Herodotos’ Koninklijke Weg

Het netwerk van koninklijke wegen in het Perzische Rijk

Een van de aardigste inkijkjes in het Perzische Rijk in het aan inkijkjes in het Perzische Rijk bepaald niet arme geschiedwerk van Herodotos is zijn beschrijving van wat hij aanduidt als de Koninklijke Weg: de route van Sardes in het westen van het huidige Turkije naar het kerngebied van het Perzische Rijk. Hier is het begin, in de vertaling van Hein van Dolen:

Langs de hele route zijn koninklijke pleisterplaatsen met voortreffelijke herbergen te vinden. Er is geen gevaar te duchten, want de hele weg gaat door bewoond gebied. Op het stuk dwars door Lydië en Frygië liggen twintig van zulke pleisterplaatsen over een afstand van 520 kilometer. Aan de andere grens van Frygië stroomt de rivier de Halys. Daar staan poorten die je in ieder geval moet passeren om de rivier te kunnen oversteken en daar bevindt zich een belangrijke wachtpost. Na de overtocht naar Kappadocië gaat de reis verder tot de grenzen van Cilicië, een afstand van 572 kilometer, met 28 pleisterplaatsen. Aan deze grenzen staan twee poorten, beide zijn bewaakt. Die moet je voorbij om de weg door Cilicië te vervolgen, een afstand van drie dagreizen of 85 kilometer. (Historiën 5.52)

Het tracé is hier en daar opgegraven. In de Frygische stad Gordion was de straat bijvoorbeeld zes meter breed, maar dat zal niet overal het geval zijn geweest.

Herodotos vervolgt met een beschrijving van de oversteek van de Eufraat en de Tigris, komt aan in het oude kernland van het Assyrische Rijk en bereikt daarna, ten oosten van de Tigris zuidoostwaarts gaand, uiteindelijk Sousa, een van de hoofdsteden van het Perzische Rijk.

Alles bij elkaar liggen op de weg van Sardes naar Sousa 111 pleisterplaatsen waar de reizigers iedere avond op verhaal kunnen komen. Wanneer de Koninklijke Weg goed berekend is (en ik reken, zoals te doen gebruikelijk, in parasangen of afstanden van een uur gaans), dan kom je op het totaal van 2500 kilometer tussen Sardes en Sousa. Als je per dag zo’n 28 kilometer aflegt, ben je op de kop af 90 dagen onderweg. (Historiën 5.53)

Je ziet deze weg nog weleens ingetekend op een landkaart van het Perzische Rijk alsof deze iets speciaals zou zijn (kijk maar). Het is echter maar één weg uit een uitgebreid netwerk, de pirradaziš, dat redelijk goed bekend is uit onder meer de zogeheten Persepolis Fortification Tablets. Daarbij zitten de afschriften van de vouchers waarmee reizigers in de karavaanserails brood en bier konden krijgen – vaak in grote hoeveelheden, wat erop duidt dat het gaat om vouchers voor reisgezelschappen. Hierdoor kennen we het netwerk redelijk goed. Zie het plaatje hierboven. Het is aardig te weten dat bijvoorbeeld Alexander de Grote gebruik maakte van deze routes. De snelheid van sommige van zijn operaties suggereert dat hij gebruik wist te maken van de graandepots langs de koninklijke wegen.

De kaartjes die je met bijvoorbeeld Google vindt en waarnaar ik zojuist linkte, illustreren vooral de huidige verwaarlozing van het oosterse materiaal. Toch is niet moeilijk te zien dat Herodotos slechts een deel van het netwerk beschrijft. Je zou toch minimaal een aftakking hebben verwacht naar Babylon of een vervolg richting Persepolis en Pasargadai. Over dat laatste stuk is zelfs zeer veel bekend: we kennen bijvoorbeeld de namen van de karavanserais.

Het is interessant dat Herodotos dus maar één van de wegen kent. In de context van zijn werk, op een plek waar hij wilde aangeven wat de afstand was tot het centrum van het Perzische wereldrijk, hoefde hij de andere wegen ook niet te beschrijven. Wat mij echter opvalt is dat er landkaarten van het Perzische Rijk worden getekend waarop deze informatie, die in Herodotos’ betoog een heel specifieke functie heeft, wordt aangegeven en de andere wegen, die voor het Perzische Rijk even belangrijk zijn geweest, niet. Eigenlijk illustreert dat heel aardig hoe wij nog altijd naar Perzië kijken door een Griekse bril en hoe zelden oudheidkundigen het land bekijken vanuit zijn eigen perspectief.

17 gedachtes over “Herodotos’ Koninklijke Weg

  1. jan kroeze

    De Groene viel op de mat en op de voorpagina iets over films :Is dwepen met de oudheid een rechtse hobby?
    Interessante kaart.

      1. eduard

        Dat is het verdrietige, de geschiedenis kan mensen een ander perspectief geven om de wereld te bekijken, en daarmee meer over zichzelf en hun eigen ideeën te weten te komen. Maar voor veel mensen geldt nu eenmaal wat Karel van het Reve zei: “Waren ze maar iedere avond vroeg naar bed gegaan.”

