astyages

Het terras van de citadel van Pasargadai, Cyrus’ residentie.

[Tweede deel van het oosterse sprookje over de ondergang van de Medische koning Astyages en de opkomst van de Perzische heerser Cyrus. Ik ga het niet samenvatten. U moet het eerste deel maar lezen – het begint hier.]

Alles leek goed te zijn gekomen en die avond was het feestmaal, waarbij Harpagos, die toch ’s konings bevelen niet had opgevolgd, van Astyages een ereplaats kreeg. Wat hij niet wist, was dat de koning in de tussentijd Harpagos’ zoon had laten doden, braden en serveren. Anders gezegd, hij had zijn eigen kind opgegeten. En met deze excessieve straf riep Astyages zijn ondergang over zich af.

Astyages stuurde Cyrus naar zijn echte ouders, Kambyses en Mandane. Terwijl de jongeman in Perzië opgroeide, zon Harpagos op wraak. Zelf kon hij de rekening niet vereffenen, maar met hulp van de populaire Cyrus zag het er anders uit.

Harpagos had al een eerste stap gedaan door de Medische edelen tegen hun vorst op te zetten. Op elke belangrijke Mediër praatte hij in dat het alleen maar gunstig voor ze was als Cyrus de macht zou krijgen in plaats van Astyages, die zijn volk wreed behandelde.

Lees verder “Cyrus, Harpagos en Astyages”

Astyages, Harpagos en Cyrus

De “Nesaïsche vlakte” in Medië, met herders en bergen. Denk de electriciteitsmasten weg en je weet dat er in zesentwintig eeuwen weinig is veranderd.

Astyages nam de macht over de Meden over. Deze vorst had een dochter die hij Mandane had genoemd. Zij speelde een rol in zijn dromen, hoor maar. In zijn slaap zag Astyages haar zo verschrikkelijk veel plassen dat zijn hele stad onder water kwam te staan en zelfs Azië volledig werd overspoeld. Hij vertelde het de volgende morgen aan de magiërs die de taak hadden dromen te duiden, en de schrik sloeg hem om het hart toen zij punt voor punt hun uitleg gaven.

Zo begint, in de vertaling van Hein van Dolen, het sprookjesverhaal waarmee Herodotos verklaart hoe de macht over Iran in het tweede kwart van de zesde eeuw v.Chr. van de Meden overging naar de Perzen (Historiën 1.107-130). U zult zo meteen snel genoeg door hebben dat het niet waar zijn kán, maar één punt moet vooraf worden gemaakt: Astyages, Kambyses en Cyrus worden ook genoemd in kleitabletten en zullen wel historische personen zijn. De machtsoverdracht is eveneens een feit.

Het liefst zou ik het integraal citeren want zo’n volksverhaal heeft een eigen ritme, een eigen spanningsopbouw en een eigen taalgebruik. Als medewerker van die vertaling – ik maakte het register en moet nog weleens lachen om de klucht met de landkaarten – zou ik misschien nog een verworven recht hebben ook. Maar het hele verhaal telt 5500 woorden en dat is misschien wat veel. Een samenvatting dus maar.

Lees verder “Astyages, Harpagos en Cyrus”