      2. jacob krekel

        Ik heb dit stuk ook gelezen. Zoals iedere beleggingsadviseur weet: “resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst”. Dat in het verleden een bepaalde constellatie gevolgd werd door een aantal gebeurtenissen is niet eens een aanwijzing dat een vergelijkbare constellatie door vergelijkbare gebeurtenissen zal worden gevolgd. Dat is het echte domme van Ruttes opmerking – kwalificatie van Jona – dat die dat wel schijnt te denken. En bij alt-right zitten kennelijk ook geen beleggingsadviseurs.
        Ondertussen denk ik zo langzamerhand dat de ondergang van het Perzische rijk een van de grootste rampen in de oudheid is geweest. Zo’n Alexander die denkt dat hij het Perzische rijk even kan gaan veroveren. En die het dan nog doet ook. Wat klopt hier niet?

        1. FrankB

          “Wat klopt hier niet?”
          Van alles en nog wat, maar ook Alexander wordt zwaar overschat. Hij was net dood en de oude politieke constellatie werd al hersteld. Voor multilaterale beïnvloeding waren zijn veldtochten ook al niet nodig. De grootste invloed van Alexander was misschien nog wel dat in vele latere eeuwen zoveel mannen vergelijkbare stunts probeerden uit te halen. Ik kan daar maar moeilijk enthousiast van worden.
          Het Perzische Rijk ging gewoon in andere vorm verder – het Seleucidische Rijk, het Partische Rijk en het Neo-Perzische Rijk van de Sassaniden. Babylonische astronomen/astrologen gingen na Alexander dan ook nog een aardig tijdje door met hun werk.

          1. jacobkrekel

            “Het Perzische Rijk ging gewoon in andere vorm verder”. Het unieke van het Perzische rijk was, dat het alle machtscentra van het nabije oosten in zich verenigde, en er op de een of andere manier in slaagde van die pluriformiteit toch een eenheid te maken. Er is in die contreien nooit zo weinig oorlog geweest als in de periode dat het Perzische rijk bestond
            Na de ondergang van het Perzische rijk hebben de heersers van klein Azie en van Iran met elkaar gestreden, tot op de huidige dag. Die ondergang is echt een enorme ramp geweest. En niks “ging gewoon in andere vorm verder”.
            Hadden ze maar gewonnen bij Marathon, of bij Salamis. Hoewel, er is natuurlijk geen zinnig woord te zeggen over hoe het dan verder belopen zou zijn.

      3. Frans

        Altijd makkelijk om de Oudheid voor je strijdwagentje te spannen. Een feministische kijk op de Oudheid lijkt me al even erg als een alt-rechtse.

      4. FrankB

        “De alt-rechtse mannen gebruiken de klassieke oudheid niet alleen om hun rechts-conservatieve denkbeelden te onderbouwen, maar vooral ook om hun antifeminisme te rechtvaardigen.”
        Dat bevestigt weer eens dat de kans op domheid ter rechterzijde nog groter is dan ter linkerzijde.

  2. Wat me meteen opvalt is dat de dag-afstanden (27 km gemiddeld) nogal wat lager liggen dan in Middeleeuws Europa, waar die afstand tussen kloosters met een herbergfunctie zo’n 40 km was.

    Die middeleeuwse reizigers liepen de dagmarsen van de Nijmeegse vierdaagse, maar dan maanden achtereen (bijvoorbeeld van de Ommelanden naar Rome, gedetailleerd beschreven in de kroniek van Wittewierum).

    Dat zal toch zeker niet aan betere wegen gelegen hebben dan in het Perzische rijk. Temperatuur misschien een factor?

  3. Dirk

    Ik beschouw mezelf als gezond en sportief, maar ik vond 24 km in de Hoge Venen vorig weekend meer dan genoeg voor een dag. Stevige stappers, die Perzen.

  4. eduard

    Het leger van Julianus de Afvallige legde 13km per dag af, ik vermoed dat de afstanden verband houden met grote gezelschappen zoals Jona zegt, en zelfs legers. Een ander verschil is dat, terwijl de Griekse en Romeinse voetsoldaten marcheerden, in het Midden Oosten alleen de dienaren liepen, de Perzen reden op ezels, kamelen of ossekarren. Overigens verdwenen met de Parthen de wegen. Het antieke Iran had een infrastructuur voor wagens gehad (Xenofon beschrijft hoe de vrouwen van de Perzen en Hyrkaniërs in wagens hun mannen volgden), maar met het openen van het handelsnetwerk dat wel “de zijderoute” wordt genoemd, verdrong de dromedaris, afkomstig uit het Arabische schiereiland, de wielvoertuigen uit het Midden Oosten. De Achaemenidische Perzen hadden nog strijdwagens gebruikt, maar die verdwenen ook in de Parthische periode.

  5. Ben Spaans

    Zou het niet gek zijn geweest als Alexander géén gebruik van het Perzische wegennet zou hebben gemaakt?

    Overigens moet ik mij weer opnieuw aanmelden.

Reacties zijn gesloten.